Boekrecensie Kamers antikamers

Weijers heeft al schrijvende haar eigen ‘kamer’ opgetrokken, toch beperkt regelloosheid uiteindelijk ook ★★★☆☆

In haar tweede roman laat Niña Weijers de verteller (on)vrijheid beleven in een aantal mogelijke levens. Vrijwel plotloos schrijft ze, maar haar heldere verteltrant zorgt voor coherentie. 

Beeld Silvia Celiberti

Om fictie te kunnen schrijven heb je een kamer voor jezelf nodig, stelt Virginia Woolf in haar essay A Room of One’s Own uit 1929. Een kamer waarin je als vrouw je eigen gang kunt gaan, zonder dat de wereld (de man) je voorschrijft wat je wel of niet moet en mag. Tegelijkertijd kan je in een kamer juist worden opgesloten. Waar ben je vrij? Tussen vier muren of in het tegenovergestelde; daarbuiten, in de wijde wereld?

In haar tweede roman, Kamers antikamers, onderzoekt schrijver Niña Weijers (1987) deze vraag door haar verteller, een vrouwelijke schrijver van in de dertig, (on)vrijheid op verschillende manieren te laten beleven, in een aantal mogelijke levens die onaangekondigd en vaak ongemerkt in elkaar overvloeien. Een amalgaam met een paar vaste componenten, zoals de bijna dagelijkse wandelconversatie met vriendin M, waarin we schrijver Maartje Wortel herkennen. In dier onlangs verschenen roman Dennie is een star voert zij vriendin N. op, met wie eveneens dagelijks gewandeld wordt. We herkennen ook een koude vakantieweek in Normandië, gekibbel over de verwarming (N. wil hem aan, M. uit) en de schurftige kat die in Wortels boek de hoofdrol speelt. Bewuste overlap die je als een literaire knipoog van schrijver naar schrijver kunt beschouwen (of als flauw grapje voor ingewijden als het in Weijers’ boek óók al quasi-serieus over iets idioots als ‘koele gels’ gaat).

Tevens onveranderlijk is het laatnegentiende-eeuws pand aan een stadspark, dat lijkt op het Witsenhuis aan het Oosterpark in Amsterdam, waar Weijers woont. Haar verteller krijgt in het huis een verdieping toegekend waar ze als ‘armlastig’ schrijver in alle vrijheid aan haar tweede boek kan werken. Dat lukt niet echt. Het lijkt haar ineens kinderachtig: ‘personages verzinnen die een conflict moeten hebben, een onmogelijk verlangen, en na wat tegenslagen uiteindelijk berusten of roemloos ten onder gaan.’ Ze kampt bovendien al tijden met een gebrek aan plot. Ze heeft niet veel meer dan ‘lichtval, een paar schaduwen – vage angsten en herinneringen’. Ze wíl ook helemaal geen verhaal. Of ligt het anders, en wil het verhaal haar niet? Van de weeromstuit probeert ze te schrijven over ‘kalm geluk’, over ‘twee mensen die gewoon met elkaar doorleefden, zonder elkaar diepe schade te berokkenen, zonder uit elkaar te gaan.’ Tja, dat wordt natuurlijk niets.

Veilig leven

Ondertussen lezen we een boek waarin een waaier aan mogelijke levens van de verteller wordt opengevouwen. Er is een veilig leven met een stabiele man. Er is een vrijgezellenleven met affaires, een leven met een kind en etentjes met vrienden. En er is het passionele leven dat in dienst staat van een destructieve relatie met een vrouw. Weijers laat haar verteller voornamelijk in de eerste persoon spreken, maar stapt soms over op de derde persoon, zoals in de beschrijving van die destructieve relatie. De verteller duidt zichzelf dan aan met ‘de kleine’ of ‘de vrouw’ en de ander als ‘de ander’. Niemand krijgt namen. Hoewel de tanende liefde alle elementen voor een klassiek liefdesverhaal bevat, wordt alles gerapporteerd in een lange opsomming van observaties (‘De twee vrouwen werden verliefd’, ‘De ander ging op vakantie met haar vrouw, de kleine bleef thuis en telde de dagen af tot ze terug was’, ‘De ander kwam terug van vakantie’, et cetera). Weijers maakt er op deze manier een afstandelijk verslag van. Alsof ze heeft gedacht: klassiek liefdesverhaal? Te makkelijk, gaan we niet doen.

Niña Weijers: Kamers antikamers

Opvallend is dat er wel degelijk een aantal ‘klassieke’ verhalen wordt verteld – bijvoorbeeld over het tragische demasqué van een zwaar gehandicapte, briljante jongen – maar dat anderen dat doen; de schrijver parafraseert hen slechts, en voorziet het geheel van commentaar. Alsof ze een tussenpersoon nodig heeft om ongegeneerd een goed verhaal te vertellen en met haar kritiek wil laten zien dat ze de geijkte verteltechnieken heus wel doorziet.

Ideeënroman

Vanwaar die angst – of is het dedain? – voor het vertellen van een verhaal? Weijers succesvolle debuut De consequenties werd weliswaar direct bestempeld als ideeënroman vanwege de filosofische en essayistische exploraties over de artistieke werdegang van hoofdpersoon Minnie Panis, maar het was Weijers’ voelbare plezier in het pure verzinnen en vertellen van verhalen rondom Minnie dat de roman zo sprankelend maakte. Ze toonde lef, bijvoorbeeld door een haast mythisch personage te verzinnen als Dhr. Dr. J. Johnstone (neonatoloog, hypnotiseur, taoïst, kenner van de Mayacultuur en liefhebber van Suske en Wiske) en talent door zo’n ongeloofwaardig figuur tot leven te wekken.

Kamers antikamers mist die bravoure en sprankeling. Toch kun je stellen dat Weijers ook ditmaal lef toont, door zich niets van de regels aan te trekken en vrijwel plotloos te schrijven. En dat het aan haar talent te danken is dat dit experimentele ratjetoe van jeugdherinneringen, toekomstvisioenen en alternatieve levens niet onleesbaar is. Integendeel: Weijers’ heldere verteltrant zorgt voor de coherentie. Ze geeft haar verteller een dermate sterke stem dat je altijd voelt dat je over háár leest, in welk mogelijk leven je je dan ook maar bevindt.

Weijers heeft al schrijvende haar eigen kamer opgetrokken en zich bevrijd van de wereld die voorschrijft wat je in een roman wel of niet moet en mag. Toch beperkt regelloosheid uiteindelijk ook. Het wordt benauwd in die kamer; er mag best een raampje open. Misschien dat Weijers daarom haar roman eindigt waarmee ze begonnen is, zodat alles weer rond is. Helemaal volgens het boekje, helemaal niet erg.

Niña Weijers: Kamers antikamers

Atlas Contact; 240 pagina’s; € 19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden