Beschouwing Spider-Manfilms

Wéér een film over Spider-Man? Maar dan niet Peter Parker? En wat is het Spider-Verse? De Volkskrant legt het uit

Deze week gaat Spider-Man: Into the Spider-Verse in première, de zevende Spider-Manfilm sinds 2002, en bovendien de eerste van een nieuwe reeks. Voor wie verstrikt dreigt te raken in het web geeft de Volkskrant een opfriscursus Spider-Mannen. 

Tom Holland als Spider-Man in Spider-Man: Homecoming.

We hadden Tobey Maguire al, die in Spider-Man 1, 2 en 3 (vanaf 2002) door New York slingerde. We hadden Andrew Garfield, die het in The Amazing Spider-Man 1 en 2 (vanaf 2012) allemaal nog eens overdeed. Daarna kwam Tom Holland in Spider-Man: Homecoming (2017): nieuw, jong gezicht, zelfde superheld.

Zes Spider-Manfilms binnen vijftien jaar – en nu moeten we alweer naar de bioscoop voor de zevende, want Spider-Man: Into the Spider-Verse gaat deze week in première. Ondertussen komt er ook een vervolg aan op Spider-Man: Homecoming, te zien vanaf juli volgend jaar.

Hoeveel Spider-mannen heeft de wereld nodig? En weet Spider-Man: Into the Spider-Verse nog iets nieuws toe te voegen aan het overbekende verhaal? Een korte opfriscursus over de oude superheld, plus een vooruitblik.

Spider-Man. Dat is Peter Parker, toch?

Ja. En nee (maar dat komt later). Spider-Man, in 1962 bedacht door de vorige maand overleden schrijver Stan Lee en striptekenaar Steve Ditko, is inderdaad het alter ego van Peter Parker. Hij is een slimme, nogal timide scholier uit Queens, New York, die na een beet van een radioactieve spin superkrachten ontwikkelt.

Stan Lee, die werkte voor Marvel Comics (waarvan hij later het gezicht zou worden), had al helden als The Fantastic Four en de Hulk ontwikkeld, maar zocht een aansprekende frontman voor een nieuwe stripreeks. Spider-Man was zijn antwoord op de bekende helden van Marvels grote stripconcurrent DC Comics: Superman en Batman. Een schot in de roos, want Spider-Man groeide uit tot Marvels geliefdste stripheld. Zijn populariteit overtreft zelfs die van de DC-mannen, al hangt dat er wel vanaf welke ranglijst je gelooft.

Wat maakt hem zo geliefd?

Vergeleken met andere superhelden is het opvallend gemakkelijk om van Spider-Man te houden. Types als de arrogante Iron Man of de explosieve Hulk kun je leren waarderen, maar Spider-Man is een vriendelijke, doodnormale allemansvriend, het instapmodel onder de superhelden.

In het boek Webslinger (2006), een bundel essays van Spider-Manfanaten uit diverse disciplines als de filosofie, theologie en literatuur, wordt het geheim van zijn populariteit belicht. De belangrijkste aantrekkingskracht zit ’m in zijn kwetsbaarheid. Anders dan de mannelijke, breedgeschouderde Batman en Superman is Spider-Man aanvankelijk nog maar een jongen. Een beetje een nerd, ook nog. Hij is een wees en woont bij zijn tante. Schutterig in de liefde (al slaat hij achtereenvolgens wel de mooie Gwen Stacy en Mary Jane Watson aan de haak) en nauwelijks succesvol in zijn studies en werk (hij klust bij als freelancefotograaf) blijft hij altijd herkenbaar als jongen van eenvoudige komaf. Als superheld moddert hij vaak maar wat aan en komt hij nauwelijks zijn buurt uit.

Ook niet onbelangrijk is zijn uiterlijk. Tekenaar Steve Ditko voorzag Spider-Man van een verhullend masker, dat zelfs zijn ogen bedekt – destijds niet eerder vertoond. Stan Lee vond het een geniaal idee. Onder zo’n masker kon immers iederéén zitten, en dat was precies wat Lee zocht in een nieuw strippersonage: een held met wie de lezers zich nog beter konden identificeren. Van wie ze konden denken: misschien zou ik het zelf kunnen zijn.

Maar ondertussen was het dus Peter Parker, onder dat masker.

Lange tijd wel. En in de films die er tot nu toe van de stripserie zijn gemaakt, draaide het ook alleen om Peter. Hij is veruit de bekendste Spider-Man. Maar bij Marvel zaten ze niet stil. Het bedrijf publiceert meer dan vijftig nieuwe stripboeken per maand, dus het is niet verwonderlijk dat de schrijvers regelmatig varianten bedenken op bestaande series. Het verhaal van Peter Parker kreeg eens in de zoveel tijd een update, maar daarnaast zagen in de loop der jaren ook andere Spider-helden het licht.

Zo ontstond Spider-Woman al in 1977. Een van de meer buitenissige creaties, Spider-Ham oftewel Peter Porker (oorspronkelijk een spin, die gebeten wordt door een radioactief varken), deed in 1983 zijn intrede in een strip. Daarna volgden nog veel meer Spider-wezens, zoals het meisje Spider-Gwen, de futuristische Spider-Man 2099 en de in zwart-wit getekende Spider-Man Noir. Andere voorbeelden zijn de aapachtige Spider-Monkey, een zesarmige Spider-Man en een Spider-Man op leeftijd: Old Man Spider.

Spider-Woman

Oké.

Strips zijn strips, daarbinnen is alles mogelijk. Met de introductie van de ‘Spider-Verse’ (het spinnenuniversum) in 2014 liet Marvel alle verschillende spinhelden ook nog eens samenkomen. Eigenlijk leven ze in gescheiden werelden; elke Spider-persoon bestaat in een alternatieve werkelijkheid, samen het multiversum genoemd. Het Spider-versum laat de helden vrij reizen tussen parallelle versies van het universum.

En waar gaat dit heen?

Naar de nieuwe Spider-Manfilm. Spider-Man: Into the Spider-Verse maakt gebruik van enkele nieuwe verhaallijnen uit de strips, die nog niet eerder werden verfilmd. De grote held van het verhaal is niet Peter Parker, maar Miles Morales, een tiener uit Brooklyn. In Miles’ universum overlijdt Peter Parker, de oorspronkelijke Spider-Man, kort nadat Miles zelf superkrachten heeft ontwikkeld. Miles wordt (na de nodige aarzeling) de volgende, ultieme Spider-Man.

Spider-Man: Into the Spider-Verse is dus echt iets nieuws. De animatiefilm leunt veel meer dan zijn voorgangers op de strips en benut daarvan ook de meer bizarre mogelijkheden. Dat zou gemakkelijk een ingewikkeld rommeltje kunnen opleveren, alleen geschikt voor hardcore stripfans. Het tegendeel blijkt het geval. De filmmakers weten het verhaal wonderbaarlijk helder en overtuigend uiteen te zetten, zelfs wanneer Miles Morales gezelschap krijgt van vijf Spider-wezens uit andere werelden. Onder hen is Peter B. Parker, een lamlendige, minder geslaagde versie van Spider-Man. En Spider-Ham. En de door Nicolas Cage ingesproken Spider-Man Noir, die best wel eens zijn eigen vervolgfilm zou kunnen krijgen.

Maar dan komen er dus nog meer Spider-Manfilms?

Dat zit er dik in. De mogelijkheden van het Spider-versum zijn eindeloos. Een vervolg op Spider-Man: Into the Spider-Verse komt er ongetwijfeld, net als de nodige spin-offs. Spider-Gwen krijgt volgens geruchten een eigen film. En een scène na de eindtitels wijst erop dat Spider Man 2099 (met de stem van acteur Oscar Isaac) in de toekomst ook een rol gaat spelen. Zoals de slogan van de film luidt: ‘Iedereen kan het masker dragen’.

Het is helemaal niet zo’n slecht vooruitzicht. Overkill ligt altijd op de loer, maar Spider-Man: Into the Spider-Verse bewijst dat er nooit genoeg Spider-mannen kunnen zijn - zolang hun films maar met liefde, vakmanschap en creativiteit worden gemaakt.

Spin-man op televisie

Spider-Man, oorspronkelijk een stripfiguur, maakte al snel de sprong naar televisie en film. De eerste tekenfilmserie werd gemaakt in 1967, vanaf de jaren zeventig kwamen er ook tv-series met acteurs. De bekendste verfilmingen zijn die van regisseur Sam Raimi (Spider-Man 1, 2 en 3, met Tobey Maguire), Marc Webb (The Amazing Spider-Man 1 en 2, met Andrew Garfield) en Jon Watts (Spider-Man: Homecoming). Daarnaast zijn er talloze korte films en games over de held gemaakt, maar ook lange, door fans gemaakte films, Bollywood-varianten en manga-versies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.