‘We kunnen ons geen wanhoop permitteren’

In zijn roman De bevrijdende bruid verbindt de Israëlische schrijver Awraham B. Yehoshua de Algerijnse burgeroorlog en dekolonisatie uit de jaren zestig met de islamitische terreur, en onderzoekt hij ook een echtscheidingskwestie....

Jochanan Rivlin is hoogleraar oriëntalistiek aan de universiteit van Haifa. Met grote inzet maar slechts matig succes doet hij onderzoek naar de strijd van de Algerijnen voor onafhankelijkheid van Frankrijk. Wat hem vooral intrigeert is of er een relatie bestaat tussen de feitelijke dekolonisatie in de jaren zestig van de vorige eeuw en de hevige golf van islamistische terreur en militaire contraterreur die Algerije in de jaren negentig teisterden. ‘Men mag’, meent hij, ‘niet over het verleden schrijven alsof er geen heden is. (*) Ik kan me onmogelijk met de jaren vijftig en zestig van de 20ste eeuw bezighouden, die vol hoopvolle verwachtingen waren, en negeren wat er nu is losgebarsten aan krankzinnige, blinde terreur.’ Omdat hij met de traditionele onderzoeksmethoden niet verder komt, schakelt Rivlin een van zijn Arabische studentes in om gedichten en verhalen voor hem te vertalen, in de hoop dat hij daar de sleutel tot begrip zal vinden.

Tegelijkertijd is de hoogleraar bezig met een geheel andere queeste naar de waarheid. Zijn oudste zoon, die gelukkig getrouwd leek, is vijf jaar geleden volkomen onverwacht gescheiden. De jongen noch zijn ex is bereid te onthullen wat de aanleiding was, en volgens de vader weet de zoon het zelf niet eens. Dat stijft hem in zijn besluit om achter de ware toedracht te komen, en hij gaat op onderzoek uit, tegen de zin van zijn beminnelijke, wijze, maar ook enigszins bemoeizuchtige echtgenote, voor wie hij een en ander geheim moet proberen te houden.

Yochanan Rivlin is een fictief personage, de hoofdpersoon uit de roman De bevrijdende bruid van de Israëlische schrijver Awraham B. Yehoshua. De auteur, die tal van ook in het Nederlands vertaalde romans, korte verhalen en essays op zijn naam heeft staan, lijkt verdacht veel op het alter ego van Rivlin. Ook Yehoshua is hoogleraar in Haifa, niet in de oriëntalistiek, maar in de literatuurwetenschap. Zijn pittig ogende, sympathieke echtgenote, met wie hij eendrachtig een sigaretje staat te roken voor de ingang van hun Amsterdamse hotel, is geen rechter, zoals Rivlins vrouw, maar psychoanalytica. Ook een beroep dat de gewoonte met zich meebrengt om het soort van indringende vragen te stellen waarop Rivlin zo afwerend reageert.

‘In dit boek’, steekt Yehoshua monter van wal, ‘gaat het vooral om het verkennen van grenzen. Alle mogelijke soorten grenzen. Tussen man en vrouw, vader en zoon. Tussen een docent en zijn studenten. En natuurlijk tussen ons, Israëli’s, en de Palestijnen, ons en de Israëlische Arabieren, de Israëlische Arabieren en hun Palestijnse broeders. Dat voortdurende aftasten en overschrijden van grenzen is minstens zo belangrijk als het ontdekken van de waarheid, het is er zelfs een voorwaarde voor.’

De vraag naar het waarom van de late Algerijnse geweldsuitbarsting heeft Rivlin volgens zijn schepper Yehoshua niet definitief kunnen beantwoorden, hij heeft er hoogstens aanwijzingen voor gevonden. ‘Zoals in dat verhaal van de Tunesische journalist Jamal ben al-Maluch, De plaatselijke vreemdeling, een variatie op De vreemdeling van Albert Camus. Camus laat Meursault, een jonge Fransman, een Algerijnse Arabier doden, zonder reden, zonder haat, zonder doel, alleen vanwege de zon, zoals hij later verklaarde. In De plaatselijke vreemdeling is het de hoofdpersoon Musa die een Frans stelletje met een mes de keel doorsnijdt, omdat hij wordt bevangen door vrees voor de maan, angst dat de maan op hem zal vallen. Musa wordt vrijgesproken door de Tunesische rechter, die erkent dat de maan de schuldige is. Absurd, nietwaar? En dit verhaal wordt aan Rivlin verteld door zijn Arabische studente Samaher, die iets triomfantelijks in haar stem heeft, omdat dit Arabische absurdisme nog verder gaat dan dat van Camus. Maar het absurde verklaart natuurlijk niets, dat is de moeilijkheid. Het blijft een zwart gat. Ik denk er wel iets van te herkennen, bij Al Qaida, zo’n aanval op twee torens in New York, absurd, nihilistisch. Ze wisten immers heel goed dat ze Amerika daarmee nooit zouden kunnen overwinnen. ’

Vanwaar eigenlijk die aandacht voor Algerije? Ziet u een parallel met Israël en de Palestijnen?

‘Jazeker. De Algerijnse strijd voor de onafhankelijkheid was bloedig, maar rationeel. Langdurig ook. En later heeft zich dat dus ontwikkeld tot een enorm gewelddadige broederstrijd, wellicht omdat de opgehoopte frustraties een uitweg moesten vinden. Ik wil die Algerijnse burgeroorlog niet vergelijken met wat zich in de Gazastrook heeft afgespeeld tussen aanhangers van Hamas en Fatah. Ik hoop niet dat het daar die kant uitgaat. Maar het doet er wel enigszins aan denken.

‘Dit boek heb ik geschreven in optimistischer dagen. Vóór de mislukking van de top met de Palestijnen in Camp David, in de zomer van 2000, leek het alsof er vrede zou komen. In het boek komt Rivlin verder met zijn onderzoek dankzij de hulp van de Arabische studente. En bij het oplossen van het persoonlijke raadsel, omtrent zijn zoon, spelen Israëlische Arabieren eveneens een belangrijke rol. Wat daarin tot uitdrukking komt, is mijn overtuiging dat voor de toekomst van Israël de relatie met de Arabieren absoluut doorslaggevend is. De relatie met de Palestijnen, maar ook met onze buurlanden en met de Arabische minderheid in Israël zelf.

‘Als iets me reden geeft tot enig optimisme over de onlangs gehouden vredesbijeenkomst in Annapolis, dan is het de aanwezigheid van de Arabische landen daar. Vooral van Syrië. Ik betwijfel of op dit moment Israël en de Palestijnen in staat zijn om er samen uit te komen, alleen al vanwege de onderlinge Palestijnse verdeeldheid. Maar als er serieuze gesprekken zouden komen met Syrië en Israël geeft hun de Golan terug en Syrië zou vervolgens zijn steun aan Hezbollah en Hamas stopzetten*’

U noemt de Palestijnse verdeeldheid en de houding van Hamas obstakels op de weg naar een vredesregeling. Vergeet u de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever niet?

‘Dat is zeker een groot probleem, maar het is niet onoplosbaar. Je zou de kolonisten kunnen aanbieden om, als ze niet naar Israël terug willen, daar te blijven, onder Palestijns bewind, met Palestijnse garanties voor hun veiligheid. Sommigen zullen dat willen, uit religieuze motieven.’ Yehoshua is helemaal opgeleefd, hij straalt. ‘Wat is daar eigenlijk tegen, een Joodse minderheid in Palestina? Zoals wij ook een Arabische minderheid van zo’n 20 procent hebben. Ik ben niet van mening dat Palestina judenrein moet zijn. En wat pluralisme zou ook goed zijn voor de Palestijnse economie, het zou Israëlische investeringen bevorderen.’

Dat klinkt wel erg rooskleurig. Ook in De bevrijdende bruid valt op dat de relaties tussen Joodse en Arabische Israëli’s behoorlijk vriendschappelijk zijn. Dat staat toch ver van de dagelijkse realiteit, waarin er nauwelijks onderlinge contacten bestaan?

‘Er is beroepsmatig contact op tal van terreinen; er zijn bijvoorbeeld Arabische doktoren in Israelische ziekenhuizen. Persoonlijke vriendschap is een andere kwestie, dat komt inderdaad niet veel voor. Maar zijn er veel vriendschappen tussen Vlamingen en Walen? Terwijl die nooit met elkaar in oorlog zijn geweest. Ik heb altijd de neiging om het glas half vol te zien. Er is natuurlijk verschil in cultuur, in godsdienst, in taal. Hoewel: de Israëlische Arabieren spreken heel goed Hebreeuws, zelfs onder de Palestijnen zijn er die prima Hebreeuws spreken. Dus we hebben op z’n minst al een gemeenschappelijke taal – dat alleen al schept een band.’

Veel Algerijnen spraken ook uitstekend Frans. Hebreeuws is wel uw taal. Denkt u niet dat vanuit Palestijns perspectief de relatie met Joodse Israëli’s er vooral een is tussen overheersers en onderworpenen?

‘Daar hebben ze zelf voor gekozen’, merkt Yehoshua kortaf op. Hij is duidelijk geprikkeld door de vraagstelling. ‘Waarom hebben ze Israël al die jaren niet willen erkennen? Het zijn geen arme Afrikanen die plotseling door de Britten of Fransen werden onderworpen. Toen er in 1947 een verdelingsplan voor Palestina in een Joods en een Arabisch land op tafel lag, hadden ze ook ja kunnen zeggen. Nu beginnen ze in te zien dat ze niet om Israël heen kunnen, maar hoe lang heeft dat geduurd? Ze betalen de prijs voor hun eigen vergissingen.

‘De fout van de Palestijnen is dat ze zich altijd opstellen als slachtoffers. Neem Gaza en Hamas. Israël heeft zich uit Gaza teruggetrokken, alle nederzettingen en militaire bases daar zijn ontmanteld, dat hebben de mensen met eigen ogen kunnen zien. En nog altijd zien ze zichzelf als slachtoffer. Dat zijn jullie niet! Neem je lot in eigen hand! En hou op met dat krankzinnige afschieten van raketten!’

Op kalmere toon vervolgt hij: ‘Met een groep van vijftien schrijvers hebben we een petitie aan de Israëlische regering gericht om tot een wapenstilstand te komen met Hamas. Zodat zij stoppen met raketbeschietingen en wij met wat eufemistisch ‘gerichte liquidaties’ wordt genoemd. Maar ja, ik geef ons niet veel kans, want de regering is bang dat een bestand ertoe kan gaan leiden dat Hamas zich sterker zal kunnen bewapenen. Toch lijkt zo’n bestand me heel goed voorstelbaar, naar analogie van de wapenstilstand die Israël in het verleden had met Egypte en met Syrië. Dat bestand functioneerde ondanks het feit dat die landen, net als nu Hamas, destijds ook niet bereid waren Israël te erkennen.’

Uw professor Rivlin heeft zijn laptop voorzien van een screensaver waar in gouden letters staat geschreven: ‘Wanhoop niet’. Is dat ook uw devies?

‘We kunnen ons geen wanhoop permitteren. Als we in wanhoop blijven steken, zal dat leiden tot een catastrofe voor de hele regio. Anders dan de holocaust zou dit een ramp zijn die iedereen zal treffen. Probeer je voor te stellen wat de gevolgen zijn als er in Israël een terroristische aanslag met nucleair materiaal zou plaatsvinden. Ik denk dat zelfs Europa daarvan de consequenties zou ondervinden. Daarom is het ook in het belang van Europa, van de hele wereld, om te helpen vrede tot stand te brengen. En ik houd vol: het kan. Iedereen zal concessies moeten doen, Israël, de Palestijnen, en dan ziet de toekomst er voor ons allemaal goed uit. Maar we zouden met z’n allen echt eens moeten ophouden te denken en te zeggen dat wij het slachtoffer zijn. De Joden zijn het slachtoffer, de Palestijnen zijn het slachtoffer. Alsjeblieft zeg! Als we doorgaan op die onzinnige weg van zelfbeklag en elkaar in de beklaagdenbank zetten, dan zullen er inderdaad slachtoffers komen en een oorlog die de regio in brand steekt..’

‘Zo’, zegt Yehoshua na het uitspreken van deze onheilsprofetie, ‘en nu wil ik graag koffie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden