InterviewGreen Day

‘We waren een soort rock­dinosaurussen geworden. Een band die vooral teert op oude roem’

Punkrockband Green Day in 2020: Tré Cool, Billie Joe Armstrong en Mike Dirnt.Beeld HH

De mannen van Green Day brullen weer, maar zonder de woede van weleer. De punkrockband heeft de onuitputtelijke liefde voor muziek teruggevonden. 

Er is wat paniek op de tweede etage van het Bless Hotel in Madrid. Op deze 5-sterrenlocatie is de Amerikaanse band Green Day eind oktober een paar dagen neergestreken, maar aan het heen en weer rennen van bellende platenmaatschappijdames valt op te maken dat niet alles gaat zoals het hoort.

‘Billie is vertrokken’, krijgt V te horen. ‘Hij vernam zojuist dat zijn zoon een auto-ongeluk heeft gehad en is het hotel uitgerend.’ Het blijkt later niet ernstig te zijn, maar Billie Joe Armstrong, zanger en liedjesschrijver van Green Day, al een kwarteeuw de grootste punkband ter wereld, geeft begrijpelijkerwijs geen ­interview.

De Volkskrant mag het doen met de twee andere bandleden, bassist Mike Dirnt en drummer Tré Cool. Maar eerst kan er met de koptelefoon in een van de suites worden geluisterd naar het nieuwe, dertiende album van de band: Father of All Motherfuckers. Tien korte liedjes die in 26 minuten voorbij­razen. Terwijl we referenties noteren als Motown-beat, Gary Glitter-glamrock, Blondie-powerpop en Kinks-rock-’n-roll worden we gerustgesteld. Amstrongs zoon Joey (24) is gelukkig slechts licht­gewond. Zijn vader geeft vandaag weliswaar geen interviews meer, maar het concert een dag later komt niet in gevaar. En Dirnt en Cool zitten op de Volkskrant te wachten.

Verstandige mannen

De twee hebben in de aangrenzende kamer een fles rode wijn geopend die de drummer met zorg uitschenkt.

‘Vroeger hadden we alles meteen ­gecanceld’, zegt Dirnt. ‘En waren we met het eerste vliegtuig naar huis gegaan. Maar we zijn nu verstandige mannen van 47 jaar die hun verantwoordelijkheid nemen.’

Green Day is al lang geen gewoon bandje meer, dat een beetje aanmoddert in de punkrock, af en toe een plaat uitbrengt en een concertje geeft als het daar zin in heeft. ‘Wij zijn een bedrijf met een meerjarenplanning. Al tijden staat 30 oktober genoteerd als de dag waarop we nog één keer integraal mijn favoriete plaat Dookie gaan spelen. Dat gaat dus gewoon door, want zo ernstig is het ­gelukkig allemaal niet met Joey.’

‘Gelukkig niet, maar ik schrok me dood’, zegt Billie Joe Armstrong drie maanden later aan de telefoon vanuit Oakland in Californië. Het album Dookie (1994) is inderdaad integraal gespeeld (zie inzet). We schrijven 30 januari, een week voordat het album Father of All ­Motherfuckers zal verschijnen. ­Armstrong wil, net als zijn twee bandmaatjes een paar maanden geleden, meteen ­weten wat V van het nieuwe album vindt.

Kort, puntig en opzwepend, is het ­antwoord, met referenties aan klassieke rock en pop opvallend. ‘Dit is het Green Day party-album dat ik al jaren wilde ­maken’, valt Armstrong in de rede. 

Het nieuwe album van Green Day: Father of All Motherfuckers.

Onbezorgd feesten?

Maar waar is de woede gebleven? Is dit wel de juiste tijd voor een band met een punkverleden als Green Day om onbezorgd te gaan feesten? We praten toch met de man die met zijn band vijftien jaar geleden verantwoordelijk was voor een van de succesvolste politieke pamfletten uit de recente popgeschiedenis: ­American Idiot. De idioot was de toen­malige president George Bush. Maar is de man die thans in het Witte Huis zit niet op z’n minst een even boos album waardig?

Armstrong: ‘Donald Trump is het ­ergste wat Amerika ooit is overkomen. Ik kan zijn naam niet eens meer uitspreken, en je zult hem dit gesprek ook niet meer uit mijn mond horen. Het land is echt compleet naar de klote aan het gaan. Witte racisten hebben het voor het zeggen, overal heerst paranoia, ook bij mij. Daar heb ik met mijn muziek geen antwoord op.’

Armstrong is de woede voorbij, zegt hij. Iets wat zijn kompanen Dirnt en Cool drie maanden ­geleden ook al zeiden. Dirnt: ‘Je kunt wel weer een boos liedje maken over die rooie gek in het Witte Huis, maar Billie keerde zich in zijn teksten liever even af van de politiek, hij is er in zijn liedjes van weggevlucht.’

Klassieke rock-’n-roll

Cool: ‘We zijn teruggevallen op dat wat ons alle drie al een leven lang de meeste troost biedt: klassieke rock-’n-roll. Elke keer als we bij ­elkaar kwamen om onze nieuwe plaat te bespreken, begonnen we een uur lang ­tegen elkaar te brullen over de ellende die we nu weer op het nieuws hadden gezien. En dan gingen we plaatjes draaien om tot rust te komen.’

Oude plaatjes, beaamt Armstrong. Motown-soul van Martha Reeves & The Vandellas, punkrock van The Clash, British Beat van The Kinks en heel veel punkrock van de bands uit de Bay Area waarmee we dertig jaar geleden een scene vormden.’

Green Day is niet als een politieke band begonnen en wil dat ook eigenlijk niet zijn, zegt Armstrong. Hun American Idiot verwoordde destijds misschien wel precies welke woede en zorgen er onder de jeugd leefden. ‘Maar een American Idiot deel twee is nooit de bedoeling geweest.’

De plaat was wél heel belangrijk voor het voortbestaan van de band, zegt hij. ‘We kwijnden een beetje weg, leek het. Dookie had ons in 1994 enorm veel succes gebracht. De plaat kwam ook precies op het juiste ­moment.’

Armstrong weet nog goed hoe punkrock van Green Day, maar ook die van bands als The Offspring, ­Rancid en Bad Religion tegenwicht gaf aan de ‘loodzware grunge’ van bands als Pearl Jam, Alice in Chains, Stone Temple Pilots en ­Nirvana. ‘Het leek wel alsof na de dood van Kurt Cobain in april 1994 er ineens heel veel behoefte kwam aan opzwepende, meebrulbare rock-’n-roll.’

Rockdino’s

Van Dookie werden meer dan 20 miljoen platen verkocht. ‘We wisten dat we dat nooit meer zouden evenaren. Maar het werd wel van ons verwacht, leek het.’ Elke plaat kreeg een mindere ontvangst. Dirnt: ‘Punkrock raakte uit de mode, we moesten iets anders. Dat werd American Idiot. Langere songs, aangekleed als een soort rockopera. Ineens deden we er weer toe.’

Armstrong: ‘En toen begon de neergang weer opnieuw.’ Alle drie zijn ze achteraf niet blij met het overgeproduceerde 21st Century Breakdown (2009), of de drie platen zonder echt goede liedjes die de band in 2012 uitbracht (Uno!, Dos! en Tré!).

Cool: ‘We waren een soort rock­dinosaurussen geworden. Een band met een grote naam die vooral teert op oude roem. We wisten dat we beter konden, maar zagen niet hoe.

Dirnt: ‘We moesten gewoon terug naar waar we vandaan kwamen. ­Terug naar de jongenskamers waar we plaatjes draaiden voordat we naar concerten gingen. Dat euforische ­gevoel dat je dan hebt als je vol adrenaline naar je favoriete bandjes gaat kijken, of als je zelf mag spelen, dat waren we een beetje kwijt.’

Lekkere Motown-baslijnen

In 2017 kwam dat langzaam terug, mede door de door Green Day gefinancierde documentaire Turn It Around – The Story of East Bay Punk. Armstrong: ‘Wat ons destijds bond was een onuitputtelijke liefde voor muziek. Dat was ik bijna vergeten. En dat moest ik weer terugvinden.’

Armstrong dook in zijn platen­collectie en stuitte op de platen Some Girls (1978) van de Rolling Stones en Controversy (1981) van Prince. ‘Ik wilde ook met zo’n falsetto als die van Prince zingen of als Mick Jagger in Miss You.’

Dirnt: ‘Nou, dat hebben we ­geweten. Ik schrok me dood toen ik Billie in de studio zijn hoge stemmetje op hoorde zetten. Maar het dwong ons ook om wat anders te spelen. Ik kon eindelijk zonder gêne lekkere ­Motown-baslijnen produceren.’

Cool: ‘Waar ik me dan weer bij aansloot met funkritmes waarvan ik niet eens wist dat ik ze kon spelen.’

Door elkaar muzikaal uit te dagen en vooral door heel veel over muziek te praten en elkaar net als dertig jaar geleden favoriete platen te geven, kwam er volgens Armstrong een kinderlijk enthousiasme terug in het trio.

Euforie

‘Dat jeugdige gevoel, die euforie die je had als je een liedje van The Kinks goed kon naspelen, was weer even terug. Dat gevoel wilde ik vangen op Father of All Motherfuckers. Die titel verwijst dan ook niet naar die oude gek in Washington, maar naar mezelf. Tijdens momenten van hoogmoed denk ik weleens: wauw Billie, dat doe je toch maar met die band van je.’

Al decennialang hangt de naam Green Day als iets mythisch, onaantastbaars boven iedere nieuwe generatie punkrockers, vindt Armstrong. Hij zag velen komen en gaan en waant zich inmiddels een vaderfiguur. ‘Op onze nieuwe plaat leer ik al die ­motherfuckers wat Green Day goede partymuziek vindt. Feesten als uitvlucht voor alle paranoia om ons heen. Ik ben me er weer helemaal jong door gaan voelen. Die jeugdigheid heeft Green Day lang niet gekend.’

Green Day: Father Of All Motherfuckers. Warner Music.

Het derde studioalbum en eerste megaseller van Green Day: Dookie.
Green Day in 2005: Mike Dirnt, Billie Joe Armstrong en Tré Cool. Beeld Nigel Crane/Redferns

Dookie

25 jaar na verschijning straalt het album Dookie nog steeds een zeld­zaam gevoel van levendigheid uit.

Dookie (1994) was het derde album van Green Day en het ­eerste van de band voor een belangrijk ­label. De plaat werd dankzij meebrulhits als Basket Case en Longview een ­mega­seller en veel nummers ervan ­hebben de setlist van Green Day niet meer verlaten.

Een integrale uitvoering van het album ter ere van het 25-jarig jubileum van Dookie stond vorig jaar volgens frontman Billie Joe Armstrong hoog op het verlanglijstje van veel festivalboekers. Maar Green Day besloot het tot een eenmalige gebeur­tenis te maken. Op 30 oktober 2019 speelde de band het album integraal voor een paar duizend uitzinnige Spanjaarden in La Riviera in Madrid.

Mannen en vrouwen van 20 tot 60 brulden alles mee. Liedjes als Welcome to Paradise en When I Come Around klonken dan ook geen seconde ­gedateerd. Er gaat nog steeds een zeldzaam gevoel van ­levenslust van uit. Armstrong: ‘Die bijna puberale onbevangenheid waarmee we die liedjes destijds speelden, krijgen we niet meer terug. Maar het voelde heerlijk om je weer even die jonge man van 22 te voelen.

Dezelfde jonge man die in oktober 1994 in de Amsterdamse Melkweg datzelfde Dookie wel heel kortstondig presenteerde. Na twee liedjes, een te hoge sprong en een verkeerde landing van Armstrong was het concert voorbij.

Armstrong: ‘En of ik dat nog weet. Ik had me op geen enkel ­optreden zo verheugd als dat in Amsterdam. De Melkweg was een grote supporter van punkrock, dat wist ik. Maar na zes minuten lag ik te kermen in een ambulance.’

Bassist Mike Dirnt: ‘En wij zaten met Dee Dee Ramone, bassist van de Ramones in de kleedkamer. Die kwam even goeiedag zeggen en dronk onze koelkast leeg. Dat is mijn herinnering aan dat optreden.’

Punkdocumentaire

Een miljoen dollar investeerde Green Day naar eigen zeggen in de documentaire Turn It Around – The Story Of East Bay Punk (2017). In deze film van Corbett Redford vertelt Iggy Pop het verhaal van de punkrockscene uit San Francisco en omstreken tussen de jaren zeventig en negentig van de vorige eeuw.

Bands als Neurosis, Jawbreaker, Green Day en Rancid zijn te zien en te horen met zeldzame opnamen. Voor Green Day bleek de film in de woorden van bassist Mike Dirnt ‘een mooie manier om onze jeugd te herbeleven’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden