Welsprekendheid overtuigt meer dan deskundigheid

In een fascinerende dialoog over waarheid en leugen komen de schrijver Coetzee en de psychoanalytica Kurtz niet nader tot elkaar.

Coetzee Beeld Ulla Montan
CoetzeeBeeld Ulla Montan

Wat kenmerkt een goed verhaal? Een verhaal dat boeiend is en waarin we zolang het duurt willen geloven? Het is een vraag die, ondanks de titel, nauwelijks aan bod komt in de dialoog-in-brieven, tussen de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee en de Britse psychoanalytica Arabella Kurtz. En dat is eigenlijk maar goed ook. Goede verhalen moet je schrijven, en niet de recepten ervoor verstrekken. Die zijn toch onuitvoerbaar, voor ieder ander dan voor de verhalenmaker zelf.

Over fictie en werkelijkheid gaat het wel in deze gedachtenwisseling. Of eigenlijk over waarheid en leugen. Coetzee en Kurtz, die zijn werk bewondert, hebben beiden dagelijks te maken met verhalen. Coetzees core business is verhalen bedenken, mensen bedenken, Kurtz hoort de hele dag verhalen aan die echte mensen, mensen met problemen, over zichzelf hebben bedacht. Zij vertellen het verhaal dat ze van hun leven hebben gemaakt, of het verhaal waarmee ze aandacht, hulp en troost willen krijgen. In beide gevallen kan de schrijver of therapeut de verhalen ombuigen in een gewenste richting.

Illusies

Coetzee gelooft stellig dat wij leven in een fictie, over onszelf en anderen. Dat moet wel, om een beetje comfortabel te kunnen leven. Als die fictie over onszelf zich goed verdraagt met de fictie van anderen, hebben we werkzame relaties met elkaar. Maar dat neemt niet weg, zegt hij, dat die fictie leugenachtig kan zijn, 'het verhaal dat ons het beste uitkomt'. Kurtz erkent het twijfelachtige gehalte van verhalen van haar patiënten, maar voor haar is dat geen probleem, zolang mensen zich door dat subjectieve verhaal beter gaan voelen en beter functioneren.

Er is een belangrijk verschil tussen de twee gesprekspartners: Coetzee schrijft helemaal niet om zijn lezers beter te maken of zich fijner te laten voelen. In zijn romans laat hij zien hoezeer mensen zich door hun illusies over zichzelf en anderen laten begoochelen; hij fileert die tragische misvatting met een fijn mesje, hij ontmaskert zijn personages.

Uiteindelijk is het Coetzee te doen om de waarheid, ook al weet hij dat die zich nooit zal openbaren. Hij schrijft: 'Ik zou graag willen geloven dat het universum rechtvaardig is, dat er een of ander oog is dat alles ziet, dat overtredingen van de wet niet onbestraft blijven. Maar een stem blijft vragen: is dat werkelijk zo? Wemelt het in het alledaagse leven niet van de voorbeelden van mensen die zijn vergeten wat ze zich maar liever niet willen herinneren, en wie het desondanks goed gaat?' God bestaat niet, de moraal is een lachertje: slechte mensen worden helaas niet bestraft. Maar in zijn romans kan Coetzee hen maken en breken.

Groepsdwang

Het goede verhaal is een scherpzinnige en fascinerende dialoog, waarin Coetzee voor zijn doen zeer persoonlijk en open is, waardoor je beter begrijpt uit welke morele dilemma's zijn werk is ontstaan. Zijn verhaal over de groepsdwang in een groep jongetjes met wie hij als kind op straat rond schuimde, maakt zijn angst voor en afkeer van groepen vanzelfsprekend. Kurtz daarentegen meent dat groepen mensen, bijvoorbeeld in medische teams, heel constructief kunnen samenwerken en vindt dat een belangrijke vaardigheid.

Schitterend is een passage van Coetzee, die jarenlang lesgaf, op de middelbare school en aan de universiteit, over onderwijs. Kinderen en jongeren vertonen, schrijft hij, altijd klierig, kinderachtig en regressief gedrag in de klas, omdat ze daar niet opgesloten willen zitten. Hun wil wordt gebroken. De leraar is buitensporig veel tijd kwijt aan orde houden in die kindergevangenis. Toch moet het, willen ze wat leren. Heel soms, schrijft hij, lukt het om met kinderen te filosoferen, om ze echt te laten nadenken over een onderwerp, en dat lukt alleen in een dialoog. Coetzee beseft met een schok waarom zijn studenten aan de universiteit zoveel meegaander waren dan die op de middelbare school: degenen die niet is het systeem pasten, zijn dan allang afgevallen. 'We hebben ons het lesgeven makkelijker gemaakt door de probleemgevallen uit het reservoir te verwijderen.'

Overtuigingskracht

Ook de bijdragen van Kurtz zijn lezenswaardig, al hamert ze wel steeds op hetzelfde: dat het doel - genezing, 'groei', zelfbewustzijn - elk effectief verhaal rechtvaardigt. Hoe hoffelijk de briefschrijvers ook zijn, uiteindelijk komen ze niet nader tot elkaar. Ze lijken, ook letterlijk, een andere taal te spreken. Coetzees taal is altijd volkomen helder en vrij van jargon, en zijn voorbeelden zijn concreet. Kurtz houdt uiteenzettingen over de projectie, transferentie, het superego en de paranoïde-schizofrene fase, ongetwijfeld heel deskundig, maar ze maakt de gedachtenwisseling er niet helderder door. Wat de vraag oproept: is overtuigingskracht, los van de vraag naar waarheid, niet vooral een kwestie van welsprekendheid, van een elegante stijl en aansprekende woordkeus? En hoe eerlijk is dat?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden