Wegwijs in 50 uur kinder-tv per dag

Volwassenen weten weinig over het mediagebruik van kinderen. Het infosysteem Mediasmarties helpt per leeftijd de geschikte programma's te vinden...

Leerkrachten en pabo-studenten weten weinig tot niks van het mediagebruik van kinderen, zegt Cathy Spierenburg, voormalig netcoördinator van Z@ppelin, jeugdtelevisie van de publieke omroep. En dat is raar, zeker gezien het feit dat 2,5 miljoen kinderen tussen 8 en 12 jaar 2 tot 3 uur per dag doorbrengen achter tv, laptop of spelcomputer.

Nog meer feitjes over kinderen en mediagebruik: ‘Uit cijfers van de Stichting Kijk Onderzoek blijkt dat 12 duizend kinderen onder de zes jaar ’s nachts nog tv kijken. 19, 4 procent van de kinderen tussen de 4 en 6 jaar heeft een televisie en een dvd-speler op de eigen kamer.’

‘Het gaat eigenlijk altijd over de negatieve kant van het mediagebruik van kinderen’, zegt Spierenburg. ‘Wij willen juist het goede benadrukken. Maar het is wel zo dat de media grote impact hebben op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen.’

Spierenburg werkt in opdracht van het ministerie van Onderwijs en het ministerie van Jeugd en Gezin aan Mediasmarties, een informatiesysteem voor ouders om te achterhalen of een televisieprogramma, game of website geschikt is voor hun kind. Donderdag wordt de Mediasmarties Academie geopend, waar pabo-studenten worden opgeleid om media voor kinderen te beoordelen.

Waarom Mediasmarties?

‘Wat kinderen thuis op tv of internet zien, heeft impact op hun gedrag. Daar moeten leerkrachten iets mee. De technische veranderingen gaan sneller dan het licht, dat kan een gemiddelde leerkracht niet bijhouden naast zijn werk. Bovendien is het mediaanbod erg groot. Op televisie alleen al: Z@ppelin, Disney, Nickolodeon. Dat is meer dan 50 uur kinder-tv per dag. In de traditionele opleiding voor leerkrachten wordt daar weinig aandacht aan besteed, dat moet veranderen.’

Hoe werkt de Mediasmarties academie?

‘Het is virtueel, dus de Pabo-studenten kunnen zelf met de opleiding aan de slag. Ze krijgen eerst een assesment om te achterhalen wat ze al van het onderwerp weten. Daarna krijgen ze vijf colleges, onder meer over de ontwikkeling van het kind, en over het medialandschap. Daarna leren we ze een methode om alle media op dezelfde manier, onafhankelijk en objectief te analyseren en beoordelen.’

Hoe beoordelen de studenten media-producties?

‘We hebben vragenlijsten samengesteld met vragen als: wat is het genre, is het drama of animatie, hoeveel karakters zijn er, hoe is het taalgebruik? Aan de hand van die vragenlijsten en onze kennis over de ontwikkelingsfasen van kinderen kunnen we een leeftijd adviseren.’

Waar vinden ouders deze informatie?

‘In november presenteren we een onlinecatalogus. Ouders kunnen daar een persoonlijke profielpagina aanmaken voor hun kind. Zo krijgen ze iedere week een mediagids, waar ze kunnen vinden wat geschikt is voor hun kind. Dat gaat om televisieprogramma’s, maar ook games, musicals. Alles wat er die week nieuw is aan mediaproducten.’

Hebben ouders behoefte aan dit systeem?

‘Je kunt de vraag stellen: is het erg als een kind af en toe een keer naar iets kijkt, wat het niet helemaal snapt. Nee, zeg ik dan, natuurlijk is dat niet erg. Het is ook niet erg als kind eventjes te grote schoenen aan heeft. Maar op de lange duur, is het wel erg. De impact die de media hebben op kinderen is heel indringend. Volgens mij is het heerlijk voor een kind om lekker kind te zijn, ook in mediagebruik, in plaats van constant boven zijn macht te moeten reiken. Ouders kunnen hun kind helpen met het zetten van logische stappen daarbij, waarbij het kind geniet van wat hij ziet en hoort.’

'Recensies kunnen een handvat zijn'
Jessica van Leth (22), Pabo-studente, deed mee aan de ‘virtuele media-academie’, waar ze televisieprogramma's, games en websites leerde te beoordelen op de geschiktheid voor kinderen. Zij is nu ‘mediasmarties’-recensent: ‘Mediasmarties gaf een voorlichtingsdag bij ons op de opleiding. Toen ik begreep dat het over de ict-kant ging, was ik meteen geïnteresseerd. Ik voel me erg aangetrokken tot de vraag hoe het zit met het mediagebruik van kinderen.

‘Ik ben in mijn eigen opvoeding snel en veel in contact gekomen met computers en internet. Het is interessant te kijken hoe kinderen daar nu mee omgaan. Ik vind het niet zorgelijk, dat er zoveel informatie op kinderen afkomt, maar ik denk wel dat sommige ouders en leerkrachten er te weinig van weten. Zeker diegenen die zelf niet zo zijn opgeroeid met de computer. Je kunt kinderen volgens mij goed leren hoe ze ermee om moeten gaan, maar dan moet je zelf goed op de hoogte bent.

‘Ik ben vorig jaar april begonnen met het recenseren van mediaproducten voor kinderen. Dat deden we aan de hand van lijsten met vragen: wat is het taalgebruik, worden en moeilijke woorden gebruikt, is er muziek? Daarna hebben we van Mediasmarties videocolleges gekregen.

‘Als ik een nieuw product moet beoordelen, een game of een televisieprogramma, dan ga ik eerst een paar keer kijken met een notitieblok erbij. Daarna kijk ik nog eens met de vragenlijst erbij. Je geeft een advies voor welke leeftijd het geschikt is en daarbij geef je een toelichting van 150 woorden. Dan zeg je bijvoorbeeld: dit programma duurt dertig minuten en is daarom niet geschikt voor een kind van twee.

‘Natuurlijk kunnen sommige ouders zelf al best goed beoordelen waar hun kinderen naar mogen kijken. Maar deze recensies kunnen wel een handvat zijn om daar nog gerichter over na te denken. Ik wil dit zeker blijven doen, naast mijn studie. Het is ook goed voor mij op de hoogte te blijven wat er allemaal voor programma’s en andere producten voor kinderen verschijnen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden