Interview

'We moeten onze wapens neerleggen en gelijkheid creëren'

Hoe maak je een film over minderheden zonder dat het politieke kitsch wordt? Neem een roedel opstandige straathonden. White God-regisseur Kornél Mundruczó legt het uit.

Beeld uit White God. Beeld Cinemien

Of hij White God in een paar zinnen kan omschrijven? De Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó schiet in de lach en schudt zijn hoofd. 'Moeilijk.' Nog een keer, wrijvend in de korte, donkere baard: 'Heel moeilijk.'

De vijfde speelfilm van de 39-jarige filmmaker (Johanna, Delta) gaat in ieder geval over een verzameling van honderden opstandige straathonden in hartje Boedapest. Beesten zonder baasje, die in de magische openingsscène van de film gegroepeerd door de straten van het statige centrum razen, als symbool voor de revolutie van de arme, machteloze, onderdrukte maatschappelijke onderklasse. Maar White God laat ook zien hoe het meisje Lili een film lang verwoed zoekt naar haar hond Hagen, die op een dag door haar vader uit de auto wordt gezet. En hoe Hagen zich onderwijl opwerpt als commandant van de strijdende viervoeters.

Eén ding is duidelijk: 'Hagen is een klassieke held', zegt de filmmaker in de lobby van een hotel in Amsterdam. 'Mijn Humphrey Bogart.' De hond - gespeeld door de broertjes Luke en Body, winnaars van de Palm Dog Award tijdens het filmfestival van Cannes - is de rode draad in een film die doelgericht van genre naar genre springt. Wat begint als familiemelodrama, krijgt gaandeweg het uiterlijk en karakter van een misdaad-, actie- en zelfs horrorfilm.

Een leger van honderden opstandige straathonden verzamelt zich in het centrum van de Hongaarse hoofdstad Boedapest, in de film White God van Kornél Mundruczó. Beeld Cinemien

Hart raken

Mundruczó: 'Ik wil laten zien dat pure, afgebakende genrefilms wat mij betreft dood zijn. Actie, horror - je raakt je publiek er niet meer mee. Niet écht, als het tenminste je ambitie is om je publiek aan te spreken, om een dialoog te creëren. Als filmkijker ben ik daarnaast dol op films die iets onverwachts met mij doen. Niet zozeer intellectueel, maar vooral emotioneel. Films die je hart raken, niet je hoofd.'

De versmelting van filmgenres heeft desondanks betekenis: 'Kijk hoe we informatie tot ons nemen, op onze iPhone, op Twitter: eerst een nieuwsbericht over een topmodel, dan een onthoofdingsvideo van IS, vervolgens een paar grapjes en ten slotte een politiek statement. Alles maakt deel uit van dezelfde informatiestroom. Het is volkomen onduidelijk wie voor wat staat. Dáár wil ik op reflecteren.'

Die aanpak komt voort uit zijn verlangen om te werken in wat hij noemt 'radicale vrijheid'. Vrijheid die hij gebruikt om af te rekenen met het clichébeeld van het 'langzame en tijdloze' Oost-Europa, waarover dan weer 'trage en melancholische' Oost-Europese cinema werd gemaakt. Mundruczó is de eerste om te zeggen dat zijn oeuvre die films ook bevat, zoals het fraaie, zwijgzame familiedrama Delta uit 2008. 'Maar ik zag mijn publiek ouder en ouder worden. Dat frustreerde. Stond ik bij een vraaggesprek weer voor een zaal waar iedereen boven de zestig was.'

Beeld Cinemien

Droomsequentie

Het iconische openingsbeeld van White God - een meisje op haar fiets gevolgd door 250 rennende honden door de lege straten van Boedapest - was het eerste in Mundruczó's hoofd toen hij besloot een film over opstandige straathonden te maken. 'Dit soort droomsequenties zijn ongelofelijk krachtig. Ze laten iets onbekends zien, iets wat nooit eerder op je netvlies verscheen, terwijl je ze gevoelsmatig al langer kent, als de verfilming van een droom.'

Beeld Cinemien

Agressief en intolerant

'Het tempo van leven hier is de afgelopen vijf jaar totaal veranderd. Alles is sneller, extremer en radicaler. Maar ook hard, agressief en intolerant tegenover het onbekende. Extreemrechts is nu de twee-na-grootste politieke partij van het land. Ik zocht naar een filmtaal die aansluit op die nieuwe wereld - extreem, energiek.'

Toen hij vastliep met de financiering van een film die zijn oude stijl vertegenwoordigde, stampte hij met twee scenaristen binnen vier weken White God uit de grond. Mundruczó: 'Ik hou van risico en heb vaker nieuwe dingen uitgeprobeerd. Bij Johanna (een gezongen sprookjesvariant op het verhaal van Jeanne d'Arc, red.) zullen ook mensen hebben gedacht: what the fuck is dit? Het lag niet voor de hand dat de combinatie van genres zou werken. We zijn maar gewoon gaan draaien. Het was een freejazzperiode.'

Cruciaal ingrediënt: bijna alles wat je ziet in White God heeft zich daadwerkelijk zo voor de camera afgespeeld. 'Neem de tijger in Life of Pi, de film van Ang Lee. Ziet er fantastisch uit, maar alle emoties van dat beest zijn door mensen bedacht - er ontbreekt een laag. Ik zoek voortdurend naar echte emoties, op de gezichten van mensen, en dus ook op die van honden. Men mag mij een slechte regisseur vinden of een slechte verhalenverteller, maar de blik in de ogen van mijn personages, mens of dier, is echt. Dat is ook de reden waarom de honden overtuigen als metafoor voor de sociale onderklasse, denk ik.'

Kornél Mundrucz Beeld Cigdem Yuksel

Superioriteitsgevoel

Inspiratie ontleende hij aan postapocalyptische films uit de jaren tachtig en negentig; Blade Runner, The Terminator, Robocop, zelfs Jurassic Park. Terwijl de communistische filmclub in zijn kleine Hongaarse geboortedorpje films van Tarkovsky en consorten vertoonde, bekeek hij stiekem westerse klassiekers op illegale VHS-kopieën, zonder ondertiteling. 'Die films zijn veel steviger in de maatschappij geworteld dan al die verfilmingen van stripuitgeverij Marvel.'

Nog belangrijker was In Ongenade van de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee. 'Het misplaatste superioriteitsgevoel van de blanke elite dat Coetzee beschrijft ligt aan de basis van mijn film. We mogen ons toch niet verbazen dat de onderdrukte klasse daar na duizenden jaren tegen in opstand komt? De zonde van onze voorouders is wat dat betreft ook onze zonde. Het enige wat we kunnen doen is onze wapens neerleggen en opnieuw beginnen, gelijkheid creëren. Wat dat betreft is mijn film een waarschuwing: laten we niet steeds opnieuw de perioden van intolerantie in onze geschiedenis herhalen.'

Rest de vraag: waarom toch die honden? 'Ik had mijn verhaal op geen enkele andere manier kunnen vertellen', zegt Mundruczó. 'Een dakloze zigeuner als filmheld? No way. Zo kun je nooit over minderheden praten. Dat wordt politieke kitsch. Nee, op een dag stond ik in een hondenasiel, ik keek die beesten in hun ogen en wist: over hen moet ik een film maken.'

Beeld Cinemien
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden