Weg met de architectuurpolitie

Iedere doe-het-zelver die zijn huis wil verfraaiien met een dakkapel of serre, krijgt te maken met de welstandscommissie. Architecten ontsnappen evenmin aan het oordeel van dit college, dat 'lelijke' ontwerpen zonder pardon verbiedt....

DE WANHOOP straalt uit zijn ogen. De architect moet zich voelen als op een examen, waarbij hem geen enkel antwoord meer te binnen wil schieten. Op tafel ligt een tekening van een prachtige, uit 1919 daterende villa aan het Haarlemse Spaarne, waarvoor hij een uitbouw heeft ontworpen.

De architect heeft zojuist uitgelegd dat het drie doosjes zijn geworden, zonder tierlantijnen en donker van kleur. 'Als dit geen contrast is, weet ik het ook niet meer', mompelde hij, kennelijk doelend op een eerdere ontmoeting met de schoonheidscommissie.

De leden van de commissie reageerden vernietigend. 'U noemt het zelf al doosjes', 'Niet elk contrast is een goede oplossing', 'Zoek eens in de bibliotheek op wat in de architectuur minimalisme betekent' en, bij wijze van genadeklap: 'Het is stijlloos'.

En nu zoekt hij wanhopig naar nieuwe argumenten om zijn ontwerp te redden. 'Ik moet rekening houden met de wensen van de opdrachtgever', valt hem in. En: 'Je kan het van de weg niet zien.' 'God ziet alles', hamert de voorzitter af, 'onder geen voorwaarde gaat dit door. Dit heb ik nog nooit meegemaakt: ''je kan het niet zien'' - dan mag je er zeker een potje van maken.' Boos, vernederd en binnensmonds mopperend druipt de architect af.

Hij is vanmiddag niet de enige die verontwaardigd de vergadering van de Haarlemse schoonheidscommissie verlaat. Een ander is een opdrachtgever die zijn architect van een appartementengebouw vergezelt. De commissie heeft het ontwerp al een paar keer gezien en geeft opnieuw suggesties voor verbeteringen: 'Het plan is nu op de goede weg.'

De architect vindt de kritiek 'waardevol', maar de projectontwikkelaar voorziet vooral een nieuwe vertraging in de bouwprocedure. Volgens voorzitter Wilfred van Leeuwen heeft de opdrachtgever veel aan zichzelf te wijten. 'Hij komt zelf met veranderingen in het ontwerp. Had ie maar beter moeten bedenken wat ie wil.'

De schoonheidscommissie lijkt een lastige barrière voor mensen die een bouwvergunning nodig hebben voor een nieuw gebouw, een dakkapel of een serre. De procedure kost niet alleen tijd, maar levert vaak ook ergernis op. De ontwerpen lijken nooit goed of deugen niet. En het helpt weinig als foto's worden getoond van buren die het 'net zo' hebben. Waarschijnlijk hebben die het in een andere tijd of illegaal gebouwd; nu gelden andere regels.

Prof. Ir. Carel Weeber, oud-voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), spreekt van inquisitie-methoden. De welstandscommissie (die in Haarlem schoonheidscommissie heet) noemt hij 'de architectuurpolitie'. Al jarenlang pleit hij voor opheffing van commissies die de gemeentebesturen adviseren over de aanvaardbaarheid van nieuw-, aan- en verbouw. Weeber zegt de commissies te boycotten. Een prominent architect als hij kan dat doen.

Weeber: 'De commissies houden er een eigen smaak op na, de officiële architectensmaak die ze op de universiteit hebben geleerd. Die smaak weerspiegelt niet de smaak van het volk. Die vind je terug in de interieurs. Daarom zeg ik: geef de mensen de vrijheid om te bouwen wat ze willen. Dat hoeft geen klerezooi te worden. Architectuur mag rommelig zijn, het geeft levendigheid.'

Weeber vindt staatssecretaris Remkes van Volkshuisvesting aan zijn zijde. De bewindsman heeft een wetsontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd, waaruit blijkt dat het welstandstoezicht in 2001 aan banden wordt gelegd. De welstandscommissies gaan objectiever en doorzichtiger opereren, zegt Remkes. In de praktijk betekent dit dat de burger veelal zonder oordeel van de welstandscommissie kan gaan metselen en timmeren.

Bijgebouwen van ongeveer acht bij vier meter, bergingen, garages en keukens en serres van maximaal tien vierkante meter, en dakkapellen en balkons behoren tot de vergunningvrije bouwwerken. In sommige gevallen, bijvoorbeeld als het nieuwe bouwwerk gevolgen heeft voor de privacy of lichtinval, moeten buren toestemming geven.

Niet duidelijk is wat er moet gebeuren als buren het niet eens worden. Waarschijnlijk blijft alleen de gang naar de rechter over. Weeber vertrouwt op de sociale controle. Hij denkt dat er een onderhandelingscultuur zal ontstaan. 'Laat ze maar gaan dealen. De buurman kan zeggen: oké, geef me duizend gulden en je kan doen wat je wilt.'

Het advies van de welstandscommissie is dan alleen nog nodig voor grotere bouwactiviteiten. Binnen vier weken na de aanvraag van de bouwvergunning, moet het gemeentebestuur een beslissing nemen. Dat betekent dat de commissies in hun openbare vergaderingen nauwelijks tijd krijgen zich een mening te vormen.

Bij de presentatie van zijn wetsontwerp stelde Remkes dat er de laatste tijd steeds meer kritiek is op de welstandscommissies. 'De commissies roepen de sfeer op van achterkamertjes waarin een clubje onaantastbaren met een gevoel van esthetische superioriteit eigen ontwerpoplossingen aan derden opdringen. Hoewel deze kritiek niet voor alle commissies opgaat, zegt het wel iets over het maatschappelijk draagvlak.'

De plannen van de staatssecretaris zijn mede gebaseerd op een rapport van rijksbouwmeester Wytze Patijn. Dat rapport somt bezwaren op tegen het betuttelende optreden van commissieleden, tegen het streven naar compromissen en tegen de praktijk om ondermaatse ontwerpen op te schroeven naar een zes-min.

H ET RAPPORT noemt het desondanks opmerkelijk dat de professionele wereld de leden van de welstandscommissies aanlevert. De commissies bestaan vooral uit architecten en architectuurhistorici. Carel Weeber snapt dat wel: 'Het lidmaatschap levert opdrachten op. Opdrachtgevers denken: hij zit in de welstandscommissie, hij krijgt het ontwerp er wel door.'

Weeber bevestigt dat hij onder architecten een roepende in de woestijn is. Hoewel het welstandstoezicht omstreden is, zijn de meeste architecten niet voor opheffing. Volgens Henk Brakel, die veertig jaar in diverse welstandscommissies zat en tot voor kort voor de rechtbank optrad als getuige-deskundige, hebben architecten over het algemeen weinig last van collegiale bemoeizucht. 'Je moet het zo zien: als een arts een fout maakt, stoppen ze het onder de grond. Een fout van een architect blijft honderd jaar staan.'

Volgens hem zit het probleem in de vrijheid van iedere Nederlander om bouwplannen in te dienen. Er is geen diploma vereist. Iedere timmerman of doe-het-zelver mag een bouwtekening maken. 'Tachtig procent van wat de welstandscommissie onder ogen krijgt, is pulp. Er wordt veel narigheid tegengehouden. Er wordt ook veel aan de plannen geschaafd, maar het meeste blijft lelijk. De commissie spreekt zich dan ook niet uit over mooi of lelijk. Het stempel is: geen bezwaar.'

Brakel vreest dat het wegvallen van het welstandstoezicht leidt tot 'wildwest'. 'Je ziet het op plekken waar geëxperimenteerd is. Iedereen mocht zijn eigen huis ontwerpen, zonder toetsing. Bij elkaar is het vreselijk.'

In de jaren tachtig functioneerde in Haarlem de welstandscommissie niet goed. 'In die tijd is er in een straat toestemming gegeven voor allerlei verschillende dakopbouwen. Het heeft het aanzien van een ballentent.'

Brakel, architect in ruste, is een man van orde en regelmaat, geeft hij toe. 'Een woonstraat moet je niet behandelen als een rommelmarkt. Een rommelmarkt is gezellig, maar wordt elke avond opgeruimd.' Hij noemt Weeber een doorgeschoten liberaal: 'Hij is van de rommelmarkt.'

'In Nederland is geen cultuur van vrij bouwen', zegt architectuurhistoricus Wilfred van Leeuwen. Ook hij verzet zich tegen de plannen van staatssecretaris Remkes. 'In de twintigste eeuw zijn tientallen wijken in samenhang gebouwd. Die samenhang wordt verstoord als iedereen daar van alles op en aan mag bouwen. Het is de dood voor het stadsgezicht.'

Zonder welstandstoezicht krijgt Nederland drie stijlen, voorspelt Van Leeuwen: de stijlen van Gamma, Wickes en Praxis - schrootjes, plaatjes en uitbouwen. 'Het verraderlijke van Remkes' wetsontwerp is dat het lijkt alsof voor minder belangrijke bouwsels geen vergunning nodig is. Maar juist die hebben grote consequenties voor het straatbeeld. In de wijken zal een ravage worden aangericht.'

Van Leeuwen erkent dat het welstandstoezicht betuttelend overkomt, maar voor hem is de noodzaak van toezicht duidelijk. 'Architecten leveren niet automatisch plannen die aan redelijke eisen van welstand voldoen. Er is veel middelmatigheid. Vaak letten ze niet op de samenhang van hun ontwerpen met de omgeving. Simpele dingen zien ze over het hoofd. Bovendien wordt in de opleiding geen aandacht besteed aan architectuurgeschiedenis. Ze weten weinig van het karakter van bepaalde panden. De welstandscommissie moet ze vaak op andere gedachten brengen.'

Van Leeuwen is ervan overtuigd dat de burger niet gebaat is bij de opheffing van de commissie. 'Mensen die iets aan hun huis willen veranderen, klagen over ons. Maar hun buren komen met de vraag: kan dit allemaal maar?'

Niet iedereen die zijn ontwerp ziet afgekeurd, slaat chagrijnig de deur van de welstandscommissie achter zich dicht. Een architect die een 'stalen doos' voor een filiaal van een bouwmarktketen heeft getekend, raakt zelfs in een vrolijke stemming.

De commissie vindt de gevel van het gebouw niet meer dan een reclamebord. Onaanvaardbaar, luidt het vonnis. En daar blijkt de architect het geheel mee eens. 'Het ziet er niet uit. Maar de landelijke directie wil het zo, die is trots op de nieuwe huisstijl. Ik ben blij dat ik de commissie kan misbruiken om dit tegen te houden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden