Wie aan dit boek begint, stapt een bekende, nog altijd vertrouwde wereld van het parlementaire toneel binnen

Boek (non-fictie) - Zeventig jaar zoeken naar het compromis

Herrie genoeg, op het parlementaire toneel, maar wie achter de gordijnen kijkt, ziet de continuïteit van een onstuitbaar groeiende overheid, zo blijkt uit een lijvige studie.

De titel zegt het al - de turf over de naoorlogse parlementaire geschiedenis die Bert van den Braak en Joop van den Berg hebben afgescheiden, staat in het teken van het compromis. Dit is deel twee van een herculesproject waarvan het eerste deel de periode besloeg van de patriottentijd tot de Tweede Wereldoorlog. Nederlandse politiek is sinds jaar en dag coalitiepolitiek is compromispolitiek.

Het vertrouwde compromis

Wie aan dit boek begint, stapt een bekende, nog altijd vertrouwde wereld binnen - al begint het verhaal een mensenleven geleden, toen minister-president Drees al het verwijt kreeg van een 'te grote toegeeflijkheid' tegenover zijn roomse regeerpartners. Het ontbrak hem volgens zijn critici aan visie. En over het idee van een Europese gemeenschap bromde hij dat het 'nogal utopisch allemaal' was. Er was toentertijd nog geen wekelijkse persconferentie van de premier, maar je hoort het Rutte allemaal zeggen.

Niet alleen het compromis is vertrouwd, ook de ontwikkelingsgang van naoorlogse armoede naar welvaart, van de verzuilde naar de eigenzinnige burger, en van een in zichzelf gekeerd Nederland naar de veelkleurige samenleving die wij nu kennen. Onze parlementaire geschiedenis is op het eerste gezicht een tamelijk onproblematische geschiedenis, door de schrijvers afgesloten met de vaststelling 'dat het geen verwondering hoeft te wekken dat de steun van de Nederlander voor de parlementaire democratie nog immer ongebroken is'.

Nederland kwam uit de oorlog als religieus verdeeld land, behalve de voetbalcompetitie die door de Duitsers verenigd was onder de KNVB. Men was het diepgaand oneens en juist daardoor pragmatisch. Uiteraard waren er struikelblokken. Het grootste in die naoorlogse jaren was de dekolonisatie van Indonesië. Wie achteraf denkt dat 'wij' er destijds collectief achterlijk-koloniale denkbeelden op na hielden, kan van dit boek opsteken dat met name in de Partij van de Arbeid grote bezwaren leefden tegen de politionele acties, en wat toen al 'martelingen en moordpartijen' werd genoemd. Ondanks tegenslagen overheerst het beeld van een gestaag vooruitstrevend, zich emanciperend land, een beeld dat past bij twee sociaal-democratische geschiedschrijvers.

Onvermijdelijke keuzes

Toch staan er helemaal aan het eind, in de afsluitende paragraaf wat dissonanten, in de vorm van 'onvermijdelijke keuzes'. We zijn dan bij het kabinet van Rutte en Samsom, een 'onvermijdelijke combinatie' omdat er anders geen meerderheid was. Voordien is al sprake van de Europese Unie, niet meer als wenselijkheid maar als noodzakelijkheid. En even verder is er een 'kleurloze en weinig overtuigde technocratie'. De geschiedenis van de naoorlogse vooruitgang blijkt op een of andere manier een politieke fuik geworden. Dan hangt er, om met een andere historicus, namelijk Piet de Rooy, te spreken, in de keukenkastjes een nare gaslucht. En het zijn de populisten, Fortuyn en Wilders, die met lucifers op zoek zijn gegaan naar het lek.

Het weinig geruststellende slot suggereert dat je dit boek ook op een ander spoor kunt lezen dan het crescendo van een progressieve natie. Drees blijft in dat verhaal uiteraard de wethouder van Nederland. Maar de accenten zijn toch anders. Neem de technocratische politiek, die uiteindelijk als probleem wordt opgevoerd, maar voordien ondubbelzinnig als oplossing. Meteen na de oorlog valt de zakelijke, rationele benadering van politiek op.

De snelle opkomst van de wetenschap in de politiek hielp om de verdeeldheid te overbruggen. Al in de jaren vijftig groeit het aantal economen in de Kamer. Er werd een Centraal Planbureau opgericht door minister Lieftinck (PvdA), die een overtuigd keynesiaan was. Ook daarna stond veel in het teken van de rationalisatie. De landbouw werd driftig gemechaniseerd. Er kwam al in 1953 een kernenergiewet, met als doel dat in het jaar 2000 de helft van de elektriciteit afkomstig zou zijn van kerncentrales. Er kwamen allerlei planbureaus en adviesraden, die stuk voor stuk de politiek de weg van de rede wezen. Tot het debat kantelde en de burgerij geen genoegen meer nam met het eenrichtingsverkeer van de wetenschappelijke politiek. Omdat 'de mensen hun buik vol hebben van experts', zoals de Britse politicus Gove het gevoel na het Brexit-referendum samenvatte. Nederland was niet het enige land met een gaslucht.

Beeld Claudie de Cleen

Zeventig jaar zoeken naar het compromis - Parlementaire geschiedenis van Nederland deel II 1946 - 2016

non-fictie

B.H. van den Braak en J.Th.J. Van den Berg

Bert Bakker;

960 pagina's; euro 55.

Roomsrode ruzies

Parlementaire geschiedenis zonder roomsrode ruzies bestaat niet. Anekdotes genoeg, ook in dit boek, bijvoorbeeld over Luns die van de PvdA in 1952 geen minister van Buitenlandse Zaken mocht worden omdat er in Europa al zoveel katholieke ministers van BZ waren. Nog altijd leerzaam blijven de botsingen tussen Van Agt (KVP) en Den Uyl (PvdA), en vooral het achteraf onvoorstelbaar hooghartige gelijk van de Partij van de Arbeid, met de 'ononderhandelbare strijdpunten' en het 'toelatingsexamen' dat het intussen opgerichte CDA moest doen om te mogen meeregeren. Dat leidde zoals bekend tot het rechtse kabinet Van Agt-Wiegel (1977-1981), dat weliswaar door links werd gehaat maar toch een flink deel van de wetgeving doorvoerde die door Den Uyl in gang was gezet, zoals de welzijnswet, de woningwet en de huurbescherming. Ook de onderwijshervormingen gingen gewoon door.

Anders gezegd was er op het toneel veel herrie en wapengekletter, maar wie achter de gordijnen keek zag de continuïteit van een onstuitbaar groeiende overheid. En ook dat tot vandaag de dag, want Mark Rutte keerde zich wel tegen de staat als 'geluksmachine' maar ook hij slaagde er niet in om het aantal rijksambtenaren terug te brengen. Drees begon in 1946 met een overheid die weinig meer was dan de liberale nachtwakerstaat, maar wel met heldere competenties. Een eigen munt, leger, onderwijs en politiebescherming. De burger wist wat hij kon verwachten: niet veel. Sindsdien is een indrukwekkend overheidsgebouw opgetuigd. Dat begon met de sociale verzekeringen in de jaren vijftig en zestig, waartegen alleen de SGP zich keerde omdat de orthodoxen tegen elke verzekering waren, behalve die van boven.

Tentakels

Het kabinet Den Uyl maakte in 1973 een eerste begroting die liefst 20 procent (!) hoger was dan die van het jaar ervoor. Overal in het land verschenen zwembaden, sporthallen, bibliotheken, theaters. De andere partijen dachten er niet anders over. Na de ontkerkelijking werden ook belangrijke taken van de kerk overgenomen, zoals ontwikkelingshulp en bijstand, en in zekere zin ook de zorg over de zielen. De overheid bemoeide zich niet zoals vroeger met de zedelijkheid, maar wel steeds meer met opvattingen over het indraaien van gloeilampen of wie het vuilnis buitenzette, en meer in het groot racisme, homoseksualiteit en milieu, later klimaat.

Zo kregen wij een overheid waarvan de tentakels zich verder uitstrekten dan ooit, maar anders dan in de tijd van Drees werd onhelder waarop ze precies kon worden aangesproken. Tussen neus en lippen door vermelden de auteurs dat de geregistreerde misdaad tussen 1970 en 1983 verviervoudigde. En dat in 1969 voor het eerst officieel werd vastgesteld dat Nederland geen immigratieland is, waarna de officiële vaststelling dat de immigratie moest worden beperkt even regelmatig als vergeefs werd herhaald. De verwachtingen van de burger werden hoger - er kwam een recht op gezondheid en in de Grondwet staat dat de overheid zich bekommert om de vrijetijdsbesteding. De teleurstellingen konden niet uitblijven.

De jaren negentig waren beslissend. Nederland was een feestend land, de bomen groeiden tot in de hemel. 'Polderen' werd een internationaal voorbeeld. Ideologie was afgeschaft, het paarse kabinet ruimde met de euthanasiewet de resten van de achterhaalde christen-democratie op. In Europa werden grote sprongen voorwaarts gedaan, door de koningin beklonken met de uitspraak dat 'Europa geen buitenland meer is'. Tegelijk begonnen de tegenvallers zich op te stapelen.

'Onmiskenbaar', schrijven de auteurs, 'was er soms sprake van een falende overheid. De Bijlmerramp, IRT, hsl- en Betuwelijn, de Vuurwerkramp in Enschede en de bouwfraude waren daar voorbeelden van. En verantwoordelijken bleven vrijwel altijd zitten.' Nog even, en daar had je Pim Fortuyn, die met lucifers aan het rommelen was in het keukenkastje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.