‘We moeten af van die slachtoffercultus’

Ze schreven allebei een nieuw boek. Hermann von der Dunk over de persoonlijke en collectieve herinnering aan het verleden. Zijn zoon Thomas over patriottische architecten en hun nieuwe bouwstijl aan het eind van de 18de eeuw....

Peter Giesen

Hermann von der Dunk wilde liever niet dat zijn zoon historicus zou worden. En Thomas von der Dunk stond een loopbaan als architectuurfotograaf voor ogen. Het zou anders lopen. Vader en zoon staan nu allebei bekend als historici met een grote belangstelling voor de actualiteit, die zij ook veelvuldig uitdragen op de opiniepagina’s van de kranten. Beiden brachten onlangs een nieuw boek uit. Hermann schreef In het huis van de herinnering, een beschouwend werk over de persoonlijke en collectieve herinnering aan het verleden. Thomas dankt zijn reputatie vooral aan zijn commentaar op de actualiteit, maar als wetenschapper schrijft hij vooral over architectuurgeschiedenis.

In Hollands heiligdom vertelt hij hoe patriottische architecten aan het einde van de 18de eeuw een nieuwe bouwstijl over Nederland verbreidden. Ze wilden afrekenen met de ‘decadente’ rococofratsen die destijds en vogue waren, en grepen terug op de strengere, neoclassicistische architectuur uit de Gouden Eeuw. Ze probeerden de Nederlandse identiteit in steen te vangen.

Het gesprek met vader en zoon Von der Dunk vindt plaats in de tuin van het ouderlijk huis in Bilthoven, het bosrijke dorp waar Hermann al woont sinds zijn ouders er in 1937 neerstreken, op de vlucht voor de nazi’s. Thomas is op de motor uit Amsterdam gekomen en draagt zijn welbekende leren broek. Hermann is de wijze emeritus met groot gezag, Thomas de niet meer zo heel jonge vrijbuiter, die zich op welsprekende wijze door zijn zinnen knarsetandt.

Studiekeuze

Studiekeuze
Hermann: ‘Ik heb nooit enige druk uitgeoefend op de studiekeuze van mijn kinderen. Maar toen mijn oudste zoon Frans geschiedenis ging studeren, vond ik dat niet zo gelukkig. Ik dacht: misschien kom je later voortdurend je vader tegen. Uiteindelijk is Frans overgestapt naar rechten. Hij is nu hoogleraar ruimterecht in Leiden. Het curieuze is dat Thomas geen geschiedenis heeft gestudeerd, maar kunstgeschiedenis. Als jongen was hij al zeer geïnteresseerd in kerktorens.’ Thomas: ‘Ik wilde bewust geen geschiedenis doen, vanwege mijn vader en mijn broer.’ Hermann: ‘Maar uiteindelijk voelde je je ook meer thuis bij de historici.’

Studiekeuze
Thomas: ‘Kunsthistorici hebben te weinig historische belangstelling. Ik ben vooral geïnteresseerd in kunst als object van ideologie en propaganda. Wat wilden die lui ermee? Dat connaisseurschap – o, dat moet Rembrandt op 7 januari 1653 hebben geschilderd – interesseert me minder. Maar ik kwam ook niet aan de bak als kunsthistoricus. Ik besta nu van het schrijven over actuele kwesties. Dat is een toevalstreffer. Ik verdien er mijn brood mee, waardoor ik in staat ben wetenschappelijk werk over een verder verleden te doen.’

Studiekeuze
Hermann: ‘We hebben elkaar bewust trachten te vermijden. Maar door omstandigheden is hij in mijn tuintje terechtgekomen.’

Studiekeuze
Commentaar vanuit historisch perspectief is de afgelopen jaren weer in trek. Lange tijd gold geschiedenis als een typisch alfavak, leuk voor de liefhebbers, maar niet erg relevant voor een samenleving die sterk gefixeerd was op sociaal-economische vraagstukken. Maar door globalisering, de val van de Muur, immigratie en de opmars van Europa is een zoektocht naar de nationale identiteit op gang gekomen. Voor sommige politici en opiniemakers is de vraag waar ‘wij’ vandaan komen van cruciaal belang. Hoe kunnen we anders migranten vragen zich aan te passen als we zelf niet weten wie we zijn?

Studiekeuze
Hermann: ‘Je ziet een sterke renationalisatie. Terug naar de eigen geschiedenis, terug naar de eigen haven, wat natuurlijk voortkomt uit de benauwdheid om in Europa op te gaan.’

Studiekeuze
Thomas: ‘Dat gaat samen met een idiote verengelsing. Je kunt tegenwoordig door een winkelstraat lopen en denken dat je in Amerika bent, op grond van de reclame-uitingen.’

Studiekeuze
Hermann: ‘Ja, maar dat is een verlengstuk van de Nederlandse commerciële identiteit. Het kan ons niks schelen in welke taal we praten, als het maar iets in het laatje brengt.’

Willem van Oranje

Willem van Oranje
Uit In het huis van de herinnering blijkt hoe glibberig de collectieve herinnering is waarop een nationale identiteit moet worden gebouwd. Elke bevolkingsgroep heeft zijn eigen verleden. In de 19de eeuw beschouwden de liberalen Willem van Oranje als een vrijheidsstrijder, terwijl de calvinisten hem vereerden als een voorvechter van het ware geloof. ‘De herinnering is een magazijn, waaruit doorlopend munitie wordt gehaald en wapens worden gesmeed, ook voor politieke en ideologische doeleinden. Want in de herinnering zit altijd een brok toekomst verstopt’, schrijft Hermann von der Dunk in zijn boek.

Willem van Oranje
Bovendien schuift de herinnering met de actualiteit mee. Het heden werkt vaak als een filter op het verleden. Thomas: ‘Je zoekt in het verleden wat je in het heden wilt vinden. De patriotten legitimeerden hun opstand tegen de regenten en stadhouder Willem V met een geïdealiseerd verleden, de Bataafse mythe. De Bataven waren altijd vrij geweest, totdat de Romeinen kwamen. Claudius Civilis kwam daartegen in opstand. Later werden zij onderdrukt door de Habsburgers, waartegen Willem van Oranje in het geweer kwam.’

Willem van Oranje
Ook het beeld van de bezetting, Nederlands meest pregnante collectieve herinnering, is in de loop der jaren sterk van karakter veranderd. In 1945 meende de toen 16-jarige Hermann von der Dunk de herinnering aan oorlog als ‘een afgestroopte lelijke slangenhuid langs de berm van het verleden’ achter te kunnen laten. De onthullingen over de concentratiekampen in de weken na de bevrijding versterkten slechts de neiging om de blik voorwaarts te richten en het ‘giftig vuil’ van de oorlog te vergeten. Op dat moment verwachtte hij niet dat de oorlog zo’n belangrijke rol zou blijven spelen in het nationaal bewustzijn.

Willem van Oranje
In de jaren vijftig stond de herinnering aan de oorlog in het teken van de Koude Oorlog. De Tweede Wereldoorlog werd voorgesteld als een titanenstrijd tussen democratie en dictatuur. Hitler vervulde de rol van Stalin, en de boodschap was duidelijk: Nederland zich nooit meer zo kinderlijk laten overrompelen als in mei 1940.

Indringende vragen

Indringende vragen
Dat veranderde in de jaren zestig, toen de welvaart en de dooi in de Koude Oorlog een nadere reflectie mogelijk maakten. Een nieuwe generatie, die de oorlog zelf niet had meegemaakt, stelde indringende vragen aan haar ouders, vooral over het grote aantal weggevoerde joden. Hermann von der Dunk: ‘Tot de jaren zestig was de shoa een voetnoot bij de oorlog, zo wordt wel gezegd, daarna werd de oorlog een voetnoot bij de shoa. Die verandering in de collectieve herinnering heeft ook de persoonlijke herinnering beïnvloed.

Indringende vragen
‘Ik heb meegewerkt aan het project van de Stichting Onderzoek Terugkeer en Opvang, over de manier waarop Nederland na de oorlog de overlevende slachtoffers heeft behandeld. Veel van de nu nog levende slachtoffers kijken met huidige maatstaven naar hun toenmalige reactie. Direct na de oorlog heerste, heel algemeen in Nederland, een mentaliteit van flinkheid, opbouwen, niet zeuren en jammeren. Daar pasten de slachtoffers zich ook bij aan. Toen hebben zij dingen aanvaard waarvan de huidige samenleving zegt: ja, maar dat is toch schandalig! Ik geloof ook dat de slachtoffers zichzelf dat innerlijk kwalijk nemen.’

Indringende vragen
Vader en zoon zijn het er overigens hartgrondig over eens dat de hedendaagse aandacht voor de oorlog excessief is. Thomas: ‘Het irriteert me alleen al dat er zoveel geld naar onderzoek over de oorlog gaat, waardoor andere historische onderwerpen er bekaaid van afkomen.’ Hermann: ‘Nu praat je als werknemer. Ik geloof dat de overmatige aandacht voor de bezetting een scheef beeld van onszelf en de ander geeft. We moeten afkomen van dat eeuwige slachtofferbewustzijn, van die slachtoffercultus zelfs. Nederland staat altijd in de voorste gelederen om van anderen excuses te vragen. Maar premier Kok kreeg het maar net over zijn lippen om Indonesië excuses aan te bieden voor het optreden van Nederland.

Indringende vragen
‘Vragen over goed en fout tijdens de bezetting maken nog altijd veel los in Nederland – dat zag je onlangs nog bij de kwestie over de volkskundige P.J. Meertens. Maar over de wandaden die Nederland in Indonesië heeft begaan, wordt niet gepraat. Bij de politionele acties zijn ongeveer vijfduizend Nederlandse soldaten gesneuveld, tegenover ongeveer 150 duizend Indonesiërs. Daar zaten rebellen bij, maar voor het grootste deel waren het burgers.’

Wraak

Wraak
Bij de politionele acties speelde de herinnering aan de bezetting een grote rol, denkt vader Von der Dunk. Onbewust vereffenden Nederlandse soldaten met de Indonesiërs een rekening die eigenlijk voor de Duitsers en de Jappen bedoeld was. Zo kon Nederland wraak nemen op zichzelf en voor zijn passiviteit tegenover nazi-Duitsland. De collectieve herinnering wordt echter gedomineerd door de bezetting, terwijl de excessen in Indië hooguit een vermoeid schouderophalen ontmoeten. Zo kunnen Nederlanders hun land nog altijd beschouwen als een vreedzame, moreel hoogstaande natie in een boze wereld.

Wraak
Heeft het wel zin die collectieve herinnering, die zo onbetrouwbaar is en zo sterk wordt gekleurd door het heden, vast te leggen in een Nationaal Historisch Museum? Zal zo’n museum geen mythisch beeld van het verleden geven? Anders dan veel historici keurt Hermann von der Dunk de mythe niet af, zolang zij tenminste niet tot vervalsing van de geschiedenis leidt. Er sluipt onvermijdelijk een mythisch element in elke poging een zinvol verhaal over het verleden te vertellen, gelooft hij.

Wraak
‘Je kunt de historische feiten rood of blauw belichten, al naar gelang je eigen overtuiging. Maar je moet licht op het verleden werpen. Als je alleen maar feitjes verzamelt, kun je net zo goed het telefoonboek lezen. Het is een illusie te denken dat een historicus zich los kan maken van zijn eigen normen en waarden.’

Wraak
Zorgwekkender vinden vader en zoon Von der Dunk de nationalistische sfeer die rond het verleden dreigt te ontstaan. Thomas: ‘Zo’n museum bevordert het historisch bewustzijn. Daar kan je als historicus niet tegen zijn. Maar de invulling kan wel riskant zijn als het uitdraait op een soort ophemelen van ons verleden. In mijn boek Het Nederlands Museum heb ik een voorstel gedaan voor een museum waarbij ik Nederland in een bredere Europese context heb ingebed. Dat vergt een aanpak die niet alleen geconcentreerd is rond onze eigen helden.’

Wraak
Hermann: ‘In de 19de eeuw waren historici de wetenschappelijke lijfwachten van de nationale identiteit. Na de Tweede Wereldoorlog heerste ook in de geschiedwetenschap een sterk anti-nationalistische stemming. Wat ik nu constateer, met een zekere kritiek, is een zekere renationalisering. In de historische wetenschap ontbreekt vaak de Europese context. Daardoor wordt Nederland uitvergroot, terwijl het feitelijk steeds meer onderdeel van Europa wordt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden