postuumDavid Gulpilil

Weinig acteurs konden een film zo naar zich toe trekken als Aboriginal-acteur David Gulpilil (1953-2021)

David Gulpilil in 1972. Beeld Getty
David Gulpilil in 1972.Beeld Getty

De maandag overleden Australische acteur kreeg pas rond zijn 50ste vaker de kans een andere kant te laten zien van zijn culturele achtergrond.

Pauline Kleijer

Hij was een van de grootste acteurs van Australië, maar leefde lange tijd als een zwerver. David Gulpilil, die maandag op 68-jarige leeftijd overleed, kende een schitterende carrière, met hoofdrollen in bekroonde films als The Last Wave (1977), Rabbit-Proof Fence (2002) en Ten Canoes (2006). Zijn privéleven was minder rimpelloos. Altijd bleef Gulpilil schipperen tussen twee werelden, die van de ‘whitefellas’ en die van de Aboriginals, de gemarginaliseerde inheemse bevolking van Australië.

Gulpilil, geboren in (of rond) 1953, groeide op bij een traditionele Yolngu-clan in de bush van Arnhemland. Hij was een danser die nauwelijks Engels sprak toen hij op 15-jarige leeftijd werd ontdekt door de Britse filmmaker Nicolas Roeg, die hem een hoofdrol gaf in het outbackdrama Walkabout (1971). Het project maakte Gulpilil de eerste volbloed Aboriginal die een paspoort kreeg, zodat hij naar het filmfestival van Cannes kon reizen voor de première.

Jarenlang bleef Gulpilil de man tot wie filmmakers zich wendden zodra ze een Aboriginal zochten, niet zelden om het cliché van de spirituele wilde te vertolken. Gulpilil deed een vrolijk dansje in de Australische filmhit Crocodile Dundee (1986) en was te zien als magiër in Philip Kaufmans astronautendrama The Right Stuff (1983) en Wim Wenders’ Until the End of the World (1991).

Rond zijn 50ste kreeg hij vaker de kans een andere kant van zijn culturele achtergrond te laten zien. In The Tracker (2002), van de in Nederland geboren Australiër Rolf de Heer, speelde hij een sporenlezer, een kenner van het land. Een soortgelijke rol had hij in het drama Rabbit-Proof Fence van Phillip Noyce, dat de onmenselijke behandeling van de inheemse bevolking door de Australische regering aan de kaak stelde.

In beeld was hij een fenomenale verschijning. Weinig acteurs konden een film zo naar zich toe trekken als Gulpilil. Als de camera’s stopten met draaien, was zijn gezag niet zo vanzelfsprekend. Gulpilil worstelde met een alcoholverslaving en werd veroordeeld tot gevangenisstraffen voor agressief gedrag en rijden onder invloed. Wanneer hij niet werkte of in de cel zat, woonde hij in een huis zonder elektriciteit en water – als hij al een huis had. Het geld dat hij verdiende, gaf hij gemakkelijk weg.

My Name Is Gulpilil (2021). Beeld
My Name Is Gulpilil (2021).

De Heer, die driemaal met hem samenwerkte, legde de schuld voor Gulpilils problemen deels bij de filmindustrie. ‘Hij is slecht begeleid’, zei de regisseur in een interview met de Volkskrant in 2015. Als jong acteur kwam Gulpilil in aanraking met beroemdheden als Dennis Hopper, die hem leerde drinken, en Bob Marley, die hem liet hem kennismaken met marihuana. Ondertussen maakte zijn roem geen indruk op het Australisch gezag. ‘Ik weet dat ik er als blanke man niet voor zou zijn vastgezet’, zei De Heer over Gulpilils strafblad.

Bij de voorbereiding op zijn film Charlie’s Country (2013), losjes gebaseerd op Gulpilils gespleten leven, trof De Heer de acteur aan op een dieptepunt, broodmager en in de gevangenis. Charlie’s Country, waarin Gulpilil als vanouds schittert, leverde hem de Un certain regard-prijs voor beste acteur op in Cannes. Het drinken zwoer hij af.

In 2017 werd longkanker bij hem geconstateerd. Hij zou nog maar kort te leven hebben, maar Gulpilil maakte dit jaar toch nog de première mee van de laatste film waaraan hij meewerkte: de documentaire My Name Is David Gulpilil. De dood noemt hij daarin ‘een enkele reis terug naar het land’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden