Weinig bezielde Philharmoniker

De Wiener Woche die zich deze week in het Concertgebouw afspeelde – zwaartepunt in een seizoen met muziek uit tien Donaulanden – heeft uitgewezen dat het befaamdste orkest uit dit gebied twee gezichten heeft....

Het ene heeft kleur . Dat is het gezicht dat de Wiener Philharmoniker in het Concertgebouw lieten zien in Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie onder leiding van Valeri Gergjev.

Een ander, afgeschminkt gezicht werd de avond tevoren getoond in een door Peter Schneider gedirigeerde concertuitvoering van Mozarts opera Così fan tutte. Officieel zaten bij deze mooi gezongen maar sloom begeleide sessie geen Philharmoniker op het podium. Want zo heten deze Weners alleen als ze hun eigen concerten organiseren of zelfstandig op tournee gaan. Of, zoals ze in juni van plan zijn, over de Middellandse Zee varen als cruiseschip-attractie onder leiding van Zubin Mehta.

In Mozarts Così traden ze op namens de Weense Staatsopera, hun vaste werkgever. Zou werken voor de baas een andere muzikaliteit met zich meebrengen? Op het podium zaten (in kleinere bezetting) dezelfde musici als dinsdag, en je kon horen dat ze kwaliteit hebben.

Maar op de B-schaal van de bezieling werd laag gescoord, en het T-gehalte stond of viel met het temperament van Angelika Kirchschlager (Dorabella) en haar sopraancollega Laura Tatulescu, als het kamerkatje Despina. Nog mooi dat zij meededen in die rollen. Ze zongen ze pas nog in de Weense Staatsopera onder leiding van Riccardo Muti.

Nu zijn het niet allemaal Mehta’s en Ozawa’s die het orkest dagelijks in de Weense orkestbak tegenkomt. Ze kennen ook mindere goden, en als het moet zien de dekselse Weners er niet tegenop een Tosca op de automatische piloot te spelen en daar een dirigent pro forma bij te laten zwaaien, zoals bij een vorig bezoek gebeurde.

Zo routineus ging het er maandag onder Peter Schneider niet aan toe. Maar Schneider (ook een Wener, en in de Staatsoper dit voorjaar vooral in de weer met reprises van Strauss’ Salome en Wagners Lohengrin) wierp zijn braafheid zelden af en legde, afgezien van een accentje hier en een crescendo daar (zoals in de altijd enerverende finale van akte I) het lot van Mozarts fenomenale orkestaandeel wel erg vaak in handen van strijkers en blazers die er weinig mee deden. Wel mooi hoe de Weense hoornisten hun makkelijk te verzieken obligaatpartij in Fiordiligi’s aria Per pietà (gezongen door Ricarda Merbeth) gewoon uit hun Wiener Horn laten rollen.

Aangevuurd door Gergjev, triomfeerde het koper daags daarop in Tsjaikovski’s Vijfde vaker dan strikt nodig was: veel sensatie van het moment, weinig opbouw en dynamische dosering. Delen uit Berlioz’ symfonie Roméo et Juliette, minder bekend bij de Wiener, voldeden het best als gooi- en smijtwerk – niet als toonbeelden van Berlioz’ originaliteit in stemvoering en orkestratie.

Maar het blijven Philharmoniker. Ze leven van en voor de klank. Altijd boeken, die cruise, want al zou de Aidadiva zinken, ze blijven musiceren tot het bittere eind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden