TV-recensie When They See Us

When They See Us is fictie die hypes en de onvatbare realiteit ietsje meer bevattelijk maakt

Eenvoudig is het niet, om nog iets nieuws te schrijven over When They See Us, de Netflix-miniserie over de vijf jongens die in 1989 zonder enig tastbaar bewijs de bak in draaiden voor de verkrachting van Trisha Meili, een jogger in Central Park. Al wekenlang verschijnt er elke dag wel ergens een artikel over de serie, het een nog intelligenter en uitvoeriger dan het andere – en allemaal lyrisch. De enige mensen die de serie van Ava DuVernay nog niet gezien hebben, zijn de mensen die hem nog moeten zien.

Hier doet zich iets ingewikkelds voor. Plots lijkt met overweldigende meerderheid van stemmen besloten dat iets Heel Goed en Heel Belangrijk is. Een golf van enthousiasme is het, zo een waarop het heerlijk surfen is, maar die je ook kan optillen en willoos tegen de grond kan smakken. Kijk je naar een serie die een hype is, dan zie je de hype. Ik tenminste wel. Alsof je op het strand het lievelingsboek van je reisgenoot ligt te lezen. ‘Wat vind je? Mooi, hè? Ben je al bij dat stuk met dat ongeluk? Niet? O. Ik heb gehuild, dan weet je dat.’ En dat dan keer een paar miljoen.

Het enige dat je kunt doen, is vergeten wat je weet en zien wat er te zien valt.

Bij elkaar duren de vier afleveringen van When They See Us zo’n vijf uur. Sommige series dwingen je tot doorkijken omdat ze zó spannend zijn dat je gewoon moet weten hoe het zit, of het plot klopt dat je hebt uitgedokterd. Andere maken je gulzig, als fastfood dat altijd een klein hongergevoel overlaat, hoeveel je er ook van eet. En je hebt de categorie waarbij je meteen door hebt dat je jezelf tekort doet als je de boel opknipt. Jaren geleden ervoer ik dat bij La Meglio Gioventú, en bij sommige seizoenen van The Wire.

En gisteren opnieuw.

When They See Us is een uitzonderlijke serie. Niet door het feit dat het verhaal ‘echt gebeurd’ is, of omdat er niet voldoende benadrukt kan worden hoezeer vooroordelen onze wereld vormgeven, maar gewoon: omdat het een zeldzaam kunstwerk is. DuVernay switcht voortdurend in toon en in genre, in een poging de overhoop gesmeten levens van Antron, Kevin, Yusef, Raymond en Korey te treffen. De beelden zijn mooi, de soundtrack primadeluxe en de acteurs zonder overdrijving briljant. Geen sociaal-historische achtergrond, over de deplorabele staat van New York in de eighties. Geen frontale aanval ook op Trump, die destijds in een advertentie pleitte voor de doodstraf voor de jongens. Wel: karakterstudies van vijf opgroeiende jongens die de cel in worden gemanipuleerd en vervolgens door moeten, voorgoed beschadigd.

Logisch dat When They See Us in de vruchtbare bodem van ressentiment en van verzet tegen racisme valt, maar dit is fictie die hypes en politieke actualiteit overstijgt en de onvatbare realiteit ietsje meer bevattelijk maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden