Theater Volgens Wensink

Wensink over de kritiek van Bernhard Hammer: ‘Het is niet de taak van de criticus om tot elke prijs de intentie van een maker te verdedigen’

Foto Berto Martínez

Stelling: Bernhard Hammer verwijt het de wereld dat die verandert

Altijd pijnlijk, als een bewonderd coryfee een boze oude man blijkt te zijn geworden. In het zomernummer van vakblad Theatermaker wordt de Oostenrijkse decorontwerper Bernhard Hammer (57) gevraagd te reageren op recensies van De Oresteia bij Het Nationale Theater, die kritisch waren over zijn decor. De moeizaam ronddraaiende, kanariegele golvende vloer deed volgens Trouw ‘pijn aan de ogen’, en deze krant noemde het een kermisattractie uit vroeger jaren. 

In de leuke rubriek ‘Kritiek op de kritiek’ in TM toont Hammer zich vervolgens van zijn meest kinderachtige kant: de critici hadden het natuurlijk niet begrepen, en deugen sowieso nergens (meer) voor: ze kunnen ‘geen betekenis meer toekennen’, zijn niet in staat ‘de intenties van de makers te lezen’, en kunnen enkel nog ‘reageren op wat zij kennen’; wij zijn, kortom, zelfingenomen en ‘zelfreferentieel’ (mooi woord wel). Uiteindelijk blijkt dat trouwens allemaal de schuld van het neoliberalisme.

Het is een klacht die om weerwoord vraagt. Allereerst: het is niet de taak van de criticus om tot elke prijs de intentie van een maker te verdedigen. Soms deugt de intentie niet, en soms lukt het niet om die goed over te brengen. In het geval van Hammers gele golfplaat denk ik dat menig criticus oprecht zijn hoofd heeft gebroken over de bedoeling en betekenis. Alleen: die bleven een raadsel. Dan resteert er eigenlijk maar één conclusie: het is gewoon niet gelukt. Een goede metafoor prikkelt de fantasie. Bij een slechte slaat de verbeelding dood.

Hammer wijt dit niet aan een eigen inschattingsfout, maar geeft ‘de huidige toneelkritiek’, Netflix en het neoliberalisme de schuld. Dat is natuurlijk flauwekul, maar er is de laatste jaren in het Nederlands toneel wel degelijk iets veranderd; in esthetiek, codes, referenties en interpretatie - een ontwikkeling die Hammer niet goed kan vatten en waar hij zich dus maar verbeten tegen te weer stelt.

Volgens mij zit het zo: theatermakers en decorontwerpers refereren in hun werk aan de wereld om hen heen, en aan de prikkels, impulsen, esthetiek, vormen en verhalen die daar onderdeel van zijn. Waar iemand als Hammer vaak naar abstracte beeldende kunst verwijst, zullen jongere makers eerder aan games, films, clips, YouTube, Facebook en Netflix refereren. Dat wil niet zeggen dat scenografie in Nederland steeds meer een naturalistische weergave wordt van de werkelijkheid, zoals Hammer tobberig beweert. Nee, er wordt verwezen naar een andere, door moderne multimedia gekleurde werkelijkheid. En de vormen die worden geciteerd, die zijn realistischer en verhalender van aard. 

Ook commercieel amusement maakt deel uit van de hedendaagse cultuur, en ook daarnaar wordt gretig verwezen. Maar dat betekent niet dat het theater zélf commercieel amusement wordt, zoals Hammer humeurig voorspelt. Hij hanteert bovendien een volstrekt oudbakken onderscheid tussen amusement en experiment, alsof die twee elkaar altijd volledig zouden uitsluiten.

Hammer moppert dat toeschouwers anno nu ‘symboliek’ niet meer begrijpen. Maar dat klopt niet, er zijn simpelweg andere vormen en beelden ontstaan. Jonge makers gebruiken niet meer een kartonnen doos als symbool voor ontheemding, maar lenen beelden uit het massa-entertainment en het computerdesign, óók om die vervolgens te ontrafelen en bekritiseren. Maar dat laatste wil Hammer niet zien. Nee, voor hem is het allemaal gemakzuchtige imitatie en zelfs ‘neoliberalen Scheiss’. In zijn woede toont hij zich een man die zijn grip op de tijdgeest is verloren, en het de wereld verwijt dat die verandert.      

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Rutger Pontzen, Henrien Wensink of Nell Westerlaken stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.