Week in boeken

Week in boeken: wie heeft gelijk, Damsma of De Geus?

Over een nieuwe vertaling van James Baldwin raakten vertaler en uitgever in conflict.

A photographer of author James Baldwin smoking a cigarette. Beeld Bettmann Archive

Afgelopen week verscheen bij uitgeverij De Geus een ‘fijne, frisse’ vertaling van twee werken van James Baldwin, de in 1987 overleden Amerikaanse schrijver die mede dankzij de aan hem gewijde documentaire I Am Not Your Negro (Raoul Peck, 2016) weer helemaal in de belangstelling staat. De woorden ‘fijn’ en ‘fris’ zijn niet van mij, ze staan op de flyers die De Geus speciaal voor deze feestelijke gelegenheid liet maken. Een van de vertaalde werken is Niet door water maar door vuur uit 1963, Baldwins hartstochtelijke aanklacht (onder meer in de vorm van een brief aan zijn 15-jarige neef) tegen het ­racistische en hypocriete Amerika.

Aan de fijne en frisse vertaling van Niet door water maar door vuur is een hard en bitter gevecht voorafgegaan, blijkt uit een korte mededeling op de titelpagina: ‘Uitgeverij De Geus heeft ervoor gekozen het woord ‘white’ te vertalen als ‘wit’ in plaats van als ‘blank’. Het woord ‘negro’ is waar mogelijk vertaald als ‘zwart’. Het woord ‘nigger’ is onvertaald gelaten. Middels deze keuzes hebben we geprobeerd recht te doen aan de auteur in de taal van het Nederland van nu, met inclusiviteit als uitgangspunt. Vertaler en uitgever verschillen hierover van mening.’

Aan het slot van het boek komt de kwestie uitgebreider aan de orde, in een acht pagina’s tellende toelichting waarin vertaler Harm Damsma – hij is niet de minste, met Niek Miedema vormt Damsma al jaren een vermaard vertalersduo – uitlegt waarom hij het betreurt dat De Geus de woorden ‘neger’ en ‘blanke’ uit zijn oorspronkelijke tekst heeft vervangen ‘door de thans vigerende politiek correcte ­termen ‘wit’ en ‘zwart’.’

Een van zijn argumenten is dat Niet door water maar door vuur een historische tekst is en dat de vertaling stilistisch de sfeer van de jaren zestig moet ademen, niet die van nu. Destijds werd niet gesproken van zwarten maar van negers, ook door Baldwin zelf die het woord ‘negro’ gemiddeld één keer per pagina gebruikt. Tien jaar later was het woord, met dank aan de Black Power-beweging, uit de gratie geraakt. Ook Baldwin zou zich er niet meer van bedienen; in zijn roman If Beale Street Could Talk uit 1974, dat deze week eveneens in een fijne en frisse vertaling door Damsma verscheen, komt het woord ‘negro’ niet voor.

Wie heeft gelijk, Damsma of De Geus?

Allebei, wat mij betreft. Als een schrijver het woord ‘negro’ gebruikt, moet de vertaler dat ook doen en heeft de uitgever die vertaler te respecteren, politiek correct of niet. Maar dat ‘white’ hier jarenlang is vertaald als ‘blank’, vormt geen reden om daar in een vertaling van 2018 koppig aan vast te houden: ‘white’ betekende ook in 1963 al gewoon ‘wit’. Dat ‘wit’ een feitelijk onjuiste kleuraanduiding is, doet daar niets aan af. Over feitelijk onjuiste kleuraanduidingen gesproken: wat pas écht raar is, is het gebruik van het woord ‘zwart’ voor iedereen die ook maar enigszins getint is, of zijn voor­ouders nou uit Marokko, Suriname of Ghana komen. Maar daar hoor je dan weer niemand over.

Overigens is Niet door ­water maar door vuur nog steeds een heel goed en helaas actueel boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.