Column Eva en Eddy Posthuma de Boer

We zijn een zuinig volkje. Behalve als het om voetbal gaat

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva.

Het strand van Ipanema, Rio de Janeiro, Brazilië, 1967. Beeld Eddy Posthuma de Boer

De commentator was 18 seconden stil. Ik heb het doelpunt er meerdere keren voor teruggekeken, mijn ogen gericht op de klok links boven in beeld. De bal ging erin, de commentator kermde ‘nee’, en zei daarna precies 18 seconden niets. Het was een geschokte stilte. Een unieke, ook, want wanneer houdt men zich stil, als het voetbal betreft? Stilte is sowieso zeldzaam. Ja, boven schijnt het stil te zijn, maar verder? De natuur beleven we als stil, maar welbeschouwd heerst daar een kakofonie van geluiden: vogels, wuivende blaadjes, kabbelend water, apen. Tijdens de 2 minuten plechtige stilte op 4 mei, onze gedachten bij onvoorstelbare gruwelen: fladderende duiven, in de verte een toeterende auto, een paar schreeuwende gekken in een gevangenis in Vught. Zwijgende stilte tussen geliefden: een krakende krant, een schuivende stoel. Of zwijgende woede tussen twee geliefden: slaande deuren. Totale stilte bestaat niet. Maar die 18 seconden, die kwamen er heel dicht in de buurt.

Ik moet bekennen dat ik maar half keek, op de beruchte woensdagavond. Ik was met een vriendin in de keuken bezig een diner voor te bereiden voor de volgende dag. De televisie in de woonkamer stond aan, bij luid gejuich wierpen we een blik om de deur. De laatste paar minuten van de wedstrijd zagen we min of meer toevallig, omdat we moesten wachten tot de uien waren gesmoord. Op het moment van het fatale doelpunt zei ik: ‘O, ik dacht even dat hij erin ging.’ Het duurde tamelijk lang voor ik begreep dat het echt zo was, namelijk precies die stilte van 18 seconden, die me wel meteen opviel. Waarom zei die man niks meer?

‘De voetbalhel.’ Dat was het eerste wat hij weer uit wist te brengen. Horrorscenario, hartverscheurend, gebroken, wreed: de woorden die volgden waren even groots en meeslepend als de superlatieven die in de aanloop naar de wedstrijd hadden geklonken, toen we nog geloofden dat het wonder Ajax ons in extase zou brengen met een magistrale overwinning. De uien konden wachten. Dit was inderdaad wreed. Te wreed.

We zijn een zuinig volkje. Zuinig met complimenten, met geld, met grote woorden. We moeten niet overdrijven, ons niet groter voordoen dan we zijn, de dingen niet erger maken dan ze zijn, ons gedeisd houden, onszelf niet op de borst kloppen, elkaar niet op de borst kloppen. Geen gedoe, gekkigheid of opschepperij. We zijn bescheiden. Zuinig. Behalve als het om voetbal gaat. Dan zijn we gul. En geen volkje, maar een volk, waar zelfs ik me bij voel horen. Een gul en trots volk, dat als één man achter onze Amsterdamse club staat. Schreeuwend, juichend, stil.

Eva Posthuma de Boer (1971) is schrijver (van onder meer de roman En het wonder ben jij, 2018); Eddy Posthuma de Boer (1931) is fotograaf en werkte voor Het Parool, de Volkskrant, Time-Life en Avenue. Samen kiezen ze elke twee weken een foto uit Eddy’s archief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.