INTERVIEW

'We noemen het maar Bruut-muziek'

Vier geschoolde jazzmusici formeerden bij toeval de band Bruut, die feestelijke jazz mixt met alle denkbare genres, van r&b tot metal. Met doorslaand succes.

De leden van BRUUT!, van links af Felix Schlarmann, Maarten Hogenhuis, Folkert Oosterbeek en Thomas Rolff.Beeld Daniel Cohen

In hun zwarte pakken hebben ze de afgelopen jaren alle soorten podia veroverd. Popzalen, theaters en jazzpodia verwelkomen de Amsterdamse band graag. Maar hoe ze hun muziek moeten noemen? Vier platen hebben de mannen van Bruut (zelf schrijven ze BRUUT!) afgeleverd, maar nog hebben de vier vroege dertigers er geen benaming voor. Goed, Maarten Hogenhuis (sax), Folkert Oosterbeek (hammondorgel), Thomas Rolff (contrabas) en drummer Felix Schlarmann hebben allemaal jazz gestudeerd aan het Amsterdams Conservatorium. Maar hun opzwepende feestmuziek lijkt net zo schatplichtig aan surfmuziek, rock-'n-roll en rhythm-&-blues uit de jaren vijftig als aan jazz.

'Het is een verzameling van stijlen die we leuk vinden, dat gaat van bebop naar hardrock. We noemen het maar Bruut-muziek', zegt drummer Felix Scharmann. Voor saxofonist Maarten Hogenhuis ontstaat de diversiteit in de Bruutsound vooral omdat 'we allemaal ongeveer even oud zijn en opgroeiden met dezelfde muziek. Veel grunge maar ook pop.'

Nu-metal

Schlarmann: 'Maarten kent alle liedjes van Michael Jackson uit zijn hoofd. Ik minder. Ik was meer van de hardrock. Ik hield van een band als Van Halen, waarin de drummer lekker rechtdoor speelde.'

Hun gedeelde liefde voor nu-metal van bands als Korn of de Deftones kreeg een plaatsje op hun onlangs verschenen vierde album Superjazz. Daarop is het hammondorgel van Folkert Oosterbeek bepalend voor de feestelijke sfeer. Maar hij laat het orgel in het nummer Saga even gemakkelijk gieren als een elektrische gitaar.

'We wilden ook eens wat harde shit maken, een ode aan de nu-metal waarmee we zijn opgegroeid.'

Mentor Benjamin Herman

Welke jonge Nederlandse jazzmuzikant je ook spreekt, iedereen noemt Benjamin Herman als inspirator en mentor. Ook de dertigers van Bruut hebben veel aan de saxofonist gehad. Hij zette ze in het voorprogramma van zijn eigen New Cool Collective en bracht ze in contact met platenmaatschappij DOX. Saxofonist Maarten Hogenhuis: 'Vroeger had je in de VS mensen als Miles Davis of Art Blakey. Die zochten voor hun bands altijd jonge talenten. Dat doet Benjamin ook.

Geen bandleider

Saga mag misschien geen jazz heten, maar Yamakazi, een ander nummer op Superjazz, compenseert dit. Het heeft een nerveus bebop-thema dat het uiterste vergt van de ritmesectie en saxofonist Hogenhuis. Bovendien laat Bruut zich in de wonderschone, slepende ballad Loulou ook van een gevoelige kant horen.

Er is ook een mooie rol voor bassist Thomas Rolff weggelegd: 'Ik verzorg zeg maar de houten onderkant van het bandgeluid. De meeste bands waarin het hammondorgel een prominente rol vervult, spelen zonder bassist. De bastonen komen uit het orgel. Wij hebben er wel een bassist bij, dat maakt ons geluid voller.'

De vier leden van Bruut praten zoals ze het liefst spelen. Wachtend op hun beurt, elkaar aanvullend waar nodig. Geen van hen werpt zich op als woordvoerder, een bandleider heeft Bruut niet. Schlarmann: 'We doen alles met z'n vieren. Ook het componeren. De nummers ontstaan door jammen. Dan heeft iemand een thema bedacht. Kijken of het werkt. Zo niet, weg ermee en iets anders proberen.'

Feestmuziek

Ruimte voor lange solo's krijgt of neemt niemand. Hogenhuis: 'We willen het publiek niet vervelen. We maken toch een soort feestmuziek.'

De weerzin tegen lange improvisaties heeft ook met het ontstaan van Bruut te maken. Dat gebeurde bij toeval. Schlarmann: 'We kenden elkaar van het conservatorium. Iemand had een band nodig voor een feest in de Melkweg. Wij riepen stoer: ja dat doen we wel even. Toen bleek dat we om middernacht stonden geboekt, als iedereen wil dansen. Dan kun je geen ballad als Autumn Leaves spelen. Dus hebben we snel een masterplan in elkaar getimmerd.'

Folkert Oosterbeek moest zijn piano verruilen voor een hammondorgel. Een piano zou niet boven het zaalrumoer uitkomen. Een hammondorgel klinkt harder en feestelijker.

Groot succes

Maar Oosterbeek had geen hammond, alleen een programma in zijn computer dat het geluid kon simuleren. Nog altijd speelt hij hammond op een 'gewoon' elektrisch orgel. 'Mijn voorbeeld was het elegante subtiele geluid van jazzpianist Oscar Peterson. Ik houd ook eigenlijk niet zo van het hammondorgel in de jazz.'

Voor hem geen platen van hammondgrootheid Jimmy Smith uit de jaren zestig. De andere bandleden knikken instemmend. Schlarmann: 'Ons voorbeeld was meer een plaat als Get In van Benjamin Herman.' Met die plaat uit 1999 met Larry Goldings op orgel als referentie, trad Bruut voor het eerst op en het was meteen een groot succes. Die onbevangenheid van Oosterbeek op zijn nieuwe instrument bleek juist een voordeel. 'Ik liet het orgel vooral scheuren als een gitaar, wat goed werkte bij het publiek.'

Andere werkzaamheden

Nu, vier albums en vele optredens verder, heeft hij het hammondspel goed onder de knie. Zijn sound is ieder album rijker geworden. Toch wil hij zich naast Bruut vooral verder ontwikkelen als pianist, want dat instrument is 'duizend keer leuker'.

De bandleden houden er allemaal andere werkzaamheden op na. Zo heeft Maarten Hogenhuis met zijn trio waarin ook Bruut-bassist Thomas Rolff speelt net ook een nieuwe plaat uit. Natuurlijk, vooral omdat hij het leuk vindt ook meer traditionele jazz te spelen. Maar ook om zijn hoofd boven water te houden. 'Leven van Bruut alleen is een utopie. Dat wisten we al toen we begonnen. Wij zijn van de generatie die muziek begon te maken met het besef dat je aan cd's geen droog brood kunt verdienen.'

De mannen van Bruut zoeken samenwerkingen met andere jazzmuzikanten. Er is in Nederland een levendige nieuwe jazzgeneratie actief, die het niet zo nauw neemt met genres.

Oosterbeek: 'We blijven jazzmuzikanten die graag improviseren, dat sla je er niet uit.' De tijd dat je met een jazzband drie jaar kon touren is ook internationaal voorbij, zegt Hogenhuis. De meeste jazzmuzikanten zijn eenmanszaken geworden. Je speelt mee op een plaat, gaat op tournee en dan weer op zoek naar iets anders.

Hogenhuis: 'Juist dat voortdurend wisselen van samenwerkingen houdt de jazz spannend en vitaal.'

BRUUT!, Superjazz. DOX Music.

BRUUT! speelt 25 /2 in Harbour Jazz Club, Winschoten en 8/4 op het Transition festival in TivoliVredenburg, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden