Wegvliegen uit een dictatuur

Tegen het einde van Onheil over Taitara van de Braziliaanse schrijver José Jacinto Veiga (1915-1999) lopen alle inwoners van het stadje Taitara met twee blokken hout om hun nek. Deze zijn voorzien van een scharnier en een sluiting en op een van de helften zit een spies die 'diende om in je nek te prikken als je even niet oplette en je hoofd een eindje optilde'.

Dit gruwelijke detail is de uitkomst van een geschiedenis die tamelijk onschuldig begint met de vestiging van een nieuw bedrijf in Taitara. Iedereen is opgewonden over de 'Companhia' en de verwachte economische groei, maar al snel blijkt dat er een hoge prijs betaald moet worden. Hoofdpersoon is de 11-jarige zoon van een controleur. Deze Lucas moet toezien hoe zijn vader eerst enthousiast meewerkt aan het systeem, maar genadeloos vermorzeld wordt als hij niet langer wil meewerken.

Houten blok

José Veiga was als schrijver een laatbloeier. Zijn doorbraak beleefde hij met zijn tweede boek, De drie plagen van Manirema, vorig jaar voor het eerst in het Nederlands verschenen. Deze duistere, allegorische roman schreef hij kort na de staatsgreep van 1964. Onheil over Taitara verscheen oorspronkelijk in 1972, toen de militairen op het hoogtepunt van hun macht waren. Des te wonderlijker is het dat Veiga een weliswaar zwarte, maar niet bittere roman heeft geschreven.

Aan het eind fantaseert Lucas over de honderden mensen die de dictatuur ontvluchten. Hij ziet ze hoog in de lucht wegvliegen. En hij is niet de enige die dat ziet. Daarom lopen de inwoners van Taitara met een houten blok om hun nek. Want de controleurs zijn overal en op omhoogkijken staan zware straffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.