OverzichtVolksliederen

Welk land heeft het beste volkslied? Onze klassieke muziekredacteur luisterde ze alle 194

Beeld Studio V

Volkskrant-redacteur Merlijn Kerkhof stelde zichzelf tot taak álle volksliederen van de wereld te beluisteren. 

Er zijn 194 landen op de wereld en allemaal hebben ze een nationaal volkslied. Elke sportzomer horen we er een aantal voorbijkomen, als atleten naar het erepodium worden geroepen, of voorafgaand aan een wedstrijd bij het landenvoetbal. Omdat het EK voetbal en de Olympische Spelen zijn afgelast, moeten we het deze zomer ook stellen zonder dat exotischevolksliederengenot.

Toch?

Gelukkig is er voor de liefhebbers iets om te bingen: een cd-box met álle nationale volksliederen. Niet alleen van de lidstaten van de Verenigde Naties, de algemeen erkende landen, maar ook die van semionafhankelijke gebieden zoals Guam (Micronesië, VS) en zelfs Abchazië staan erop, het van Georgië afgescheiden republiekje dat maar door een handjevol landen wordt erkend. De 2019-editie van The Complete National Anthems of the World is ingespeeld door drie Slowaakse symfonieorkesten.

Ik besloot al die volksliederen te beluisteren, de teksten buiten beschouwing latend. Ik was benieuwd hoe de verschillende landen zich in muziek presenteren, en wat dat weer over die landen zegt. En: welk land zou het wereldkampioenschap Beste Volkslied winnen? Dit zijn mijn bevindingen.

De meeste volksliederen lijken op elkaar

Twaalf uur muziek, verdeeld over tien cd’s: het bleek nogal een zit. Ik geef toe dat ik vanaf cd zes wat tracks na 20 seconden heb doorgespoeld. Niet alleen omdat de muziek op zich meestal niet zo bijzonder is. De eenvormigheid is het grootste probleem. Als je een willekeurig volkslied te horen krijgt en dat niet toevallig al kent, is de kans dat je het bijbehorende land raadt nogal klein. Ook het continent raden is een uitdaging: de noten geven zelden iets weg over het land dat bezongen wordt.

Hoe komt dat? De tijd waarin veel landen een volkslied lieten schrijven, valt samen met de opkomst van het nationalisme en de oprichting van een groot aantal staten; de tweede helft van de 19de en vroege 20ste eeuw. We horen daarom veel muziek uit die tijd, die ook nog eens de blik op het verleden had gericht: conservatieve, gezwollen laatromantiek. Landen van Afrika tot Oceanië hebben zich geconformeerd aan dit model.

India heeft een eigen traditie van klassieke muziek, met eigen ritmen en toonsystemen, en bijzondere instrumenten voortgebracht. Als ik het arrangement van het volkslied op cd vijf beluister, is daar niets van terug te horen. Het symfonieorkest vertekent, blijkt als ik op YouTube verder zoek. Ook Bangladesh en Bhutan klinken ineens een stuk authentieker – deze regio heeft wel een eigen stem. Maar, om bij de b te blijven, wat is er Afrikaans aan dat bombastische lied van Benin?

Als het om volksliederen gaat, zit de wereld nog in een 19de-eeuwse, Europese mal. Er zijn weinig zaken waaraan je de erfenis van het westerse imperialisme zo duidelijk afziet.

Als landen eigen accenten leggen, is het resultaat vaak net-niet

Er zijn ook landen die zich willen onderscheiden, die een element van volksmuziek – of iets wat daarop moet lijken – toelaten. In de Sovjet-Unie was het al de bedoeling dat voor alle deelrepublieken unieke muziek moest worden ontwikkeld, en ook nu springen voormalig Sovjetstaten nog enigszins uit de band met folkloristische eigenzinnigheden. In dat van de Centraal-Afrikaanse Republiek, vol parallelle samenklanken, wordt met het slagwerk nog wat couleur locale uitgedrukt. Het blijkt geschreven door een Franse musicoloog die zich had verdiept in de muzikale tradities van het land.

De mars domineert

Bloedirritant: de hele tijd dendert dat marsritme door mijn speakers mijn huiskamer binnen. De mars straalt kracht uit. Zeker de Latijns-Amerikaanse landen neigen naar militaristisch vertoon. Neem Colombia: niks geen salsa of vallenatomuziek, maar een strak ritme onder een gedragen melodie in een gemakkelijk register om door een vol stadion te worden meegebruld. Bolivia is goed in zijn soort, dit lied blijkt net als dat van Colombia gecomponeerd door een Italiaan. Een walsje als dat van Réunion biedt welkome afwisseling. Het vederlichte, Grieg-achtige niets-aan-de-hand-volkslied van de Faeröer mag er trouwens ook zijn.

Ze staan zelden in mineur

Kort door de bocht: toonsoorten die in majeur staan, associëren we tegenwoordig met vrolijk, mineur (denk aan ‘in mineur zijn’) met verdriet. Logisch dat een zelfverzekerde natie eerder kiest voor een stralend C-groot dan e-klein. Gelukkig zijn er landen met zelfinzicht die voor mineur gaan. Marokko bijvoorbeeld, en Montenegro. En Israël – kom ik zo op terug. Ook in mineur: Kazachstan. Een tikkeltje mysterieus, dit lied, dat in de orkestversie uitstekend geschikt zou zijn voor een Efteling-attractie.

Vaak komen de melodieën niet uit het land waar ze voor staan

Even denk je misschien dat ze een foutje hebben gemaakt, als je het volkslied van Liechtenstein hoort. Maar nee: het ministaatje heeft inderdaad dezelfde melodie als het God Save the Queen/King (al naar gelang van het geslacht van de vorst) van het Verenigd Koninkrijk. De melodie is al ouder en werd vaker op het vasteland van Europa gebruikt. De componist is onbekend.

Het verhaal van het volkslied van Israël is al helemaal bijzonder. De staat werd gesticht in 1948, maar de melodie van het volkslied dateert van rond 1600. La Mantovana, van de componist Giuseppe Cenci, ging een eigen leven leiden en keerde via mondelinge overlevering in vele gedaanten terug. De Tsjechische componist Bedrich Smetana vond de melodie op en top Boheems en pikte hem voor zijn symfonisch gedicht De Moldau, ook bekend van reclames.

Toen eind 19de eeuw een melodie werd gezocht voor bij het zionistische gedicht Hatikva (de hoop), kwam de componist Samuel Cohen uit op een melodie die hij juist voor Oost-Europese, ‘Joods’ klinkende volksmuziek hield. Het eerste deel van Hatikva, dat tot nationaal volkslied zou worden uitgeroepen, is dus nagenoeg gelijk aan het Moldau-thema.

Ook klassieke componisten maakten volksliederen

Tussen de volksliedcomponisten zitten ook wat grootheden uit de canon. De Europese Unie gebruikt de melodie van Ode an die Freude, uit de finale van Beethovens Negende symfonie. Oostenrijk gebruikt voor Land der Berge, Land am Strome een melodie die aan Mozart werd toegeschreven, maar waarvan het auteurschap nu wordt betwist.

Mede-Oostenrijker Joseph Haydn schreef in 1797 zijn Kaiserhymne, met de tekst ‘Gott erhalte Franz den Kaiser’. De dichter August Heinrich Hoffmann von Fallersleben, aanhanger van de Duitse eenwording, schreef in 1841 in ballingschap op het rotseiland Helgoland een nieuwe tekst: het Lied der Deutschen. Het groeide uit tot Duits nationaal volkslied, door meerdere regimes erkend. Alleen werd met de denazificatie het eerste couplet – ‘Deutschland, Deutschland über alles’ – weggelaten. Nu is alleen het derde couplet, beginnend met ‘Einigkeit und Recht und Freiheit’ officieel erkend.

Het Wilhelmus is…

De enige reden waarom het Nederlandse volkslied zich staande houdt tussen de andere, is dat de rest zo mager is. Lied en tekst zijn oud, dat wel: de melodie zoals we die kennen is opgetekend door Adriaen Valerius in zijn Nederlandtsche Gedenck-Clanck uit 1626, maar heeft nog oudere wortels als Frans soldatenlied (16de eeuw). Over de tekstschrijver tasten historici nog altijd in het duister. Hoe dan ook heeft het weinig met ‘het Nederlandse volk’ te maken, maar alles met de persoonsverheerlijking van Willem van Oranje. Het is een acrostichon (naamgedicht) vanuit zijn perspectief.

De ritmische onregelmatigheid in de melodie is best aardig, daarover geen klachten. Alleen de zetting – hoe de melodie muzikaal is ingebed en van akkoorden voorzien – is flut, futloos, larmoyant en lamlendig. Die middenstemmen die zo slapjes blijven liggen: alsof ze alle hoop op beterschap verloren hebben. De zetting is trouwens gemaakt door een Oostenrijker, Eduard Kremser. Nou, chapeau.

We moeten erkennen dat Kosovo een beter volkslied heeft dan wij.

De tegenvallers

De meeste volksliederen gaan volledig langs je heen. Brunei bijvoorbeeld: het ene oor in, het andere oor uit. Het Friese volkslied, te horen voorafgaand aan thuiswedstrijden van SC Heerenveen, is eigenlijk gewoon een gejatte Duitse melodie en zit hoog in de vergeetbaarheidscurve. Zo’n mooie provinsje verdient beter.

Dat een land groot of machtig is, betekent niet dat het een goed lied weet voort te brengen. Japan bijvoorbeeld, begint veelbelovend, maar gaat als een nachtkaars uit. Van het land dat Verdi, Rossini en Respighi voortbracht, Italië dus, zou je ook wel iets meer verwachten. Het Amerikaanse volkslied is alleen te doen in de uitvoering van Jimi Hendrix.

De topdrie

Op drie: Hongarije. Het volkslied, het tegenovergestelde van een oorwurm zoals de Franse Marseillaise, verraadt vakmanschap. Het zich zou lenen als thema voor een langzaam deel in een symfonie. Op twee, in kader van ‘beter goed gepikt dan slecht gejat’: Israël. Het materiaal van het B-deel dat op de Moldau-melodie volgt, biedt prima tegenwicht: Hatikva is ijzersterk. Maar aan het eind, in minuut 90+4, winnen de Duitsers. Haydn, onverslaanbaar. Janken, elke keer weer. De bokaal gaat naar Berlijn.

Nieuwe deuntjes

Een nieuw regime betekent vaak een nieuw volkslied. Irak is er na de val van Saddam Hussein qua lied niet echt op vooruitgegaan. Anders is dat in Libië, dat het volkslied van voor Kadhafi in ere heeft hersteld. Veel volksliederen verzuipen in hun pretentie. Het Libische volkslied is een lekker melodietje: alles komt goed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden