'We houden behoorlijk huis in het wereldje'

Sopraansaxofonist YURI HONING schaamt zich niet voor welke muziek dan ook. In de auto draait hij Dolly Parton, of 'waanzinnige Turkse orkesten'....

'WE NOEMEN het zelf Nederlandse muziek, gedeeltelijk geïmproviseerd. Jazz is zo'n beladen term, hè.' Als hij erover praat, lijkt tenor- en sopraansaxofonist Yuri Honing (33) te moeten laveren tussen tegenstellingen als Europees tegenover Amerikaans, jong tegenover oud, maar in de praktijk maakt hij gewoon muziek, gebruikmakend van al het materiaal dat hem geschikt lijkt.

Zijn nieuwe cd Playing met Misha Mengelberg, nestor van de vaderlandse experimentele variant, en zijn eigen trio waarmee hij popliedjes bewerkt, lijken onverzoenlijke tegenpolen te combineren. Maar zijn generatie streeft er juist naar die kunstmatige grenzen af te breken.

Op Star Tracks uit 1996 trekt het Yuri Honing Trio liedjes naar zich toe van Björk, Sting, Abba en andere pop-acts. Zoiets wordt wel vaker gedaan, aan beide zijden van de oceaan, maar Honing heeft er zijn eigen opvattingen over. Zo is hij niet enthousiast over Herbie Hancock's The New Standard: 'Hij speelt er toch typische jazzlicks overheen, alles wat leuk is aan die liedjes haalt hij weg. Hij vervangt de drieklanken door een heleboel ingewikkelde akkoorden. Dat doen wij nooit, we laten de essentie van het stuk intact. Het is een fascinerende uitdaging iets overtuigends neer te zetten gebaseerd op iets simpels als Cis Groot. En dan te zorgen dat het niet zeikerig klinkt.

'Vroeger schreef ik vreselijk complexe stukken. Zwart van de noten, dat ik er duizelig van werd. Tot er een omslag kwam. Nu luister ik ook naar country, naar Gorecki, naar Bill Frisell, allemaal muziek waarin heel veel wordt gedaan met weinig. Ik neig ernaar dat knapper te vinden.

'Het is geen concessie aan het publiek, hoewel het leuk is dat we meer mensen bereiken dan vroeger. Maar het doel is: vanuit de jazztraditie repertoire zoeken dat nu populair is. Het is vaak helder geschreven, je kunt er veel aan toevoegen. Complexiteit is ook iets waar je je achter kunt verschuilen, net als achter jazzlicks. Maar hoe kaler het materiaal, hoe bloter je erbij staat.

'Mijn ouders speelden klassiek piano, mijn broers luisterden naar pop. Daar vond ik destijds weinig aan. Jazz was bevredigend omdat het de virtuositeit had van klassiek, en de spieren van pop. Met het trio kan ik al die dingen integreren, drummer Joost Lijbaart en bassist Tony Overwater hebben dezelfde brede interesse. We schamen ons nooit voor muziek, draaien Dolly Parton in de auto, of waanzinnige Turkse orkesten.

'Je merkt opeens hoeveel waarde één noot kan hebben, als het materiaal simpel is. Een hele wereld aan frasering ligt op je te wachten. Dat was een belangrijke les. Nog een voordeel: je bent de eerste die dit materiaal speelt. You Don't Know What Love Is, daar kun je driehonderd versies van uit de kast trekken. Die ballast heb je niet met pop-repertoire. Nee, het is niet ironisch, het is bloedserieus. Zo spelen we het ook, bepaald niet lichtvoetig.'

Nog meer grensvervaging: toen de wereldomroep Honing vroeg een cd op te nemen, wilde hij iets doen wat buiten zijn dagelijkse praktijk lag. 'Ik dacht aan vrijere improvisatie, uit eigen land, en vroeg het grootste zwaargewicht, pianist Misha Mengelberg. Het werd een duo, anders krijg je zijn trio met mij als gast, of omgekeerd, en dat wilden we niet. We moesten allebei onbekend terrein op. Toen bleek dat we bepaalde gebieden met elkaar deelden. Misha heeft bijvoorbeeld een lyrische kant die onderbelicht is, en ik heb iets met lyriek. En we leveren allebei humoristisch commentaar op de klassieke muziek die we kennen.

'We hielden alle keuzes voortdurend open, van moment tot moment, en daaruit groeide iets organisch. Ik was gewend een groep te leiden, materiaal in toe voeren, maar bij Misha lukt dat niet, al ga je op je hoofd staan. Omgekeerd ook niet: je hondje laat je uit, maar in muziek doe je niet aan geduw en getrek, je speelt wat zich op dat ogenblik voordoet.

'Misha en ik hebben er nooit over gesproken dat er zoiets zou kunnen zijn als een generatieconflict, of een richtingenstrijd tussen ''impro'' en ''conservatoriumbop''. Die opvattingen zijn sterk overdreven en vaak niet waar. Het boek van Kevin Whitehead over Nederlandse improvisatiemuziek, New Dutch Swing, slaat dan ook een generatie over: de mijne. Michiel Borstlap, Eric Vloeimans en ik houden behoorlijk huis in het muzikale wereldje, en komen met onze eigen combinatie van improvisatie, Amerikaanse jazz en eigentijdse compositie. Zo'n boek houdt vooroordelen in stand, en is ook sneller gedateerd. Ik speel met Misha, met Ab Baars, en we hebben geen moment het idee dat we van verschillende planeten komen. Speel ik ouderwetser of Amerikaanser dan Ab? Toon dat dan maar eens aan.

'Het gaat niet om abstract tegenover concreet, of complex tegenover simpel, het gaat om wat werkt. De luisteraar moet onderdeel worden van een proces dat volledig open is, waar iedereen aan mee kan doen. Het blijft een zoektocht, de ene keer jolig, de andere keer zwart en zwaar. Dat hoort erbij, deze muziek is geen amusement dat de mensen geeft wat ze willen, je stelt er ook vragen mee. Alle stemmingen moeten voorbij komen in je repertoire, want muziek, en jazz in het bijzonder, is iets dat je bestaan op aarde vertegenwoordigt. Je moet weergeven hoe het is om hier rond te lopen.'

Frank van Herk

Yuri Honing en Misha Mengelberg spelen vanavond in Amsterdam; in het Bimhuis presenteren zij de cd Playing (Jazz in Motion 9920532). Op 3 oktober spelen de twee in Utrecht, 4 oktober in Dordrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.