Weg met jazzbobo’s, leve het vette rock ’n’ roll-gevoel

Een maand of twee geleden ontving jazzsaxofonist Benjamin Herman in het Bimhuis de prestigieuze Boy Edgar Prijs. Het was een feestelijke avond met concerten van Hermans eigen groep en door hem uitgekozen bands....

Koen Schouten

Speelde de band slecht? Nee. Het was knalstrak en expressief. De mensen die wegliepen, dat waren voornamelijk genodigden van het ondersteuningsorgaan De Jazzorganisatie en mede-organisator VPRO. Jazzbobo’s dus, over het algemeen vijftig plus. Mensen die iets te zeggen hebben over de jazz in Nederland omdat ze in een commissie zitten, programmeur zijn of iets anders belangrijks. Het resterende publiek was aanmerkelijk jonger en ging uit zijn dak.

Meer dan de meeste andere kunstvormen kent jazz een grote groep liefhebbers met nogal vastomlijnde ideeën over hoe de muziek zou moeten klinken. Namelijk: zoals hij in de jaren vijftig en zestig in Amerika gespeeld werd door jazzgoden als Charlie Parker, Dexter Gordon, Miles Davis en John Coltrane. Dat is volkomen begrijpelijk. In die tijd was de muziek het populairst en beleefden de vijftig plussers van nu hun jeugd. Zoals de één uit nostalgie naar de Rolling Stones gaat, zo bezoekt de ander een traditioneel jazzconcert.

Toch ligt daar een gevaar. Niet voor de brave nostalgische concertbezoeker. Maar wel voor de argeloze muziekconsument en iedereen die ook maar een beetje actief bij jazz betrokken. Want jazz is juist een muzieksoort waarin de beste musici voortdurend zoeken naar nieuwe mogelijkheden, waarin extreme experimenten plaatsvinden die alle muziek helpen ontwikkelen.

Miles Davis ging aan het eind van zijn leven in de weer met elektronica en beats en John Coltrane speelde vlak voor zijn dood in 1967 vrijere muziek dan waarmee hij populair was geworden.

Je kunt er makkelijk aan voorbijgaan door het clichébeeld dat reclamemakers van jazz schetsen, door de alomtegenwoordige verafgoding van een beperkt groepje oude helden (zie de jazzbak van de gemiddelde platenzaak) en dankzij de door conservatoria op monomane wijze verspreidde heilige bebop-leer. Dus worden we overspoeld met discipelen, volgzaam aan een leer die al decennia niet meer actueel is. Wie in ‘jazzgezelschap’ zegt dat hij de muziek van Charlie Parker eigenlijk waardeloos vindt om naar te luisteren is een heiden. Maar voor iemand zonder zware muzikale bagage en nostalgische gevoelens kunnen Parkers cd’s behoorlijk zenuwachtig klinken. Charlie Parker is jazz, maar jazz is veel meer dan Charlie Parker. De muziek kent talloze goden en voor iedere luisteraar zit er wel een bij.

Benjamin Herman is succesvol met hardcore bebop, vrije improvisatie, hiphop en dansbare orkestrale grooves. Niet verwonderlijk dus, dat op zijn feestje het publiek sterk uiteen loopt. Maar het is schrikken dat juist de professionele jazzers zich uit de voeten maken wanneer er iets afwijkends wordt gepresenteerd. Voor de gewone luisteraar zit er maar één ding op: geloof in niets. Luister.

Koen Schouten

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden