Recensie The Lehman Trilogy

Weergaloos stuk over de ondergang van Lehman Brothers toont hoe we wakker moeten worden van De Slapend Rijk Droom

Britse voorstelling oogst unaniem lof in New York, de stad waar de val werd ingezet.

Simon Russell Beale, Ben Miles en Adam Godley in The Lehman Trilogy.

Na ruim drie uur rijst het publiek als één man op voor een lange staande ovatie. Op het toneel staan drie acteurs. Zij speelden de afgelopen uren leden van de familie Lehman, stichters van de New Yorkse investeerdersbank Lehman Brothers, waarvan het faillissement (in 2008) de grootste wereldwijde financiële crisis in de geschiedenis inluidde. Voor het toneel staan toeschouwers die – te zien aan hun strakke pakken, dure jurken, parelkettingen en glimmende polshorloges – best weleens wat geld in die crisis kunnen zijn kwijtgeraakt.

‘Bravo! Bravo!’, schreeuwen ze. Het zal lang geleden zijn dat de gewraakte Lehmans zo zijn toegejuicht.

New Yorkers gaan in grote getalen naar de The Lehman Trilogy, het toneelstuk dat vorig jaar in Londen in première ging, maar nu voor het eerst het land aandoet waar de val werd ingezet. En waar de dreun van tien jaar geleden blijft na-echoën: ­bij de miljoenen Amerikanen die hun hypotheken, huizen, banen, toekomst en vertrouwen zijn verloren. Het bepaalde de verkiezingsretoriek van Donald Trump in 2016, het bepaalt (mede) de populariteit van Bernie Sanders of Alexandria Ocasio-Cortez nu. De verontwaardiging over de crisis is nog altijd groot.

Het theaterstuk over de aanstichters van die crisis ontvangt alleen maar lof. Recensies zijn unaniem juichend (‘werkelijk episch’, ‘overweldigend’, ‘opwindend’), de enorme zaal in de Park Avenue Armory, een voormalig regimentsgebouw in de welgestelde Upper East Side, is alle dertig dagen tot het laatste kaartje (tweedehands aangeboden tot ruim 900 dollar) uitverkocht.

Dat succes zit ’m allereerst in het weergaloze acteerspel. The Lehman Trilogy gaat over de opkomst en ondergang van de Lehman-bank, die van 1844 tot 2008 bestond. In het oorspronkelijke toneelstuk van de Italiaan Stefano Massini uit 2013 kwamen in vijf uur tijd dan ook tientallen acteurs voorbij. Maar de dramaturg Ben Power herschreef het stuk drastisch tot een voorbijrazende drie uur, en regisseur Sam Mendes (bekend van films als Skyfall en American Beauty) besloot alle rollen door slechts drie acteurs te laten spelen: Simon Russell Beale, Ben Miles en Adam Godley.

De drie komen op in strenge, zwarte 19de-eeuwse pakken en zullen de hele voorstelling in een decor verblijven dat slechts bestaat uit een ronddraaiende glazen kubus – een anoniem, modernistisch kantoor met een paar archiefdozen. Minimale middelen, maar het is genoeg. De klassiek geschoolde Britse acteurs weten hier met hun verhalen hele werelden op te roepen, van een winkeltje vol stoffen in Alabama tot de paardenrennen van New York.

Net zoals ze met een kleine stembuiging, een vreemd loopje of een miniem handgebaar overtuigend van personage weten te veranderen: zo spelen ze niet alleen drie generaties Lehman-directeuren maar ook echtgenotes, zakenpartners, rabbi’s en peuters. Alles in dat zwarte pak.

Steeds ongrijpbaarder

Maar het succes schuilt natuurlijk ook in het onderwerp. De val van de Lehman-bank wordt weliswaar alleen genoemd in een radio-uitzending waarmee de voorstelling begint en eindigt (over de fatale handel in rommelhypotheken wordt in de voorstelling zelfs helemaal niet gerept), maar in het verhaal over de familiegeschiedenis van de Lehmans werkt het hele stuk toe naar de vraag hoe een bedrijf – en tegelijk ook Amerika – zo diep kon zinken.

Het is allereerst een verhaal over migranten. Het stuk begint op het moment dat de Joodse broers Lehman in 1844 met enkel een koffer in de hand uit het Duitse Beieren in de Verenigde Staten aankomen en toont hun onvermoeibare wil zich te bewijzen in dit nieuwe land. Ze grijpen kansen die anderen laten liggen. Hun handeltje in katoen wordt er een in koffie, tabak, spoorwegen en geld.

Langzaam verliezen ze daarbij hun Beierse gewoonten en Joodse rituelen uit het oog: de Lehmans raken steeds verder verwijderd van hun roots. Net zoals de waar waarin zij handelen zich steeds verder loszingt van concrete producten; op Wall Street wordt niet gehandeld in ‘koffie’ of ‘tabak’, maar louter in de woorden ‘koffie’ en ‘tabak’, constateert een broer. Alleen de dollars zijn nog tastbaar. Als de Lehmans ‘handelaren in geld’ worden en later de koningen van de high finance, wordt ook dat geld steeds ongrijpbaarder.

In die zin is The Lehman Trilogy een parabel over ontworteling, over hoe we het zicht op de werkelijkheid kwijtraken. Dit overkomt niet alleen de broers, maar gebeurt ook in de rest van Amerika, een land dat zich in de loop van het stuk ontwikkelt – met behulp van migratie en slavernij, via een burgeroorlog, een wereldoorlog en een beurskrach – tot een machine van doorgedraaid kapitalisme. Een land waar de winnaars weinig mededogen tonen met de verliezers.

De Amerikaanse droom – het idee dat hard werken en ondernemingszin worden beloond – is vervangen door De Slapend Rijk Droom – het idee dat schuiven met eigen of andermans geld wordt beloond. The Lehman Trilogy vraagt ons wakker te worden en terug te keren naar de werkelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.