Boekrecensie Non-fictie

Wesseling is erudiet in zijn nieuwe bundel en schrijft afwisselend over luchtige en serieuze kwesties (****)

Boek (non-fictie) - Daverende dingen dezer dagen, H.L. Wesseling

H.L. Wesseling: Daverende dingen dezer dagen – kritische kanttekeningen bij hedendaagse verschijnselen

Prometheus; 216 pagina's, € 16,99.

Wie van Frankrijk houdt, van snedige anekdotes en van geschiedenis in het algemeen, komt bij de historicus H.L. Wesseling nooit tekort. Ook de bundel Daverende dingen dezer dagen – oubollige titel – is weer een heerlijk pakje van Sjaalman geworden. Wesseling is erudiet en schrijft met een lichte pen, ook over serieuze kwesties als hoe (weinig) zinvol het is opvattingen over genocide te verbieden. 

Anekdotes genoeg. Over het driesterrenrestaurant Lasserre in Parijs, dat fungeerde als de ‘kantine’ van De Gaulles cultuurminister Malraux. Over de wijn als merkteken van de Franse identiteit. Wesseling had eens tijdens een lunch met twee Franse vrienden drie flessen wijn leeggedronken. Na de kaas vroeg de gastheer of er nog behoefte was aan een digestief, een mooi glas calvados bijvoorbeeld. ‘Non!’, zei de Franse tafelgenoot verontwaardigd. ’Jamais d’alcool!’ Nooit alcohol – in Frankrijk begint het pas te tellen bij sterke drank.

Ook zwaardere noten worden gekraakt. De titel Daverende Dingen Dezer Dagen hoorde bij een rubriek in het blad Haagsche Post. Dat was voor de oorlog, maar in de inleiding wijst Wesseling op het ‘daverende’ debat van tegenwoordig, vooral over dekolonisatie, excuses en herstelbetalingen, waarbij in onze musea ‘Van Gogh en Mondriaan weldra plaats moeten maken voor brandmerken, zwepen, galgen en andere attributen van de slavernij’. Dit alles komt Wesseling ‘overdreven’ voor, niet alleen omdat hij zich als liberaal niet gauw opwindt, maar ook en vooral omdat hij zeer ter zake kundig is. Zijn magnum opus Verdeel en heers behandelt de deling van Afrika in de 19de eeuw. Ook deze bundel is voor museumdirecteuren een aanrader.

Zijn voormalige Leidse collega-hoogleraar Karel van het Reve valt ook een beschouwing ten deel. Wesseling is een ‘onvoorwaardelijk bewonderaar’, en dat is niet verrassend aangezien het hier duidelijk zielsverwanten betreft. Allebei ouderwetse liberalen, allebei minder van de grote greep – de ‘anonieme krachten en lange termijnontwikkeling’, schrijft Wesseling – dan van de veelzeggende kleine waarneming. Wesseling is in staat om te bewonderen – een mooie eigenschap die weinigen op dat niveau is gegeven. Toch zijn er ook aan de bewondering grenzen. Wesseling schrijft dat hij Karel van het Reve als denker hoger inschat dan de ideeënhistoricus Isaiah Berlin. Dat is een vergissing. Maar aan een boom zo vol geladen, is een foutje graag vergeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.