‘We moeten werk maken dat opvalt’

Productiehuis Brabant..

DEN BOSCH Shit Happens: zo wilde Pietjan Dussee tien jaar geleden Productiehuis Brabant eigenlijk noemen. Als symbool voor ‘je mag hier mislukken’. Maar de andere twee partners – Theater Bis in Den Bosch en Plaza Futura in Eindhoven – vonden het voorstel van de toenmalige directeur van Theater De Vorst in Tilburg te extreem. De drie podia wilden hun werkplaatsen (waar beginnende theatermakers zich artistiek kunnen ontwikkelen en hun eerste voorstellingen kunnen maken) bundelen tot één Brabants huis waar talent op tijd zou worden ontdekt, begeleid en verder de professionele theaterwereld in zou worden geholpen. Het werd Productiehuis Brabant. ‘Saai natuurlijk’, zegt Dussee (1953), ‘maar ik zie het nu als geuzennaam. Vergelijk het met Toneelgroep Amsterdam. We moeten werk maken dat opvalt.’

Dat laatste is de afgelopen tien jaar gelukt. Theatermakers als Rogier Schippers, Natasja d’Armagnac, Yvonne van Beukering, Anke Boerstra en Madeleine Jutten-Matzer ontwikkelden mede dankzij Productiehuis Brabant een eigen signatuur. Hetzelfde geldt voor choreografen: Helma Melis (LaMelis) maakt originele, kleurrijke dans, Kristel van Issum toert met haar ruige, punky T.R.A.S.H. tot diep in Frankrijk, het duo Laure & Laura springt onnavolgbaar van muur naar muur in krachtig, humoristisch danstheater. Sommigen hebben drie of vier jaar – het maximum – onder de vleugels van het productiehuis geopereerd, anderen krijgen steun in de vorm van coproducties. Waar T.R.A.S.H. met zijn schuimbekkende dans aan de meest tegendraadse kant van het spectrum zit – de spannendste groep volgens Dussee – , is Jutten-Matzer met toegankelijk bewerkte bestsellers (Hokwerda’s Kind, Knielen op een bed violen) doorgedrongen tot het circuit van vrije theaterproducenten.

Hoe verschillend de makers ook, Productiehuis Brabant heeft een eigen kleur. Dussee – ‘Ik selecteer op intuïtie’ – heeft een voorliefde voor eigenwijze, autonome kunstenaars met een sterke beeldtaal. Zelf is hij beeldend kunstenaar, en ‘bovendien getrouwd met een beeldend kunstenares’. Hij werkt met een klein team: ‘Zo veel mogelijk geld gaat naar de makers.’

Ook deze jubileumweek, tot en met zondag gevierd met presentaties van jong talent in de Verkadefabriek, bewijst hoe zeer Dussees hart ligt bij de onaangepaste excentriekeling. Op een filmpje over het huidige seizoensaanbod van Productiehuis Brabant laat hij zich door twee jonge absurdisten (Leonard & Jeroen) onverstoorbaar te grazen nemen. De te noemen voorstellingen komen niet aan bod, bizarre momenten des te meer. Beide jongens strandden op diverse kunstacademies. Dussee gelooft in het duo: ‘Als ze het hadden gevraagd, was ik uit de kleren gegaan. Mits het geen gimmick is, maar dienstbaar aan hun film.’

Een andere jubileumgast, de ‘ADHD’er’ Liesje Diemont (1980), ontmoette hij in de trein. Dussee herkende een originele geest in deze fanatieke huttenbouwster uit de Achterhoek. Nu domineert ze de parkeerplaats met een zelfgebouwde hairstyling-cafetaria-discoshop, als protest tegen de ‘bureaucratische delta van vermaak’.

‘Een op de vier makers die bij ons beginnen, breekt door. Dat is geen slechte score. Wij zijn geen hitfabriek.’ Nooit zal hij op de stoel van de (jonge) regisseur of choreograaf gaan zitten, ook niet als het fout gaat. ‘Zij maken de artistieke keuzes. Ik stel alleen vragen over idee, concept, repetitie-aanpak, communicatie met publiek.’ Hij steunt makers van wieg tot graf, zeggen medewerkers. Het ‘contract’ met Melis werd tijdens Oerol om twee uur ’s nachts ‘vastgelegd’ in het zand van Terschelling. Met zijn excentrieke smaak vindt Dussee ook dat zijn Productiehuis nooit het enige loket mag zijn voor beginnende makers in Brabant. ‘Ik ben de heiland niet.’

Net zo min laat hij zich door overheden dwingen alleen afgestudeerden van kunstvakopleidingen aan te nemen. ‘Het Productiehuis is geen verlengstuk van de opleidingen. Een kunstenaar doorloopt zelden een recht traject. Ik wil niet dat er slechts één deurtje is en dat het ophoudt als je daar niet doorheen past.’

Toch stuurt het plan van de Raad voor Cultuur over de nieuwe basisinfrastructuur (Innoveren, participeren!) daar wel op aan. De raad schrijft daarin dat ‘productiehuizen een sterke binding moeten aangaan met theateropleidingen voor het scouten van talent’. Dussee: ‘Het kunstenaarschap is een vrij beroep. Je hoeft niet per se van een opleiding te komen om het podium op te mogen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden