test renault Alpine A110

We kunnen er alleen nog van dromen: ouderwets raggen in de Alpine A110

Met de nieuwe sportwagen van Renault is het heerlijk scheuren op bochtige weggetjes. Het retrodesign is om van te zwijmelen. Eén probleem: hij is al uitverkocht. 

De Alpine A110 tijdens de Monte Carlo Rally in 1972. Beeld Renault

Deze week bespreken we een auto die al niet meer te koop is. Dat lijkt een vrij zinloze exercitie, maar lees vooral door, want zo erg is het allemaal niet. Het gaat om de Alpine A110 Première Edition, een auto die Renault – want dat is de fabriek die het sportmerk opnieuw op de markt brengt – al belachelijk lang beloofde. De hernieuwde legendarische rally-auto staat sinds 2012 op het verlanglijstje van menig autoliefhebber, maar de introductie werd telkenmale uitgesteld. Technische uitdagingen, de markt – van alles zat tegen. In 2015 verscheen een met de hand in elkaar gezet model in Le Mans (niet toevallig de plek waar Alpine in 1978 de 24-uursrace won), een jaar later was er een showcar en in 2018 was-ie eindelijk af.

Alpine is beroemd geworden met z’n wendbare, lichtgewicht sportauto’s die op hun best presteren op bochtige bergwegen tussen startvlag en finishdoek. Naast de beker in Le Mans staat bij liefhebbers ook de eerste plaats bij het World Rally Championship (WRC) in 1973 in het geheugen gegrift. (Het was de eerste keer dat de wedstrijd werd verreden en in tegenstelling tot merken als Citroën en Lancia, die hele prijzenkasten vol hebben, bleef het bij die ene keer, maar zo bouw je legendes.)

De eerste Alpines werden gebouwd door Jean Rédélé, een garagehouder uit het Noord-Franse Dieppe die snakte naar een eigen sportwagen en er in 1955 eentje wist te kneden uit de uiterst aaibare rijdende bolhoed, de Renault 4CV, een van de weinige nieuwe naoorlogse Franse auto’s. In 1969 kon hij daar al een heuse fabriek voor inrichten, die, toen het merk in de jaren tachtig en negentig langzaam bergafwaarts kachelde, zich later vooral toelegde op de bouw van opgewonden Renaults zoals de R5 Turbo en de Clio V6. Het is dit sportieve dna dat Renault nu wil samenballen in het submerk Alpine.

En dus is de Alpine een aantrekkelijke, originele, lichtgewicht sportwagen geworden die de lijnen van de oorspronkelijke A110 tot bekend terrein heeft verklaard en voorzien is van een viercilinder-benzineturbomotor. Het blok, oorspronkelijk achterin, is verplaatst naar het midden. Liefhebbers beginnen dan te zwijmelen over de gewichtsverdeling (als u het per se wilt weten: 56 procent van het gewicht op de achteras; ideaal is 50/50), maar wij kijken liever even onder de klep achterin: geen spoor van de motor, wel plaats voor twee weekendtassen – Alpine zegt trouwens: één weekendtas en twee helmen.

Over zwijmelen gesproken: zelf kan ik, behalve van dat hemelse blauw, enorm genieten van die dubbele koplampen, de twee ronde exemplaren licht uitgestulpt, de letters ‘ALPINE’, de fraaie nep-koelroosters (nergens meer voor nodig) en de subtiele welving van de klep als van een ruggegraat. De achterwielen zijn bescheiden en houden de heupen van de auto smal (eat that, Porsche) en de bolle achterruit ziet er ronduit ouderwets uit. Als dit retro is, heb ik er geen bezwaar tegen.

De Alpine A110 Première Edition tijdens de internationale perspresentatie in Aix-en-Provence in 2017. Beeld Alpine

Bij het inklimmen – ja, hij is erg laag – blijkt dat de auto eenvoudig is uitgerust: we zien een dik racestuurtje, enkele forse knoppen en een beeldscherm, waarvan we niet eens hebben genoteerd waar het goed voor is.

De turbomotor met een inhoud van 1,8 liter is een nieuw ontwikkeld blok waarover de brains  van Renaults sportafdeling zich hebben gebogen. Met 252 pk is-ie niet eens overdreven sterk, maar doordat de auto geheel van aluminium is gemaakt, blijft het gewicht net onder de 1.100 kg en is er niks mis met de kracht-gewichtverhouding. Van 0 naar 100 kilometer per uur kost 4,5 seconde, en als ik u dan ook nog vertel dat deze auto een elektronisch begrensde top van 250 km/u heeft, achterwielaangedreven is en een zeventrapsautomaat met dubbele koppeling heeft, dan moet u bovenaan deze pagina maar even kijken of u inderdaad nog de Volkskrant leest. Maar echt, dit moest even.

En hoe rijdt-ie dan? Heel eenvoudig: dit is geen woon-werkauto (al heeft niemand bezwaar), voor boodschappen is hij totaal ongeschikt en met twee zitplaatsen moet u streng uw vrienden (of kinderen) selecteren op geschiktheid als bijrijder. Want het is een fijn reutelende, precies rijdende, lichte en wendbare sportwagen. Het uitbundige karakter valt op tussen die ene Japanner, de Duitse en Italiaanse merken die in dit segment de dienst uitmaken.

De Alpine A110 Prémiere Edition tijdens de internationale perspresentatie in Aix-en-Provence 2017. Beeld Foto Alpine

Hij stuurt tamelijk direct (zeker bij het inschakelen van de optie Track, bedoeld voor stoffige weggetjes) en helt ouderwets over in de bocht. Dat doen moderne auto’s toch niet meer? Nee, dat klopt. Daarvoor is best een lange technische uitleg nodig, maar voor een sportauto is het niet eens een gekke eigenschap: in een scherpe bocht voel je veel beter waar de grens ligt. Want hoe je het ook wendt of keert: dit is een wagen waarmee zo nu en dan geragd moet worden. Niet per se hard, maar gun ’m gerust een bochtig bergweggetje. Vindt-ie fijn.

Jammer dus dat-ie is uitverkocht. Om de Alpine extra lekker te maken, werden er van de eerste editie maar 1.955 exemplaren gemaakt. Een model dat in één smaak en drie kleuren te koop was, en desondanks in vijf dagen uitverkocht. U mag het gerust een marketingtrucje noemen, want dat is het ook. Er zijn sindsdien twee andere uitvoeringen gemaakt voor de consumentenmarkt, met minieme verschillen en de bekende lange optielijsten, waarin uiteraard ook de kleur van de stiksels in de lederen bekleding te kiezen is. Monsieur Rédélé moest eens weten.

Gereden

Alpine A110 Première Edition

Viercilinder-benzineturbomotor, 1,8 liter, zeventrapsautomaat met dubbele koppeling, achterwielaandrijving.

Prijs: € 67.500 (vanaf € 64.300)

Vermogen: 252 pk

0-100 km/h: 4,5 s

LxBxH: 418x179x125 cm

Gewicht: 1.100 kg

Verbruik (fabrieksopgave): 1 op 16,4

Energielabel: E

De Alpine A110 in de uitvoeringen Pure en Légende staat niet bij uw plaatselijke Renaultdealer. Twee dealers zijn geselecteerd om deze auto te verkopen – en de bijbehorende service te bieden. Zie alpinecars.com

Poor man’s McLaren 

Het Australische magazine Drive liet de auto over een oud circuit in Frankrijk stuiteren en voegde daar wat bergweggetjes aan toe. Het concludeerde: een poor man’s McLaren – wat bedoeld is als een groot compliment.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.