AnalyseOctopus

Wie goed kijkt, ziet in de filmgeschiedenis overal het glibberige spoor van de octopus

It Came From Beneath the Sea

De nieuwe docu My Octopus Teacher laat de (schijnbaar wederzijdse) liefde zien tussen een man en een octopus. Wie goed kijkt, ziet een inktspoor door de hele filmgeschiedenis. Wat is zo wonderlijk aan het weekdier?

Wat is na de mens, hond en kat het meest filmgenieke dier? Vraag het de Britse film- en communicatiewetenschappers William Brown en David H. Fleming, en ze hebben hoogstwaarschijnlijk hun antwoord direct klaar. Niet de aap, dinosaurus of leeuw, maar natuurlijk: de octopus.

In hun onlangs verschenen boek The Squid Cinema from Hell zetten Brown en Fleming de inktvis, en dan met name de octopus, op een voet(tentakel?)stuk. De auteurs betogen dat het weekdier niet voor niets veelvuldig opduikt in films, series, games en andere visuele media. Met zijn in elkaar overlopende zintuigen, constant van kleur en vorm verschietende gestalte en nog altijd ongrijpbare intelligentie is de octopus de perfecte spil voor films die ons anders over de werkelijkheid willen laten nadenken, over de verhouding tussen mens en dier, biologie en techniek, enzovoorts. The Squid Cinema from Hell ontpopt zich tot een maffe mix van filmtheorie, filosofie, mediastudies en biologie, die de lezer ertoe wil aanzetten ‘te denken als een octopus’.

Op een toegankelijker niveau probeert My Octopus Teacher iets vergelijkbaars te bereiken. In de spraakmakende Netflix-documentaire van Pippa Ehrlich en James Reed ontwikkelt de Zuid-Afrikaanse natuurfilmer Craig Foster een aan verliefdheid rakende fascinatie voor een vrouwtjesoctopus. Iedere dag bezoekt hij haar in de oceaanbaai voor zijn huis, om deelgenoot te worden van haar routine en ook gewoon om te zien hoe het haar vergaat. De interesse lijkt wederzijds. My Octopus Teacher is het verslag van een bijzondere onderwatervriendschap, met de ontroerendste octopus uit de filmgeschiedenis.

Een mooie dubbele aanleiding dus voor een ode aan de hand van de belangrijkste verschijningsvormen van de octopus in de filmgeschiedenis.

Monsteroctopussen

Een slijmerig glanzende huid, een weke zak als lichaam en slangachtige voelarmen vol zuignappen: vreemd is het niet dat de octopus in films doorgaans als kwaadaardig monstrum wordt gecast. Die stereotypering is ook de erfenis van eeuwen wereldliteratuur, reikend van Griekse mythes tot de bloeddorstige reuzenoctopussen uit Jules Vernes Twintigduizend mijlen onder zee (1870), van Alfred Lord Tennysons gedicht The Kraken (1830) tot de tentakelgodheid Cthulhu uit de horrorverhalen van H.P. Lovecraft.

Zodra de octopus zijn weg naar de cinema vond, kreeg hij zijn eigen omineuze filmvocabulaire. Zo tasten de tentakels van filmoctopussen, -pijlinktvissen en aanverwante creaturen vaak als autonome wezens door het beeld, nog voordat de rest van het dier zichtbaar wordt. Een glibberig pars pro toto dat in films als It Came from Beneath the Sea (1955), Deep Rising  (1998) en The Lord of the Rings: Fellowship of the Ring (2001) extra nieuwsgierig maakt naar het complete monster, zeker wanneer het buitenproportioneel groot is.

Bij de vroegste filmmonsteroctopussen is van zulke conventies nog geen sprake, en van natuurwetten trekken ze zich al helemaal niks aan. Het gedrocht uit het detectivefeuilleton The Trail of the Octopus (Duke Worne, 1919) heeft knipperlichtjes als ogen en slaat de heldin van het verhaal in de tentakels terwijl ze zorgeloos aan het bloemschikken is

Zo mogelijk nog surrealistischer is de openingsscène van Jean Painlevés La pieuvre (1928): hoewel dit een van de allereerste wetenschappelijke documentaires over het leven van octopussen is, begint de film met een octopus die door het raam van een slaapkamer glipt en zich vervolgens nestelt op het hoofd van een kind dat in bed ligt. Een beeld om nachtmerries van te krijgen.

Natuurfilmpionier Painlevé, die ook prachtige portretten van zeepaardjes  en garnalen maakte, leek die imagovorming later te betreuren: in Les amours de la pieuvre (1967) toont hij de octopus van een zachtaardigere, liefhebbende kant. En wat zijn ze vertederend, die in hun eitjes pulserende babyoctopusjes.

Sexy octopussen

Er zijn meer dan honderd verschillende octopussoorten, maar alle octopussen paren slechts éénmaal. Het mannetje sterft enkele maanden na de copulatie (als hij tenminste niet door het vrouwtje wordt opgegeten) en het vrouwtje overlijdt vlak na het uitkomen van de eieren. 

Opvallend, schrijven Brown en Fleming in The Squid Cinema from Hell, dat nou net een wezen met zo’n beperkt liefdesleven zó sterk wordt geseksualiseerd in de menselijke cultuur.  Literatuur, films, games, strips en andere visuele media representeren de octopus graag als een schepsel dat (mensen) intense seksuele ervaringen kan bezorgen. 

Zoekend naar een verklaring leveren de auteurs hun eigen bijdrage aan de fetisjering van de octopus. ‘Terwijl de ontmoeting met een octopus duizend simultane kussen kan behelzen en acht likkende tongen, kunnen we ons ook voorstellen dat het lichaam van het dier in zijn geheel de slijmerigheid heeft ​​die bij seks zo veel genot opwekt.’

De oorsprong van de erotische octopus zoeken Brown en Fleming in de Japanse cultuur. Een van de oudste voorbeelden komt van de vermaarde kunstenaar Hokusai (1760-1849). De schepper van de tegenwoordig op posters, shirts, waaiers, koffiemokken, panty’s en mondkapjes geprinte tsunamigolf maakte óók De droom van de vissersvrouw (1814). Op die houtsnede wordt een vrouw afgebeeld die door maar liefst twee gretig kijkende octopussen wordt bemind. Hun tentakels kronkelen over haar lijf; de kleine octopus kust haar mond, de grote lurkt aan haar kruis. 

De droom van de vissersvrouw van Hokusai (1814).

Variaties op dit tafereel doken vanaf de jaren tachtig veelvuldig op in Japanse (porno)strips en animatiefilms, de ene nog gewelddadiger en vrouwonvriendelijker dan de andere. De combinatie van inktvissen en seks was ook een reactie op de Japanse censuur, die het tonen van geslachtsdelen verbiedt maar niets zegt over penetrerende voelarmen. ‘Ik kon altijd tegenwerpen: dit is geen penis maar een onderdeel van het schepsel’, aldus stripkunstenaar Toshio Maeda, een van de grondleggers van de wereldwijd nog altijd aan liefhebbers winnende tentakel-erotica, in Mongrel Magazine.

Tentakelseks duikt soms ook op niet-pornografische films, zoals de Hokusai-biografie Edo Porn (Kaneto Shindo, 1981) en het Mexicaanse La región salvaje (Amat Escalante, 2016), waarin een octopusachtige alien seksuele extase opwekt bij iedereen die zich in zijn blokhut waagt. 

De meest indrukwekkende seksfilminktvis komt uit Polen. Cineast Andrzej Zulawski maakte met Possession (1981) een overkokend echtscheidingsdrama waarin de twee echtlieden (Sam Neill en Isabelle Adjani) elkaar het leven onmogelijk maken – vooral wanneer zij er niet alleen een menselijke minnaar op na blijkt te houden. ‘Het gaat over een vrouw die neukt met een octopus’, vatte Zulawski zijn film kernachtig samen.

De ‘octopus’ in kwestie werd gebouwd door specialeffectsmeester Carlo Rambaldi, die een jaar later Steven Spielbergs ruimtemannetje E.T. zou vormgeven. Terwijl hij voor Possession met een miniem budget werkte, maakte Lambardi er iets unieks van: een bijzonder vochtige, gruizige IJzeren Gordijn-variant op Hokusais prent. 

Zulawski zelf was aanvankelijk niet zo blij met Rambaldi’s steeds van vorm veranderende creatie. ‘Het is net een piemel’, klaagde hij tijdens het draaien. ‘Het lijkt alsof ik jóú heb gefilmd, zonder onderbroek.’

De wijze octopus

Naast afgrijzen en seksuele bevrediging kan de filmoctopus ook zorgen voor diepere inzichten. Wanneer het vrouwelijke personage van My Octopus Teacher haar tentakels uitrolt naar haar menselijke tegenspeler, lijkt er volop sprake van wederzijdse aandacht en communicatie. Geef je over aan deze platonische man-octopusromance, en de kloof tussen dier en mens wordt toch alweer wat kleiner.

Octopussen zijn dan ook grensvervagende wezens bij uitstek, betogen de schrijvers van The Squid Cinema from Hell. Ook om die reden verschijnen octopussen veelvuldig in films. Gewapend met de kennis van een leger biologen, inktviskenners en filosofen, beschrijven Brown en Fleming de octopus als een dier dat ‘ziet’ en ‘denkt’ met zijn huid; de tentakels dienen niet alleen als brein, been en arm, maar ook als tong en oog. Zo kan de octopus verbluffend goed opgaan in zijn omgeving, zowel in vorm als in kleur. 

De octopus heeft geen duidelijke binnen- en buitenkant, schrijven Brown en Fleming. Daarom kan de (film)octopus ons helpen ‘een wereld zonder barrières voor te stellen, zelfs nu mensen overal muren bouwen, grenzen straktrekken, immigranten en vluchtelingen buitensluiten en daarmee weer nieuwe scheidslijnen opwerpen.’

Octopussen voor wereldvrede: logisch dat de hyperintelligente aliens die in Denis Villeneuves Arrival (2016) met pacifistische bedoelingen naar de aarde komen, zo veel op octopussen lijken. Wanneer wetenschapper Louise Banks (Amy Adams) de wezens in hun ruimteschip bezoekt en met ze probeert te communiceren door middel van een touchscreen-achtige tussenwand, leren zij haar (spoiler alert!) een nieuwe taal én een nieuwe manier van denken. Met hun zeven tentakels sprietsen de ‘heptapods’ inkt op het scherm, in cirkelvormige symbolen die Louise, zodra ze ze begint te snappen, een nieuw besef van tijd opleveren: de tijd als cirkel waarop heden, verleden en toekomst naast elkaar bestaan. 

Overigens zagen de aliens er in hun allereerste ontwerp uit als in- en uitvouwende stroken papier, zonder gezicht. Dan is het toch echt veel makkelijker om je met een inktvis te identificeren.

De metaforische octopus

Filmoctopussen dienen geregeld als achtarmig zinnebeeld. Wanneer natuurfilmer Craig Foster in My Octopus Teacher verslingerd raakt aan een vrouwtjesoctopus, is dat óók omdat ze een grote metaforische betekenis voor hem heeft. Kampend met een burn-out, laat Foster zich graag inspireren door het overlevingsinstinct en aanpassingsvermogen van het dier. Nadat een haai een van haar tentakels heeft verorberd, lijkt het octopusje halfdood, maar algauw groeit op de verminkte plek een nieuw voelarmpje. Zodoende komt de octopus symbool te staan voor Fosters eigen herstel. 

Ook de octopus uit Park Chan-wooks Oldboy (2003) heeft een sterke symboolwaarde. Tegelijkertijd is dit Zuid-Koreaanse exemplaar de misschien wel betreurenswaardigste inktvis uit de wereldcinema. Hoofdpersonage Oh Dae-su (Choi Min-sik) heeft zonder duidelijke reden vijftien jaar vastgezeten in een helse cel. Vlak na zijn vrijlating loopt hij een sushibar binnen. ‘Ik wil iets levends eten’, zegt hij tegen de kok, die hem dan maar een op het bord wurmende octopus serveert. 

Wat volgt is een afstotelijke en hypnotiserende scène die (gelukkig) zijn weerga niet kent. Eerst bijt Dae-su de kop eraf, vervolgens slingert hij de rest van het dier als slijmerige noedels om zijn handen en propt ook die in zijn mond. Met hun zuignappen klampen de tentakels zich vast aan Dae-su’s vingers en neus. Het is dezelfde, weerbarstige levensenergie die hem gedurende zijn gevangenschap overeind hield, hetzelfde verzet tegen een sterkere macht.

Maar ja, fantastisch, zo’n onvergetelijk shot en geweldig, die diepere betekenis, maar het is wel een levend dier dat hier frontaal in stukken wordt gereten. Op dezelfde manier stierven nog vier octopussen tijdens de opnamen van Oldboy: per mislukte take één. ‘De laatste was echt flink sterk en energiek. Die hield zich stevig vast’, zegt Choi in de making-ofHij zegt dat hij medelijden had. ‘Ik beet er flink hard in, dat moet zeer pijnlijk zijn geweest.’

Schrale troost: Choi, een belijdend boeddhist, bood het dier van tevoren meermaals zijn excuses aan.

Park Chan-wook

De ene octopus is de andere niet. Behalve de levend verorberde inktvis in Oldboy (2003) voert de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook ook een octopus op in zijn erotische kostuumthriller The Handmaiden (2016): een veel groter exemplaar, opgepropt in een aquarium, dat voor martelpraktijken wordt ingezet. Niet voor niets is Hokusais Droom van de vissersvrouw eerder in de film te zien. In een vraaggesprek na The Handmaiden ontkende Park dat hij een fascinatie voor octopussen heeft. De octopussen uit de films zijn dan ook totaal andere dieren, zegt Park: die uit Oldboy is een 낙지, die uit The Handmaiden een 문어.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden