Wellust en geweld

'Gevaarvolle lectuur voor jonge mensen', oordeelden de katholieke zedenbeschermers in 1934 over het werk van Guillaume Apollinaire. Als reden voor hun afwijzing voerden ze 'de ongebreidelde weetgierigheid' van de dichter aan....

Met veel aandacht voor details verhaalt Apollinaire over de seksuele avonturen van de Roemeense prins Mony Vibescu. Vibescu's omzwervingen voeren hem van Boekarest naar Parijs en weer terug, waarna hij tot officier in het Russische leger wordt benoemd. Het doet hem deugd dat juist de oorlog met Japan is uitgebroken: 'Het schijnt dat de kont van een Japanner niet te versmaden is', merkt hij gnuivend op.

De gul geschapen prins en zijn gewelddadige knecht blijken een voorkeur te hebben voor seksuele escapades, waarbij alle betrokkenen na afloop met sperma, bloed en stront zijn overdekt. Er gaat in Les 11.000 verges geen pagina voorbij zonder gedetailleerde beschrijvingen van flagellatie, bestialiteit, necrofilie, onanie, sodomie, incest, sado-masochisme of gewone moord en doodslag.

Geen wonder dat een drietal Nijmeegse studenten in de anti-burgerlijke jaren zestig wel wat zag in dit aanstootgevende werkje van de befaamde avant-gardist. Ze vertaalden een hoofdstuk en publiceerden dat in het blad van de Nijmeegse universiteit met als titel: De 11.000 lullen. Daarop volgden Kamervragen van de Katholieke Volkspartij en een optreden van de officier van justitie. De rechtbank legde de drie studenten, onder wie Jan Lenferink, de vertaler, ieder een boete van honderdvijftig gulden op.

Het zou tot 1989 duren, voordat een nieuwe vertaling het licht zag, ditmaal van Bert Simons. Hij koos als titel 11.000 roeden, wat juister is, omdat zo wordt verwezen naar de 11.000 Japanse zweepjes, waarmee Vibescu ten slotte wordt doodgegeseld.

De lezer beleeft Vibescu's tragische einde pas na 122 pagina's boordevol zingenot. Op een gemiddelde, welbestede dag beleeft de prins gemakkelijk zo'n twintig orgasmen in alle denkbare openingen van een hele reeks lijven, maar met overgave verkracht en vermoordt hij ook een aantal kinderen, of ontdoet hij degenen met wie hij paart, van de ingewanden.

Het is, kortom, een weerzinwekkend verhaal. Precies zoals Apollinaire het bedoeld had.

Hoewel de dichter ook wel gewone porno schreef om aan geld te komen, lijkt hij met 11.000 verges iets anders te hebben beoogd dan een prikkeling van de zinnen. Het boek kan immers ook als een hommage aan De Sade worden gelezen, die door Apollinaire werd geprezen als 'de meest vrije geest die ooit heeft bestaan'.

Net als bij Sade gaan in Apollinaire's boek wellust en geweld hand in hand. Sade's filosofie van seksuele destructiviteit als weg naar de bevrijding van de burgerlijke moraal paste uitstekend in Apollinaire's straatje. Het ging hem als avant-gardekunstenaar immers ook om het veranderen van de bekrompen maatschappij. Bijvoorbeeld door, in navolging van De Sade, een antimoraal te prediken en te dwepen met de belangrijkste taboes die er voor het burgerdom bestonden: seksualiteit en geweld.

Terecht voerde Ernst van Altena dan ook aan - in een artikel in Podium uit 1969 ter verdediging van de Nijmeegse studenten (wier vertaling hij overigens 'onder de maat' noemde) - dat het in 11.000 roeden niet om pornografie ging, maar om erotische satire. De erotische satire, stelde Van Altena, parodieert de serieuze pornografie door het overdrijven van de herhalingen en door het beschrijven van het 'fysiek onmogelijke'.

Er zit inderdaad iets onmiskenbaar humoristisch in Apollinaire's verhaal, wat begint met de suggestieve namen van de hoofdpersonen. Zo verbergt het meisje Culculine d'Ancone in haar naam zowel het woord voor reet (cul) als dat voor kut (con). Bovendien neemt de frequentie van de seksuele handelingen vaak hilarische vormen aan, bijvoorbeeld wanneer Mony zich, ter voorbereiding op een orgie, tijdens zijn ochtendtoilet even laat pakken door achtereenvolgens zijn masseur, zijn kapper en zijn manicure.

Maar het is niet waarschijnlijk dat Apolliniare met zijn parodie de porno wilde 'bestrijden', zoals Van Altena veronderstelde. Het is aannemelijker dat Apollinaire de gewone porno niet ver genoeg vond gaan en in deze satire elke morele grens met opzet overschreed om de bevrijding van de burger te bevorderen.

Voorzover 11.000 roeden zulks in 1907 daadwerkelijk heeft bewerkstelligd, is daar nu geen sprake meer van. De moderne lezer kent dergelijk uitzinnig geweld van boeken en films, om van de werkelijkheid maar te zwijgen. Seksuele en agressieve uitspattingen zijn voor ons zo gewoon geworden dat 11.000 roeden, ondanks de humor en de reikwijdte van Apollinaire's seksuele verbeelding, al gauw gaat vervelen. Na verloop van tijd geloof je het wel dat de paal van Mony voor de zoveelste keer tussen de marmeren billen van een Parisienne verdwijnt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden