InterviewJack Monkau

‘We hébben al een neger’, kreeg Jack Monkau te horen. De acteur kan er nog om lachen

Acteur Jack Monkau in Amsterdam.Beeld Jolijn Snijders

In het programma Black Light onderzoekt het filmmuseum Eye de rol van donkere acteurs in Nederlandse films en tv-series. Daarover heeft acteur Jack Monkau (80) wel enkele goedgemutste, pijnlijke anekdotes paraat.

In de zomer van 1968 reed Jack Monkau naar de opnamen van de ridderserie Floris, voor wat stunt- of figuratiewerk. Samen met Hammy de Beukelaer, in de Amerikaan van de fameuze stuntcoördinator. ‘We kwamen ’s ochtends vroeg aan, de paarden stonden al klaar – ik was een van de weinigen die van zo’n dier durfden af te flikkeren. Toen was er een man, of het nou Paul Verhoeven was weet ik niet meer, die zei: 'Nee hij niet, want er waren geen zwarte ridders.’

Zulke ridders waren er wél, in Spanje althans (het laat zich anno 2020 wat makkelijker verifiëren, online). En dat zo’n Moor zich iets noordelijker begaf was wellicht minder vergezocht dan de warme vriendschap tussen ridder Floris en de Indiase fakir Sindala (acteur Jos Bergman). Monkau, de in 1939 in Amsterdam geboren zoon van een Surinaamse vader en een Schotse moeder, kon er wel om lachen, toen en nu. ‘Die ridder ging voor mij mooi niet door!’

Jack Monkau.Beeld Jolijn Snijders

De lange acteur schuift in driedelig pak aan voor een gesprek over zijn carrière, in zijn Amsterdamse stamkroeg Eik & Linde. Aanleiding is het Black Light-programma dat vrijdag opent in filmmuseum Eye in Amsterdam, en in het bijzonder de thema-avond over de evolutie van zwarte personages in de Nederlandse films en televisieseries. Daarin worden ook fragmenten vertoond van films met Monkau. Plus een van zijn vader Arthur Monkau, die een vroege en opvallende rol speelde als trompettist in de zwijgende film De ballade van den hoogen hoed; in 1936 de officiële Nederlandse inzending voor het filmfestival van Venetië.

Op straat wordt Monkau junior momenteel vooral herkend vanwege zijn optreden in de kerstreclame van een supermarktketen, afgelopen december ( ‘meneer Albert Heijn!’, riep een uit het raam hangende Surinaamse dame gisteren nog). Maar hele volksstammen moeten hem toch ook kennen van zijn vele optredens in series als De fabriek, Medisch Centrum West, Vrouwenvleugel, Goede tijden, slechte tijden, Onderweg naar morgen, Vrienden voor het leven of  – de jongste hitserie  – Het geheime dagboek van Hendrik Groen. De vitale tachtiger (‘altijd veel gebokst en gedanst’) deed zich twee seizoenen lang voor als meneer Ellroy, een van de afgetakelde bewoners van het bejaardentehuis in de verfilmde boekenreeks.

Voor filmliefhebbers blijft Jack Monkau allereerst die acteur uit de misdaadcultfilm Wildschut (1985), waarin twee gangsters een boerengezin gijzelen. Monkau is daarin de man die een door zijn sadistische kompaan (Hidde Maas) toegeworpen jankende peuter een pistool op het hoofd zet. Critici noemden de film verwerpelijk, het Nederlandse publiek bleef weg. ‘Het was een gemene, harde film, mensen waren dat niet gewend. Maar kom op: later zag je zo veel harde films. Die van Tarantino zijn nog wel een beetje harder, toch?’

Hidde Maas (links) en Jack Monkau in Wildschut, 1985. Beeld ANP

Onder de internationale titel Stronghold ging Wildschut wel de wereld rond. Regisseur en filmprogramma-presentator Martin Koolhoven noemt de thriller van Bobby Eerhart de ‘meest onderschatte Nederlandse film aller tijden’. ‘Eigenlijk liep Wildschut heel anders af’, zegt Monkau. ‘Ik zou met veel trompetgeschal met dat blonde meisje vluchten. Maar die lui van Cannon (het Amerikaanse filmbedrijf Cannon Group, red.) zeiden: nee, die zwarte man moet dood. Ik was al klaar, zou met vakantie gaan, toen de producent me terugriep: we kunnen de film niet verkopen zo. Toen hebben we nóg vijf dragen gedraaid, om te filmen dat ik de afgrond in rijd en mijn auto ontploft.’

Monkaus acteercarrière begon met een grote rol als jonge arts in het familiedrama Plantage Tamarinde (1964), waarvoor hij begin jaren zestig naar Curaçao vloog, om aldaar te leren dat toneeldiva Elly van Stekelenburg zijn moeder vertolkte. ‘En die werd zwart geschminkt. Hè, dacht ik, wat is dit nou zeg? Paul Storm werd ook zwart geschminkt, voor de rol als plantageknecht. En ze spraken een soort zwartepietentaaltje. Maar ja, ik was al lang blij dat ik mee mocht doen. Heel aan het begin van mijn carrière heb ik ook nog auditie gedaan voor een film – welke weet ik niet meer – waarvoor ze vroegen: kun je met je ogen draaien? Nee, zei ik, dat kan ik niet. Ik wist wat ze bedoelden, van Amerikaanse films met zwarte mannen met rollende ogen: yes sir, no sir! Dat was ik niet van plan. Maar Tamarinde was echt een mooie film hoor, en een grote première. Zelfs Beatrix was erbij, als prinses. En de donkere mensen in Amsterdam vonden het prachtig. Kijk die Jacky van jou nou eens, zeiden ze tegen mijn vader.’

Beeld Jolijn Snijders

Monkau’s vroegste herinneringen zijn die van Amsterdam in oorlogstijd; hij zat als kind op schoot bij verzetsstrijder Hannie Schaft, die soms een kopje thee dronk bij zijn tante Coba. ‘Je had hier niet zo veel bruine kinderen toen. Mensen vonden het bijzonder, zo’n schattig jongetje. Af en toe werd je een beetje uitgescholden, maar we waren met vijf broertjes en zusjes, we hadden steun aan elkaar. Mijn moeder zei altijd: Jacky, je bent niks minder dan een ander, maar gedraag je waardig.’

Hij wist al vroeg dat hij acteur zou worden. ‘Iedereen die ik tegenkwam zei het: jij moet bij de film! Het klinkt wat ijdel, maar als kind dacht ik ook: ik kan dat wel. Otto Sterman (Nederlands eerste donkere toneelster, red.) zag me als jochie eens op straat, en stuurde me naar een auditie, maar toen vonden ze me te Amsterdams voor de rol – en dat was ook zo.’

Monkau had na zijn filmdebuut in Plantage Tamarinde geregeld acteerwerk en speelde ook in alle theaters in België. Toen het rollenaanbod in de jaren zeventig even leek op te drogen, begon hij een kledingboetiek, Jack’s Point. ‘Verkocht ik Spaanse laarzen en snuisterijen. Liep heel goed. Klein boerderijtje in Groningen aan overgehouden.’  Later kwam er nog een snackbedrijf bij. ‘De Jacksnack heette het, ha. Kroketten, frikadellen, hamburgers. Werd geen succes.’

Prinses Beatrix bezoekt de première van de film Plantage Tamarinde (1964), op de achtergrond Jack Monkau. Beeld ANP

Gevraagd of het soms ook moeilijk was voor een acteur van (deels) Surinaamse komaf, plooit Monkau’s mond zich tot een zachtmoedige glimlach. ‘Het is goed hoor, dat je dat vraagt. Er waren regisseurs – ik noem geen namen – die zeiden: ik wil je wel, maar de omroep wil je niet. Of regisseurs die zeiden: we hebben al een neger. We hebben al een neger! Ik lach omdat ik het dom vind, zo dom. Natuurlijk, als ik blank was geweest had ik meer werk gehad. Maar ik hád werk. Meer zelfs dan Donald Jones, met wie ik wel eens ging stappen op het Leidseplein. Ik ben altijd blijven lachen. Je moet me ook niet zielig afschilderen hoor, ik ben écht niet zielig. Mijn dochter zegt altijd: mijn vader doet niet stoer, die ís stoer.’

Dankzij Wildschut werd Monkau af en toe ook gevraagd voor buitenlandse producties. Hij trok op met Melvin Van Peebles, de Amerikaanse maker van de invloedrijke (en eerste) blaxploitation film Sweet Sweetback’s Baadasssss Song, uit 1971 (tevens te zien in Eye, als onderdeel van Black Light). Bijna kwam zijn droom uit ook eens een cowboy te spelen. ‘Ik ben altijd goed met paarden geweest. De producent wilde mij voor een western die we zouden draaien in Spanje. Maar die man kreeg een herseninfarct, het is nooit doorgegaan. Verder heb ik van alles gespeeld: politieagenten, rechters, advocaten, snelle reclamejongens. Strenge mensen, dat kan ik ook goed. Zelf ben ik niet zo hoor, het is acteren.’

Voor de tv-serie Het zonnetje in huis kwam Monkau in 1994 opdraven als arts, die Johnny Kraaijkamp sr. moest onderzoeken. ‘‘Dokter, wilt u een banaantje’, vroeg Kraaijkamp, in zijn rol als Piet Bovenkerk. En als ik hem op zijn rug klopte, om te zien of hij geen longontsteking had: ‘Dokter, ik ben geen tamtam!’ Donald Jones sprak me er op aan: ‘Had je niet moeten doen Jack.’ ‘Hoezo’, zei ik. ‘Wilde jij die rol dan?’ Ach, ik heb zo gelachen met Johnny. Hij spéélde dat. Die Bovenkerk was een karikatuur.’

Sinds de laatste opnamen van Het geheime dagboek van Hendrik Groen doet Monkau het even rustig aan. ‘Kan morgen weer anders zijn, als ze bellen. Het is nog vroeg in het jaar hè. Maar nu je het vraagt: ik zou wel weer eens zo’n snelle reclameman willen spelen. Of toch die cowboy, een wat oudere cowboy dan.’

Black Light

Voor het Black Light-programma, dat vrijdag 6 maart in filmmuseum Eye in Amsterdam wordt geopend, nodigde het museum tien gastcuratoren uit, die voortborduren op het in 2019 vertoonde programma over zwarte cinema van filmhistoricus Greg de Cuir jr. Er worden klassiekers en cultklassiekers vertoond, van de gerestaureerde kopie van Spike Lee’s Do the Right Thing (1989) tot de vroege blaxploitation-hit Sweet Sweetback’s Baadasssss Song (1971).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden