Kunstrecensie Adriaen Brouwer: meester van emoties

Weinigen schilderden de lodderige oogjes van een wankele boerenpummel beter dan Adriaen Brouwer (vier sterren)

Adriaen Brouwer was een meester in het schilderen van cafégangers. In zijn geboorteplaats Oudenaarde hangen dertig van zijn werken krap op elkaar. Zijn grootste kwaliteit was het weergeven van gebaren, uitdrukkingen en houdingen. 

De roker, Adriaen Brouwer (ca. 1603-1638). Beeld Het Mou

De roker toont Adriaen Brouwer (ca. 1603-1638) op z’n brouweriaanst, Adriaen doing the full Adriaen. Het schilderij toont een herberg met een groepje bierende kunstenaars, onder wie de Nederlandse schilders Jan Lievens, Jan Davidsz. de Heem en Brouwer zelf; wie wil, kan er de pointe in zien van een klucht. Mogelijke plot: Adriaen zegt tegen z’n vrouw dat-ie gaat schilderen en tegen z’n leermeester dat-ie met z’n vrouw op stap moet, en duikt vervolgens met z’n maten de kroeg in – uiteraard staan na een pintje of wat die vrouw en die leermeester alsnog voor z’n neus, asjemenou.

Had-ie niet..?

Zou-ie niet..?

Ja, Adriaen, klets je daar nog maar eens uit.

Het loont om even stil te staan bij hoe Brouwer zijn betrapte zelf afbeeldde. Aanschouwelijk. De halverwege tafelblad en lippen tot stilstand gekomen bierkruik; het opdwarrelende rookwolkje uit de onnozel openhangende mond; de blik die doet denken aan die van Roadrunners achtervolger Wile E. Coyote, als het hem begint te dagen dat de rotspunt waarop hij stond enkele momenten terug al in het ravijn is gevallen: het is allemaal even treffend gedaan. Brouwer moet veel tijd voor de spiegel hebben doorgebracht om het te vangen. Het bevestigt zijn reputatie als begenadigd schilder van affecten; een reputatie waaraan de Brouwer-tentoonstelling in het Mou, in zijn geboortestad Oudenaarde (Vlaamse Ardennen), haar ondertitel dankt: Meester van emoties.

Het is best een leuke tentoonstelling, daar in het stadhuis op de Markt. Zet u eroverheen dat de werken krapjes opeen hangen en de belichting op zijn zachtst gezegd wisselvallig is, en u heeft een prima tijd. Immers: er hangen hier bijna dertig Brouwers bijeen, meer dan er ooit bij elkaar hebben gehangen en waarschijnlijk ook meer dan er ooit bij elkaar zullen hangen. Daaronder zijn fraaie bruiklenen, zoals een stel rokers uit Warschau en een pijnlijke armoperatie uit München. Ook fijn: de uitvoerige catalogus. Men heeft moeite gedaan om Brouwers levensfeiten eens goed tegen het licht te houden. Enkele misverstanden over zijn geschiedenis zijn opgehelderd.

Zoals veel in Haarlem opgeleide schilders, en zoals veel 17de-eeuwse Hollandse schilders in het algemeen, opereerde Brouwer in een niche: die van het genrestuk, in zijn geval taveernes. Een Brouwer-herberg pik je er zo uit. Het is er donker, guur en onhygiënisch; poepen doet men bij voorkeur met de deur open. Voorts wordt er gedronken, gedobbeld, meer gedronken, gekaart, nog meer gedronken, gevochten, een roes uitgeslapen met het hoofd op het tafelblad; de laatste ronde duurt er eeuwig voort. Kijkt men er graag naar? Jazeker. Wil men er logeren? Eh, nee.

Brouwer schilderde zulke scènes gaandeweg steeds rustiger, geconcentreerder, beter. Atmosferischer. Hij schilderde ze als gezien door een gordijn van tabaksrook of door de bodem van een geheven glas; op de achtergrond vond hij altijd wel plek voor een mooi stilleven met potjes of een met smaak geschilderde bierkruik. Zijn grootste kwaliteit was, als gezegd, zijn weergave van de cafégangers zelf, hun uitdrukkingen en gebaren, hun houdingen. Weinigen schilderden de lodderige oogjes van een wankele boerenpummel of zijn leep door z’n neus rokende kompaan beter dan Brouwer deed. In zijn korte leven schilderde hij ook portretten en landschappen. Hem een kleine meester noemen zou onterecht zijn.

Adriaen Brouwer: meester van emoties. Museum Oudenaarde en de Vlaamse Ardennen. T/m 16/12.

Adriaen Brouwer: een dolende ziel

Adriaen Brouwer leidde een rusteloos leven. Hij reisde voortdurend van plek naar plek. Geboren in ­Oudenaarde als zoon van een ontwerper voor ­tapijtkartons (Oudenaarde was indertijd een centrum van tapijtnijverheid) week hij in de jaren twintig van de 17de eeuw uit naar de Noordelijke Nederlanden: Gouda, Amsterdam, Haarlem. In die laatste stad onderging hij de invloed van Frans en Dirck Hals en kreeg hij voet aan de grond als kunstenaar. Hij maakte deel uit van de ­rederijkers.

Begin jaren dertig vestigde hij zich in Antwerpen. Hij zat er een tijdje in de gevangenis omdat hij door zijn kleren werd aan­gezien voor een Hollander (kunstenaars­biograaf ­Arnold Hou­braken rept van spionage). ­Later zou hij nog verscheidene malen noordwaarts reizen.

Hij genoot inmiddels faam als schilder, in het bijzonder onder collega’s, die zijn werk kochten en zelfs zijn gretigste afnemers waren: de typering schilders-schilder is hier op z’n plek. ­Rubens bezat zeventien schilderijen van Brouwers hand. Rembrandt had er zes. Rijk werd Brouwer er niet van, naar verluidt stierf hij arm. Biograaf Arnold Houbraken schrijft dat zijn lijk zelfs in een graf voor pestdoden werd ­gesmeten, alvorens ­Rubens het bij wijze van eerbetoon liet herbegraven in de Karmelietenkerk. Maar dat is wellicht een broodje aap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.