Wie gelooft die coureurs nog?

De rijke dopinghistorie van het cyclisme

Sinds 2005 is het dopinggebruik in het peloton spectaculair afgenomen. Toch blijft het wielrennen in een kwade reuk staan, terwijl atleten, voetballers en tennissers er onbekommerd op los spuiten en slikken
Dit weekeinde strijkt het internationale wielerpeloton neer in Nederland, voor de Amstel Gold Race. Er kan momenteel niet worden gewielrend zonder dat de geloofwaardigheid van de sport ter sprake komt. De vaste vraag luidt: waar kijken we eigenlijk naar? Is wat we zien, wel wat er echt gebeurt? Voor sommige liefhebbers vormt die onzekerheid een van de aantrekkelijke kanten van de sport, anderen vinden het onuitstaanbaar en verwarrend.

Wie gelooft de coureurs nog?, van de Vlaamse sportjournalist Hans Vandeweghe, is geschreven naar aanleiding van de chaotische discussie die losbarstte na verschijning van het Usada-rapport en de val van zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong, in oktober vorig jaar. Vandeweghe gaat het slecht geïnformeerd zijn te lijf, de selectieve verontwaardiging - alsof alleen het wielrennen een dopingprobleem heeft - en de zondebokcultuur. Hij plaatst de dopingzaken in verband en voorziet ze van achtergrond.

Hans Vandeweghe (Gent, 1958) is onder meer voormalig chef sport van de Vlaamse krant De Morgen. Hij geldt als de toonaangevende sportjournalist van Vlaanderen, hanteert een sportsociologische benadering en wordt beschouwd als expert op dopinggebied.

Tegenwoordig is hij sportcolumnist voor De Standaard en directeur van de Wielerbond Vlaanderen. Dat laatste zou je tegen hem kunnen gebruiken: de bondsdirecteur die zijn belaagde sport verdedigt. Daarvan is echter geen sprake. Vandeweghe gaat geen dopinggeval uit de weg en spaart de wielersport nergens - na lezing ben je expert in de rijke dopinghistorie van het cyclisme, weet je alles van stimulerende middelen en heb je de leukste dopingsmoezen op een rijtje.

Vandeweghe is op zijn sterkst als hij bestaande percepties met feiten weerlegt. Epo is niet levensgevaarlijk, het is zelfs de minst gevaarlijke van de moderne dopingmiddelen. Wielrenners die in de decennia na 1930 de Tour uitreden - en daarbij de pillenpot niet schuwden - werden gemiddeld acht jaar ouder dan anderen. Het dopingsysteem van Armstrongs US Postalploeg was niet het 'most sophisticated ever', zoals Usada ons wil doen geloven - ze deden daar gewoon wat veel meer ploegen deden.

Nog zo'n verkeerde perceptie is dat wielrennen dé dopingsport is. Die eer, schrijft Vandeweghe met argumenten omkleed, komt de atletiek toe, 'de Moeder aller (doping)sporten'. Bijna alle moderne dopingmiddelen vinden hun oorsprong in de atletiek en kwamen vandaar het medisch en trainingstechnisch veel minder ontwikkelde wielrennen binnen. Het percentage dopinggebruikers was in de atletiek niet lager dan in het wielrennen. Alleen werkte de omertà, de zwijgplicht, in de atletiek veel beter dan in het wielrennen, waarin van meet af geruchten en hele en halve waarheden over doping in het rond vlogen, recht in het gezicht van de sport.

Eufemiano Fuentes, wiens naam nu vooral wordt verbonden met wielrenners, was in 1992 de arts van de Spaanse olympische atletiekploeg in Barcelona. In 1988 hadden de Spanjaarden in Seoul één gouden atletiekplak gewonnen; in Barcelona wonnen ze er dertien, vooral dankzij het dopingprogramma van Fuentes. Een schandaal is het nooit geworden.

Wielrennen is een sport met doping, zeker. Maar volgens de ranglijst van het Wereld Anti Doping Agentschap (WADA) over 2011 was voetbal in dat jaar de sport met de meeste positieve gevallen - en dat zonder bloedcontroles, want daar doen ze nog niet aan. Amfetaminegebruik was ook in de top van het voetbal jarenlang de normaalste zaak van de wereld - spelers werden er agressiever en alerter van.

Hoe er per sport anders tegen doping wordt aangekeken, blijkt ook uit het geval Lionel Messi. Zou een Argentijns wielertalent met groeihormoon zijn opgefokt van schriel onderde

urtje tot de beste ter wereld, dan zou dat onherroepelijk tot grote krantenkoppen hebben geleid. Bij Messi, door de medicijnmannen van Barcelona met groeihormoon van 1.43 naar 1.69 meter gestuwd, is dat nooit gebeurd. Alleen in Madrid noemen ze hem el conejo dopado - het gedopeerde konijntje.

Het lijkt alsof epo een wielerdrug is, maar het medicijn werd voor het eerst toegepast in de atletiek, en daarna ook in het voetbal. De dokter van de Franse wereldkampioenen van 1998 schreef later dat diverse van zijn spelers merkwaardige bloedwaarden hadden, die op epo-gebruik duidden. Ajax werd in 1996 in de finale van de Europa Cup verslagen door Juventus, waar doping de normaalste zaak van de wereld was. Niet alleen epo; later bleek dat de spelers tussen 1994 en 1998 281 verschillende 'medicijnen' toegediend hadden gekregen.

In 2004 bekende de voormalige tenniskampioen John McEnroe dat hij, volgens hem zonder dat hij dat wist, jarenlang anabole steroïden had gebruikt. Tennis geldt nog altijd als een 'schone' sport, terwijl op de roemruchte klantenlijst van Eufemiano Fuentes volgens ingewijden meer tennissers en voetballers dan wielrenners figureren - onder wie grote namen uit de wereldtop.

Vandeweghe sluit zijn boek positief af. Sinds in het wielrennen in 2009 het bloedpaspoort werd ingevoerd, is volgens hem sprake van een sterke vermindering van het dopinggebruik. Dat zou ook blijken uit de gemiddelde snelheden in de grote rondes - die dalen sinds 2005 - en uit de lagere wattages waarmee coureurs tegen bergen opfietsen. De illusie dat topsport ooit helemaal schoon zal worden, moeten we opgeven. Maar de dopingjagers zitten de gebruikers dichter dan ooit op de hielen, denkt Vandeweghe.

En hoe moet de liefhebber, na lezing van zijn boek, kijken naar sportprestaties? Vandeweghe: 'Met een gezonde dosis argwaan, verwondering en met een slag om de arm.' Niet alleen naar de Amstel Gold Race, maar ook naar Usain Bolt, Rafael Nadal, Lionel Messi en al die andere gemaakte helden van de megalomane entertainmentindustrie die topsport heet.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden