Wedergeboorte van het landgoed

Gestimuleerd door overheidssubsidies ontstaan op tal van plaatsen nieuwe landgoederen. Met opvallend veel klassieke kenmerken...

Jan Hoving stond takken te snoeien, toen wandelaars hem aanspraken. ‘Woont u dáár?’ Ze knikten met het hoofd naar het grote landhuis verderop.

Ja, dat klopt, zei Hoving. En hij is akkerbouwer van oorsprong, vertelde hij nog. ‘Dus u bent rustend boer?’

Hoving: ‘Toen deed ik mijn pet maar af. Het zweet stroomde me van het hoofd. Rustend boer? Dit is werken, maar met plezier hoor.’

Hoving (70) woont met zijn echtgenote Hennie Hoving-Middelkamp (68) op een landgoed in Gasselte in Drenthe. Het huis is modern, in de inrichting keert het klassieke eiken meubilair van de oude hoeve terug.

De boer en boerin bewonen het zogenoemde nieuwe landgoed sinds 2003. Zelf opgericht, op 12 hectare ontgonnen heidegrond, met subsidie. En nu onderhouden ze het, in de hoop dat ooit een van de vier kinderen het huis zal gaan bewonen.

Jahomi (de Hovings gaven het landgoed een naam die is samengesteld uit hun namen) is een van de 25 nieuwe landgoederen die Nederland telt sinds in 1995 een stimuleringsprogramma werd geïntroduceerd voor het maken en beheren van natuur door particulieren. Nog eens tientallen buitenplaatsen staan op het punt te worden voltooid of worden voorbereid, in ruil voor een aantal fiscale voordelen voor de eigenaren, zoals het wegvallen van de overdrachtsbelasting bij aankoop en successierechten bij vererving.

Van het fenomeen is voor het eerst een kritische balans opgemaakt. Twee landschapsarchitecten en een historisch geograaf vroegen zich af, gesteund door een wetenschappelijke staf, of de nieuwe landgoederen zich kunnen meten met de historische voorbeelden aan onder meer de Vecht en op de Utrechtse Heuvelrug.

Maakt Nederland een nieuwe Gouden Eeuw door in de aanleg van landgoederen? En hebben de ontwerpers een nieuwe, eigentijdse taal gevonden?

Het landgoed van de familie Hoving springt er goed uit in de beoordeling door de samenstellers van het boek. ‘Een geslaagd modern landgoed’, luidt het oordeel. Het schrikdraad rond de paardenweiden mag ‘de ruimtelijke kwaliteit verzwakken’; er is waardering voor de moderne bouwstijl van het huis, een ontwerp van Kloosterman architecten. De woonvertrekken worden beschermd tegen inkijk door een lange gevel, die wordt onderbroken door kleine ramen en een grote glazen serre.

De landgoedregeling begon op een goed moment. De economische voorspoed in de late 20ste eeuw vormde een uitstekende voedingsbodem voor verfraaiing van het Hollandse landschap en nieuwe vormen van natuurbeheer door particulieren. Op sommige plaatsen zou de aanplantplicht die deel uitmaakt van de regeling ook kunnen leiden tot het doorbreken van agrarische monocultuur; de eindeloze akkers, ontoegankelijk voor de wandelaar.

Ondanks die gunstige omstandigheden is het volgens de schrijvers niet gekomen tot een overtuigende wedergeboorte van het Nederlandse landgoed. Daarvoor is het ontwerp van te veel landhuizen gebaseerd op historische voorbeelden.

Wie een landgoed aanlegt op tenminste 5 à 10 hectare agrarische grond, heeft het recht daarop een landhuis ‘van allure’ neer te zetten. Het woord ‘allure’ bleek voor veel eigenaren de aanzet om terug te grijpen op het beeld van oude, statige landhuizen, signaleren de schrijvers.

De samenstellers van het boek roepen op tot een andere manier van denken over eigentijdse landgoederen, zowel in het stenen als het groene deel van het domein. Ontsnappen aan die ‘historiserende’ stijl is hun devies.

Tussen huis en landgoedontwerp moet een nieuwe samenhang worden gevonden. Onder druk van de verplichte openstelling van nieuwe landgoederen blijkt een aantal huizen nu niet de centrale plaats te hebben gekregen die zij zouden verdienen. De landgoedlanen zijn zo neergelegd dat zij geen fraai zicht bieden op de woning. Begeleider en gastauteur Erik de Jong pleit voor landgoederen in de traditie van de ornamented farm; buitenplaatsen waar economisch nut en schoonheid met elkaar zijn verbonden.

Het landgoedpark blijkt nu doorgaans geïnspireerd op de natuurgebieden van vandaag de dag, ook onder druk van de subsidieregelingen. Die schrijven voor welke soorten planten en bomen in welke hoeveelheden moeten zijn terug te vinden. Dat betekent dat op de landgoederen geen klassieke fontein is te vinden, maar eerder een kikkerpoel. In plaats van snoei van de taxushaag huldigt men de spontane natuurontwikkeling. Dat leidt tot veel kreken en beken met natuurlijk ogende, flauwe oevers. En daarnaast vakken vol voorgeschreven planten- en bomensoorten.

De nieuwe landgoederen (meestal kleiner dan 20 hectare) zijn vooral te vinden in de agrarische provincies, met name Gelderland en Drenthe. In Brabant is een aantal domeinen van groot formaat in voorbereiding.

De eigenaren blijken voornamelijk agrariërs te zijn, die een nieuwe bestemming zoeken voor hun land. ‘Misschien hebben de mensen een ander beeld van een landgoedeigenaar’, zegt Hoving. ‘Dit is een ander verhaal dan dat van de rijke heer van weleer met zijn landgoed. De voordelen zijn ook betrekkelijk. De inspanningen om een landgoed te stichten zijn enorm. Je bent jaren bezig en de kosten zijn hoog.’

Hoving heeft in de buurt van Gasselte nog een landgoed in ontwikkeling, nog zonder huis. Hij is inmiddels in de greep van het nieuwe boeren. ‘Een overgrootvader van mij was in de buurt een van de eersten die met kunstmest ging werken. Nu verleggen ook wij onze koers. Het gaat niet meer alleen om graan of melk. Wij scheppen ruimte, rust en natuur.’

Bij de stal schemert toch iets door van het rijke landleven. Een stevige Haflinger en een groot Gelders rijpaard kijken nieuwsgierig uit hun hok. Hennie Hoving: ‘Met de Haflinger koetsen we. Met vrienden en kleinkinderen zo even over het landgoed. En Jan rijdt met het paard door het bos.’

Jan Hoving: ‘Mensen zeggen steeds vaker: ‘Jullie hebben ’t mooi voor mekaar.’ Een dat is ook zo.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden