'Wie ben ik? De grootste geest aller tijden' GERMAINE GROENIERS JEUGD ALS STIEFDOCHTER VAN VICTOR VAN VRIESLAND

BIJ ZIJN LEVEN was hij al een legende: de 'grand seigneur' van de letteren Victor E. van Vriesland. Zijn eretitel was 'het geweten der Nederlandse dichtkunst'....

Op het leven van Victor E. van Vriesland wordt nu, 23 jaar na zijn dood, een heel ander licht geworpen. In Een stuk van mijn hart beschrijft Germaine Groenier, zijn stiefdochter, het leven in het statige huis aan de Weesperzijde in Amsterdam. Hoe het borrelen ertoe leidde dat er pas om elf uur 's avonds gegeten werd, hoe Van Vrieslands dure smaak het gezin voortdurend in financiële moeilijkheden bracht, hoe dictatoriaal de charmante Van Vriesland in werkelijkheid was.

Groenier is bekend van spraakmakende radioprogramma's die zij over seksualiteit maakte in de tijd dat het onderwerp nog controversieel was. In Een stuk van mijn hart richt zij zich met brieven tot haar drie dochters om hun te vertellen over haar jeugd en de relatie met haar broer Binne.

De eerste tien jaar van hun leven brachten de beide acteurskinderen voor een belangrijk deel door in de coulissen van de Stadsschouwburg. Aan dit rommelige, artistieke leventje kwam abrupt een einde toen hun moeder na haar scheiding hertrouwde met de stijve Van Vriesland. Voortaan moesten ze zich schikken in zijn levenswijze en dat loog er niet om. Tot vier uur 's middag mochten ze geen geluid maken. Bang en benauwd slopen ze door de donkere gangen, geterroriseerd door de huistelefoon, waarmee 'Vic' een ijzeren greep op iedereen had.

Groenier legt de tegenstrijdigheden bloot achter Van Vrieslands verfijnde levensstijl. Jaarlijks logeerde hij in het Kurhaus in Scheveningen, maar slechts eenmaal in de zes weken ging hij in bad. Zijn prachtige studeerkamer aan de Amstel lag in een verveloos en onverwarmd huis.

Hij liet zich de duurste cognac schenken door een onbetaalde dienstbode, het joodse meisje An dat in het gezin werd opgenomen na de deportatie van haar ouders. Door Van Vriesland werd ze naar het souterrain verbannen. Haar enige bezit, een piano, mocht ze zelf niet meer bespelen.

An behoorde, na de komst van Van Vriesland, tot het 'bedienend personeel' en daarom mocht Germaine niet langer vertrouwelijk met haar zijn. Het was de kinderen ook niet meer toegestaan om buiten te spelen of klasgenootjes mee te nemen. 'Onze verjaardagen, sinterklaas en oud en nieuw zijn afgeschaft, want dat vindt Vic burgerlijk.'

Dat klinkt allemaal tamelijk larmoyant, larmoyanter in elk geval dan Een stuk van mijn hart in feite is, want Groenier vertelt haar verhaal met een bewonderenswaardige ingetogenheid en ook met de nodige humor. Het is niet haar bedoeling smeuïge verhalen over Van Vriesland te vertellen, maar om de sfeer van 'intellectuele hooghartige liefdeloosheid' bij haar thuis te laten zien en de gevolgen daarvan voor de verhouding die zij met haar broertje en haar moeder had.

De inschikkelijke Binne past zich aan, terwijl Germaine steeds meer in verzet komt. Er ontstaan kleine scheurtjes in de hechte band tussen broer en zus. En ook ten opzichte van haar moeder voelt ze een zekere verwijdering, omdat ze niet begrijpt wat deze zelfstandige, intelligente vrouw ertoe beweegt zich zo te laten terroriseren door haar tweede man.

Buitenshuis is de band met haar broer als vanouds, zeker wanneer ze zelf - onder het mom van een idealistisch experiment - zomerkampen gaan geven in Vinkeveen. In de praktijk komt dat neer op vozen rond kampvuurtjes met vriendjes en vriendinnetjes.

Het zijn kleine marges van vrijheid die de kinderen op de tirannie van hun stiefvader weten te veroveren. Germaine geniet van het verzet van de bij hen inwonende grootvader, die tijdens de stilte-uren de plantjes water gaat geven, zodat de oude, piepende kranen Vic tot razernij drijven: 'Vuile rothond! Cochon' Met een uitgestreken gezicht begroeten de heren elkaar 's avonds weer aan het diner met het gebruikelijke 'Cher Maître'.

Het decorum moet koste wat het kost in stand blijven, en ook al is er geen geld, je smijt er toch mee. Van Vriesland, geruïneerd door de beurskrach, leefde van wat Germaine's moeder verdiende. Van het spaargeld voor de belasting koopt hij een bontjas voor haar en met intense verachting kijkt hij neer op het plebs.

Tijdens de ellenlange, formele maaltijden oreert de dronken Van Vriesland voornamelijk over zijn eigen voortreffelijkheid: 'En altijd kwam weer het moment waarop hij zichzelf 'een meester der vertelkunst' en 'de grootste geest aller tijden' noemde. 'Zo, en nu jullie. Wie ben ik?' We moesten het in koor herhalen: 'De grootste geest aller tijden.' Hij straalde, hij genoot, nipte aan zijn wijn en beval An nog eens een dure fles open te maken.'

Zijn vrouw noemt hij Poesje, zijn stiefdochter sloerie en An is 'die hoer'. Van Vrieslands seksisme treft de vrouwen die niet voor hem vallen: 'Vrouwen waren er over het algemeen om hem te behagen, hij verleidde ze met fraaie woorden en inzet van al zijn charmes en gingen ze daar niet op in dan waren ze gefrustreerd, frigide en te lelijk voor de herenwereld.'

Van Vriesland ontving regelmatig beroemde schrijvers, die op de opstandige Germaine niet veel indruk maken. Alleen voor de verlegen Jacques Bloem met zijn 'zachte, mollige handjes' heeft ze een zwak. Ook wil ze wel serveren bij een dinertje van de PEN-club met Sartre en Simone de Beauvoir, van wie Germaine - als kind van haar tijd - een hartstochtelijk bewonderaarster was.

Handig doseert Groenier de literaire anekdotes; als ervaren schrijfster van radio- en televisiescripts weet ze hoe ze haar lezers moet inpalmen. Terloops vertelt ze ook over haar kleurrijke familie, zo naar eigen zeggen 'de geschiedenis rangschikkend' voor haar dochters. Maar ondanks de sporadische passages die gericht zijn aan de 'meiden', komt het briefkarakter van het boek niet erg uit de verf. Over de dochters zelf horen we haast niets; Groenier slaat enkele decennia over in haar memoires.

Ze neemt de draad weer op waar ze, inmiddels twee echtgenoten verder, getuige is van de aftakeling van Vic en haar moeder. De band met Binne, die de wereldzeeën heeft bevaren, wordt weer aangehaald.

Pas dan blijkt dat hij minstens net zo onder de toestand thuis heeft geleden als zijzelf, met alle tragische gevolgen van dien.

Toch is Groenier met Een stuk van mijn hart niet uit op wraak. Er is geen spoor van het onverkwikkelijke venijn dat dit soort memoires kan kenmerken. Groenier geeft toe dat Vic ook bijzonder innemend kon zijn en geestig, dat hij haar literatuur heeft leren lezen en dat hij een briljante gastheer was.

Hoe bedrieglijk aardig de man kon zijn, blijkt als we bij Alfred Kossman lezen hoe hij Van Vriesland roemt om diens 'prudeur, ingetogenheid, en onijdelheid'.

Yra van Dijk

Germaine Groenier: Een stuk van mijn hart - Brieven aan mijn dochters.

Prometheus; 232 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 5333 569 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden