Weemoed en zwierigheid van rijpe zangeres

Christy McWilson: The Lucky One. Hightone Records...

Als het aan Christy McWilson had gelegen, was The Lucky One er nooit gekomen. Sinds haar bandje The Picketts stilviel, had ze er eigenlijk zelf ook de brui aan willen geven. Kind gekregen, tussen de bedrijven door zou ze nog wel eens een liedje schrijven - dat was zo ongeveer de bedoeling.

Producer Dave Alvin dacht er anders over. Een soloplaat moest ze maken, en hij wist wel een paar muzikanten. Het wonder geschiedde: The Lucky One is het voldragen statement van een rijpe zangeres. De grootste troef van McWilson is haar stem: krachtig, een tikje weemoedig en toch ook zwierig. Liefhebbers van Lucinda Williams en Julie Miller moeten zeker eens luisteren.

Ook als songschrijver heeft ze kwaliteiten. De teksten neigen naar bezonkenheid en melancholie, ruimschoots gecompenseerd door de solide rockende begeleiding. Met 'Til I die van Brian Wilson, de enige cover, getuigt ze ten overvloede van haar goede smaak.

The Baptist Generals: Dog. Munich Records.

Gruizig zwartwithoesje, titels in zwevende typemachine-letters: het kan niet missen of we hebben hier te maken met een product van de NoFi-school. Elk genre heeft zijn clichés; The Baptist Generals maken duidelijk waar ze staan.

Ze behoren, met Johnny Dowd en The Gourds, tot een stroming die het doet voorkomen alsof de opnametechniek zich sinds 1970 vooral in achterwaartse richting heeft ontwikkeld. The Baptist Generals, een duo uit Amerika, gaat daarin verder (terug) dan alle anderen. Alles aan Dog, hun debuutplaat, zweeft, resoneert of hangt anderszins uit het lood. De benaming liedje is haast overdreven voor het hoopje geluid dat zij in drie minuten proppen.

Er zijn momenten waarop iets over komt - heel in de verte is dan een begin van een melodietje te ontwaren. Maar doorgaans heeft ergernis de overhand, over het feit dat twee Amerikaanse jongens moedwillig de gruizigheid opzoeken, die de oude blues- en gospelmuzikanten zich door technisch onvermogen moesten laten aanleunen.

Bocephus King: The Blue Sickness. New West Records.

Het plein waarop rock 'n' roll, swing en blues elkaar ontmoeten, is een van de drukste kruispunten in de muziek. En op weinig plekken is het moeilijker je te onderscheiden. De Canadese zanger en gitarist Bocephus King zoekt het dan ook niet in nieuwlichterij. The Blue Sickness, zijn derde cd, heeft een andere kwaliteit die zeldzaam is in dit genre: transparantie. Nergens overdaad, geen modegevoelige sambaritmes of hiphop-uitstapjes. Soepel voegen de arrangementen zich naar de songs. Er zijn kaatsende gitaarpartijen die uit een western-soundtrack lijken te komen, maar ook kerkorgeltjes en funky accenten. En zijn stem heeft net dat onontbeerlijke ruwe randje . Ook met een sympathieke aanpak kun je een eind komen.

The Watchman: Melancholicus Realisticus. Munich Records.

Al vele jaren bestookt The Watchman vanuit Brabant de wereld met muziek die je eerder met Texas zou associëren. En eindelijk lijkt de wereld wakker te worden. The Watchman treedt geregeld op in de Verenigde Staten, hij nam er vorig jaar nog een live-album op. En het had een haar gescheeld of Garth Brooks had een echte Ad van Meurs - zijn werkelijke naam - opgenomen.

Melancholicus Realisticus, zijn zevende album, getuigt van dat rijpingsproces. De groei zit vooral in de instrumentatie. Slidegitaar, dobro en mandoline trekken het geluid meer naar de country, de soms stevig aangezette gitaarsolo's vergroten dan de afstand weer. De zangpartijen steken daar soms wat waterig bij af .

Als altijd zijn de liedjes persoonlijk en beeldend van tekst, al neigt The Watchman naar al te grote gemoedelijkheid.

Ronnie McCoury: Heartbreak Town. Rounder.

Ooit een bluegrassman heimwee horen hebben naar Mexico? Ooit een mandolinespeler in een leren jekkie gezien? Dan wordt het tijd kennis te maken met Ronnie McCoury, lid van de fameuze familie McCoury, die met Heartbreak Town zijn eerste cd aflevert. McCoury laat horen waarom hij tot de beste mandolinespelers van de wereld wordt gerekend, en zich omringt door andere virtuozen, zoals Jerry Douglas en Bela Fleck. De instrumentals zijn halsbrekend, zijn geknepen stem is geknipt voor het genre. Hier wordt de bluegrass op scherp gezet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden