Wie een doodskist in huis heeft, zal lang leven Paa Joe maakt meer kisten voor westerse exposities dan voor Ghanese begrafenissen

De kleurige doodskisten uit het Ghanese kustplaatsje Teshi hebben wereldfaam verworven. Paa Joe's kisten in de vorm van vliegtuigen, vlinders en rode pepers doen het goed op westerse exposities, zoals nu in de Beurs van Berlage....

WIM BOSSEMA

HET KLM-TOESTEL glanst van de verse lak. Het is een mooie doodskist om naar Nederland te sturen, vindt Paa Joe. De Ghanese meester-houtbewerker staat met zijn imposante blote bovenlijf gebogen over een miniatuurvilla, ook een doodskist. Hij legt de laatste hand aan werkstukken die vanaf 28 juni in de Amsterdamse Beurs van Berlage zijn te zien.

Paa Joe's atelier ligt op de eerste verdieping van een houten huis in het vissersdorp Teshi, enkele kilometers ten oosten van de Ghanese hoodstad Accra. De werkplaats is meer een groot dak op palen, zodat de wind de hitte wat kan verdrijven. Beneden trekt een stoet toeterende auto's bijna stapvoets voorbij over de kustweg. De houten trap naar het atelier biedt ontsnapping uit de stofwolk en het straatrumoer.

Op het erf aan de achterkant van de werkplaats timmeren Paa Joe's hulpjes grote kratten. Daarin zullen dertig bizarre doodskisten naar Nederland worden verscheept. De kleurige kisten uit het kustdorpje Teshi hebben wereldfaam verworven. In Nederland waren ze al op enkele eerdere exposities met Afrikaanse kunst te zien en te koop.

Paa Joe maakt tegenwoordig meer doodskisten voor tentoonstellingen in Europa en Amerika dan voor zijn Ghanese klanten. Een bezoek aan zijn werkplaats is vaste prik geworden voor hoge gasten uit het buitenland. Jimmy Carter, oud-president van de VS, kwam langs en bestelde een kist. De vorig jaar in Bosnië verongelukte Amerikaanse minister Brown kocht een doodskist in de vorm van een olifant, al is die niet gebruikt bij Browns staatsbegrafenis.

Meer dan veertig jaar geleden klopte een traditioneel hoofd van een vissersvolk aan bij de meubelmaker en kistenbouwer Ata Owo. Hij wilde niet als alle andere mensen in een gewone kist worden begraven. Kon de timmerman geen kist maken in de vorm van een grote haai? Dat zou de begrafenis iets bijzonders geven. Ata Owo maakte de haai-kist en het dorpshoofd had een trend gezet. Vele mannen van aanzien volgden zijn voorbeeld. Binnen de kortste keren maakte Owo grote vissen, boten, kippen, koeien, cacaobonen en maïskolven.

Andere kistenbouwers traden in zijn voetspoor. Het bekendst werd Kane Kwei. Paa Joe begon in 1961 als leerling bij zijn oom Kane. 'Hier in de kuststreek werd het een must voor rijke figuren om een bijzondere kist te laten maken. Als je rijk was geworden als aannemer liet je een kist in de vorm van een groot huis maken. Op je begrafenis kon iedereen dan zien hoe het je voor de wind was gegaan.'

Paa Joe herinnert zich dat al aan het begin van de jaren zeventig enkele zakenlieden uit Californië in de werkplaats van Kane Kwei verschenen. 'De blanke man kwam en zei: ''Maar dit is erg leuk voor een tentoonstelling.'' De blanke man was heel slim en zei: ''Je stopt die prachtige dingen toch niet zomaar in de grond''' De eerste buitenlandse bestelling werd geplaatst.

Na een ruzie met zijn leermeester begon Paa Joe in 1977 voor zichzelf. Zijn internationale doorbraak kwam tien jaar later met exposities in Frankrijk en Rotterdam. Een Italiaanse journalist en fotograaf stelde een schitterend boek samen met foto's van vele tientallen kisten. Het boek doet nu dienst als een soort postorder-catalogus: de klant wijst een foto aan of stuurt een briefje.

Ondanks zijn internationale faam maakt Paa Joe nog steeds veel kisten voor plaatselijke klanten. Hij loopt langs de kisten in zijn werkplaats. Een gouden sleutel. 'Die is voor een heel belangrijke chief. Het betekent: zonder sleutel kun je geen deuren openen. De chief heeft de sleutel van zijn stad, hij kan deuren openen en sluiten en niemand anders mag de sleutel gebruiken.' Een vlinder. 'Deze is voor een rustig iemand die niet hield van drukte.' Een rode peper. 'Heel geschikt voor een brandweerman.' Vliegtuigen van de KLM en Alitalia. 'Die zijn voor zakenlieden die veel reizen, of voor piloten.'

'De modellen voor plaatselijk gebruik en voor het buitenland zijn hetzelfde, maar ik gebruik goedkoop hout voor de echte doodskisten en duur hout voor die voor tentoonstellingen. Hier is het een grote show voor één dag. Maar kisten voor exposities moeten duizend jaar meegaan, voor altijd en altijd.' Een kist voor de export kost bijna 2400 gulden, die voor een Ghanese begrafenis 800.

De meeste klanten plaatsen hun bestellingen lang voor hun dood nadert. 'Hier heerst het geloof dat je nog lang zal leven als je je doodskist al hebt besteld. Soms staat een kist hier wel een jaar of vijf. Zoals deze Mercedes-Benz, mijn favoriete ontwerp. Sommige klanten nemen de kist mee naar huis, stallen die in de garage. Ik ken ook lieden die hem in hun slaapkamer hebben staan.'

Paa Joe wijst naar een grote schaaf: 'Ik heb mijn eigen kist ook al gemaakt.'

De werkplaats van Kane Kwei, die in 1992 is overleden, bestaat nog steeds. Zoon Ernest drijft nu de zaak. Maar Paa Joe heeft weinig van de concurrentie te duchten. 'Niemand kan mijn doodskisten verslaan. Iedereen kan vissen en vogels maken, maar als de kisten klaar zijn, zie je het verschil. Het is de afwerking, het zijn de details. Ik maak alles heel glad en strak.'

Ernest Kwei werkt een paar honderd meter van Paa Joe. Het gaat niet zo goed met de zaken en hij beaamt dat zijn succesvolle neef de grote meester van dit moment is. 'Zijn werk is heel gaaf en we proberen hem zo goed mogelijk na te doen.' Van de tentoonstelling in de Beurs van Berlage weet hij niets, tot zijn spijt. Dit jaar heeft hij nog maar drie kisten aan buitenlanders verkocht. Zijn 'showroom' staat halfvol met gewone, bruine en zwarte doodskisten. Die verkoopt hij tegenwoordig het meest.

Het is het verhaal van de leerling die de meester overtreft. En de zoon van de meester komt er helemaal niet meer aan te pas. De meeste buitenlanders die de werkplaats van Ernest Kwei bezoeken, komen alleen kijken, of het zijn journalisten die slechts een verhaal komen halen. Ernest vraagt nu maar geld voor een interview.

Zijn timmerlieden werken op het erf achter de overdekte winkelruimte. De modellen zijn inmiddels bekend: een bungalow, vissen, cacaobonen, een roze vis. Het pronkstuk staat in de etalage: een gele auto met op het dak een veelkleurig insect. Het is in één oogopslag duidelijk dat Paa Joe gelijk heeft: de werkstukken missen de finesse van die van de concurrent.

Ernest Kwei probeert zo goed als het gaat de traditie van zijn vader voort te zetten, maar het gewicht van de reputatie van Kane Kwei is zwaar: 'Vader heeft alles al eens gedaan.' Ernest werkt met de ontwerpen van zijn vader. Hij maakt schetsen op een schoolbord en dan maken zijn schrijnwerkers de kist.

Zijn hart ligt niet echt in zijn werk. Aanvankelijk was het de bedoeling dat zijn oudere broer de zaak zou overnemen, maar die had te weinig talent. Ernest volgde eerst een opleiding tot automonteur en schoolde zich pas om tot houtbewerker toen zijn vader het hem vroeg. Acht jaar lang werkte hij als leerling van zijn vader in ruil voor onderdak, voedsel en een zakcentje. Daarna nog eens drie jaar als volleerd houtbewerker. 'Toen zei vader dat ik eens buiten Ghana moest kijken, hij stuurde me naar Italië. Ik kon er geen bestaan opbouwen. Ik werkte wat als landarbeider, maar na zes maanden ging ik berooid terug naar Ghana. Twee maanden later stierf mijn vader en nam ik de zaak over.'

Zijn kisten zijn wat goedkoper dan die van Paa Joe, maar dat trekt hooguit wat klanten uit de omgeving. Zo heeft een heel rijk man de bestelling geplaatst voor Ernest Kwei's lievelingsontwerp: een kist in de vorm van een grote vogel die met zijn lange hals achterom kijkt naar zijn staart. Die vogel hoort bij een gezegde van zijn volk, zegt Ernest Kwei, het betekent zo iets als: zo vader zo zoon.

Zal dat de kist zijn waarin hij zelf ooit wordt begraven? Ernest schudt zijn hoofd: 'Omdat ik een christen ben, wil ik in een gewone kist worden begraven. Net als mijn vader trouwens.'

Een fantastische hemelreis. Beurs van Berlage, Amsterdam, 28 juni tot en met 31 augustus.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden