Weergaloos van onderop beschreven

Herlezen, het is ermee als met het weerzien van iemand die je in dertig jaar niet hebt gezien: het neemt even voordat je de vertrouwde trekken terugziet en de herinneringen aan zijn eigenaardigheden en gewoontes opleven....

Dat die veldslagen in Tolstojs Oorlog en vrede uitputtend beschreven zijn en uitnodigen tot het raadplegen van historische atlassen om zo secuur mogelijk na te trekken waar de Franse en de Russische legers, geflankeerd of gehinderd door de Oostenrijkse en Duitse, op elkaar liepen, dat is vanzelfsprekend onvergetelijk. In de glanzende nieuwe vertaling die uitgeverij Van Oorschot van het boek liet maken voor de Russische Bibliotheek, de eerste integrale vertaling van het échte boek in veertig jaar, is dat de huidige lezer trouwens een stuk makkelijker gemaakt dan in die eerste editie.

Er zijn kaartjes in afgedrukt van de velden waarop de belangrijkste beschreven slagen zich hebben voltrokken, zoals er nu eveneens een beschrijvende inhoudsopgave is toegevoegd en een lijst van de belangrijkste personen en personages, historisch en fictief. Dat komt, bij een complex boek van ruim zestienhonderd bladzijden waarin honderden figuren voorkomen, de toegankelijkheid nogal ten goede. Vooral die beschrijvende inhoudsopgave bleek een uitkomst sinds ik een lezer met twee telefoonnummers en een volle agenda ben geworden.

De historische werkelijkheid van de campagnes van 1805 en 1812 en de veldslagen bij Austerlitz en Borodino zijn nu, bladwijzer bij de kaarten achterin, van pleisterplaats naar bloedbad op de voet te volgen. En zij zijn weergaloos beschreven, precies zo weergaloos als de herinnering mij meldde.

Van onderop, dat wil zeggen afwisselend vanuit het perspectief van de generale staf die aan het bakkeleien is over de verkieslijke strategie en waar een van Tolstojs personages, geërgerd door de vergissingen die er worden begaan of de ijdelheden die prevaleren, of juist geestdriftig mee beraadslagend, bij betrokken is, en vanuit het perspectief van een officier te paard, dolend tussen de kruitdampen, en soms zelfs naast zijn paard of zonder paard.

De grote en beslissende historische gebeurtenissen, beschreven vanuit het gezichtspunt van wie niet de genade van de wetenschap achteraf deelachtig was, van wie nog niet wist waar al dat chaotische krioelen op uit zou lopen.

Dat levert dan meteen een van de vele verrassingen van de herlezing op. Ineens overvalt je het inzicht hoezeer ons wereldbeeld, dat van militaire campagnes niet in de laatste plaats, veranderd is doordat wij gewoon zijn alles niet alleen vanaf de grond, maar vooral ook van bovenaf te bekijken. Een oorlog is geen oorlog meer zonder een kaart en zonder satellietfoto’s, de verwarring en onzekerheid die de soldaten in Tolstojs boek gijzelen ontstaan vooral door een gebrek aan overzicht dat wij niet meer uit eigen ondervinding kennen.

Maar dat is nog niet eens de grootste verrassing. Tolstoj beschrijft de Russische geschiedenis ten tijde van de veldtochten van Napoleon op Rusland, tussen 1805 en 1813 – met een nabeschouwing die in 1819 geplaatst is, zijn manier om van bovenaf op de gebeurtenissen terug te kijken –, vanuit het perspectief van vijf families. Die families gaan met elkaar om, intrigeren tegen elkaar, raken verwant door huwelijken en gebrouilleerd door valse verwachtingen en gekuip met geld – en ze raken op enigerlei wijze bij die grote geschiedenis betrokken.

In de beschrijving van die families en hun verstandhoudingen is Tolstoj een veel diepzinniger psycholoog dan ik mij herinnerde. Het is alsof de moraalfilosoof die hij aan het eind van zijn leven zou worden, toen hij voortgedreven door idealisme de wereld wilde veranderen, te beginnen op zijn eigen landgoed, hier al in alle facetten aanwezig is. Oorlog en vrede is bij nader inzien veeleer een psychologische roman dan een louter historische, die onderlinge verstandhoudingen zijn er eigenlijk veel belangwekkender voor dan die veldslagen.

‘Als een onzeker iemand bij een eerste kennismaking niets weet te zeggen en laat zien dat hij zich bewust is van de onbetamelijkheid van zijn zwijgen en naarstig zoekt naar een onderwerp, dan maakt dat de zaak er niet beter op’, schrijft hij bijvoorbeeld over een van zijn personages. Dergelijke observaties zijn er legio, zij monden keer op keer uit in kleine beschouwende, haast levensbeschouwelijke opstellen. Vergeten of niet opgemerkt indertijd? Ik denk dat laatste – en huiver bij de gedachte die dat bewerkstelligt over de ontoereikendheid van alle lezen.

‘Jonge mensen zijn altijd bang zich op platgetreden paden te begeven, zij willen geen imitatie van anderen zijn en zoeken een nieuwe, eigen manier om hun gevoelens te uiten, zolang het maar niet is zoals de ouderen dit, vaak voor de vorm, doen.’ Daar wordt alvast een voorschot genomen op culturele patronen die pas lang na Tolstojs dood dominant zouden worden.

Klemtonen, accenten, preoccupaties, zij verschuiven allemaal; wie er een lijstje van aanlegt kijkt in de uitkomst van zijn eigen Rorschach-test. De herlezing wordt het testament van het autobiografisch tekort.

Maar ook zijn beelden zijn overrompelend. Tolstoj maakt, halverwege de eervorige eeuw, toen de elektriciteit nog lang geen huishoudelijk artikel was geworden, graag vergelijkingen waarin een overspringende elektrische vonk de doorslag geeft. Dat roept de vraag op naar zijn moderniteit, naar zijn behoefte ook als schrijver bij de tijd te zijn: had hij nu geleefd, zijn jongelui hadden zich stellig bediend van MSN. Ergens gebruikt hij het versleten beeld van mensen die als een radertje in een groot uurwerk zijn – en hij werkt dat helemaal uit, beschrijving van het functioneren van een raderwerk, het vitale belang van een palletje of een nauwelijks aan de beweging te pas komend radertje. Blijkbaar is die vergelijking dan nog fris en zo onbetrouwbaar dat hij die uitwerking noodzakelijk acht.

Hernieuwde kennismaking, vreemd genoeg met iemand die er in al die jaren niet alleen niet veel ouder op is geworden, maar zoveel rijker blijkt dan indertijd. Daar spelen de vertaalsters een doorslaggevende rol: hun Nederlands is zo soepel, dat de taal nergens tussen de lezer en de schrijver in staat; lezen wordt zo romantisch zelfverlies.

Verleden jaar verscheen er een vertaling van een eerdere, kortere versie van Oorlog en vrede op de Nederlandse markt, een literair-historisch curiosum dat, nu er een nieuwe vertaling van het ware werk is, gauw vergeten mag worden. Wie de sublieme Tolstoj wil leren kennen, kan nu weer weken vooruit.

Michaël Zeeman

L.N. Tolstoj: Oorlog en vredeVertaald uit het Russisch door Yolanda Bloemen en Marja WiebesVan Oorschot1606 pagina’seuro 69,- (na 23 december euro 85,-)ISBN 90 282 4046 2Vertaald uit het Russisch door Yolanda Bloemen en Marja WiebesVan Oorschot1606 pagina’seuro 69,- (na 23 december euro 85,-)ISBN 90 282 4046 2

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden