'We bevinden ons in een collectieve puberteit'

In Speeldrift van Juli Zeh spelen twee begaafde gymnasiasten een escalerend spel met hun docenten. Haar boek is een zinderende, actuele ideeënroman over de afwezigheid van een moraal....

Oordelen over goed en kwaad, over recht en onrecht mag intheorie soms overzichtelijk lijken, in de praktijk kan het knaplastig zijn. Juli Zeh (31), schrijfster in Leipzig, weet er heteen en ander van. Momenteel werkt ze aan haar proefschrift ophet gebied van het internationaal volkenrecht. 'Daar houd ik memee bezig', zegt ze zonder koketterie, 'uit interesse. Ik verdienmijn geld als schrijfster, ik heb geen baan als juriste. Er isweinig emplooi voor een volkenrechtdeskundige. Als je geluk hebt,kun je aan de universiteit terecht, en verder bij internationaleorganisaties als de VN. Dat heb ik een paar keer gedaan, in NewYork, Zagreb en Sarajevo, maar zo'n bureau-job beviel me nietbijster goed.'

Ze werkt thuis, 'in vrijheid', en kan aan een universiteitpromoveren. Zo lopen studeren en schrijven bij Juli Zeh opnatuurlijke wijze in elkaar over. Rechtskundige thema's duikenweer op in haar romans en essays. 'En de omgang metrechtswetenschap is nuttig om je taalvermogen te scholen. Alsjurist moet je voorzichtig omgaan met elk woord, een preciezestijl hanteren, en daar leer ik ook als schrijver van. Ik vindhet de opgave van literatuur om zich te richten op kwestieswaarop je niet in drie zinnen kunt antwoorden, maar waar jehonderden pagina's voor nodig hebt. Dan kun je een themauitwerken. Door de werkelijkheid te simuleren kan literatuurmisschien niet een antwoord geven, maar wel een nieuw perspectiefbieden. Met journalistiek lukt dat niet, want daarin probeert menaltijd korte antwoorden te geven. Dan heb je altijd ongelijk. Dejournalistiek symboliseert een objectieve realiteit waarin menkan beslissen wat goed is en wat fout. Literatuur kan alleen inSchlangenlinien gaan, en is in staat een zaak van verschillendekanten te bekijken.' Met als mogelijke reactie van derden dat eenroman slechts verbeelding is. 'O, maar ik denk nooit: het is maarfantasie. Fantasie is voor mij wezenlijk menselijk. Deobjectieve realiteit bestaat niet. Het enige wat wij hebben zijnvoorstellingen van de wereld, en een roman is een deel van zo'nvoorstelling. Ik eis van mensen niet dat ze boeken lezen als zedenken dat fictie minder waar is dan een krant. Alleen, als íkeen zakelijk bericht vol feiten lees, denk ik achteraf vaakminder te weten dan ervoor - terwijl ik me door grote romansvaak beter geïnformeerd vind. Pas als er emoties bij komen, kunje ergens binnentreden, en kan ik iets gaan begrijpen.'

Zeh debuteerde met de roman Adelaars & engelen (2001),over een internationaal volkenrechtdeskundige en zijn liefde voorde dochter van een drugshandelaar op de Balkan. Daarop volgde hetgeestige en wrange De stilte is een geluid (2002), hetpersoonlijke verslag van een reis die Zeh met haar metgezel, detrouwe hond Othello, door Bosnië maakte, het geteisterde landwaar plotseling geen mediabelangstelling meer voor bestond toende oorlog voorbij was. Zij is geen 'ik-schrijver' zoals veel vanhaar leeftijdgenoten. Eén van haar essays gaat daar over, datschrijvers die nog niet veel van het leven hebben gezien, al snelkiezen voor verhalen die rond henzelf cirkelen. Zeh: 'Ik reisveel, ook naar landen waar mijn landgenoten nauwelijksbelangstelling voor tonen. In de tweede helft van 2004 verbleefik in Krakau. Wat heb je in die droevige armoede nou te zoeken,werd me in Duitsland gevraagd. Een vooroordeel, een cliché.Jonge West-Duitsers zijn het niet gewend zich te bewegen in eenland waar men slecht of geen Engels spreekt. En je komt niet vermet je Engels in Bosnië. Maar de laatste jaren is daar meerdynamiek en activiteit te bespeuren, is mijn ervaring, dan in hetwestelijk deel van Duitsland. De stemming in Bosnië is beduidendvrolijker.'

Met haar tweede roman, Spieltrieb (2004), nu vertaald alsSpeeldrift, bleef ze dichter bij huis: het verhaal speelt inBonn, waar Zeh zelf ook opgroeide. Twee hyperintelligenteleerlingen, de 14-jarige Ada en de instigator, de 18-jarige Alev,tarten hun docenten op het privé-gymnasium Ernst Bloch metretorische vragen, terwijl ze zelf niet kunnen wordenteruggepakt, omdat ze nergens in geloven. Zelfs op het verwijtdat ze ouderwetse nihilisten zijn, hebben ze een repliek. Alev:'Erger. De nihilisten geloofden tenminste nog dat er iets waswaarin ze níet konden geloven.' Ada: 'Wij zijn deachterkleinkinderen van de nihilisten.'

Ze roepen zichzelf uit tot spelers, zonder compassie ofsympathie. Dat noemen zij de ultieme democratische omgangsvorm.Voor iedereen gelden dezelfde regels. Maar als Ada de Poolseleraar Duits en gymnastiek Smutek verleidt, en Alev daarcompromitterende foto's van maakt, zodat ze Smutek kunnenchanteren, wordt het spel al snel gevaarlijker. Met meesterhandvoert Zeh de lezer naar een gewelddadige climax, met intrigerendeterzijdes over de hedendaagse moraal en de vergelijking tussenonze tijd en een eeuw geleden, toen Robert Musil zíjnovergangsperiode gestalte gaf in Der Mann ohne Eigenschaften.

Uiteindelijk belanden Smutek, Ada en Alev in de rechtszaal,waar ook de rechter, 'koude Sophie' genaamd, zich voor duivelsedilemma's geplaatst ziet: 'Waarheid was niet iets wat je wetenkon, maar iets waarin je moest geloven, en onder mensen die nietmeer konden geloven, bestond er geen waarheid meer. Zonderwaarheid geen vonnis.'

De schrijfster kijkt geamuseerd over de schouder van deinterviewer mee als die deze passage uit de Nederlandse editievan Spieltrieb moeizaam terugvertaalt. 'Wat staat daar op hetlaatst? Vonnis? Komisch woord. Rechtssprechung scheint mirdeutlicher zu.'

Voor Zeh was deze roman een experiment: wat gebeurt er alstwee slimme jongeren niet aan te spreken zijn op een gedeeldemoraal? 'Ik had niet het gevoel een sociale realiteit weer tegeven. In Duitsland en Holland wordt nu al jaren gesproken overhet verlies van normen en waarden, en de ondergang van allecollectieve systemen. Ik vroeg me af of dat klopte, of hetmogelijk was mens te zijn zonder morele voorstelling. Zo kwam ikop die twee leerlingen voor wie alleen het spel nog telt. Tijdenslezingen op gymnasia in Duitsland verzekerden vele leerlingentussen twaalf en achttien jaar mij echter: Dat is geenexperiment, dat is wat wij hier dagelijks meemaken.' Terwijl ikdacht enorm te hebben overdreven. Ada en Alev praten nietnatuurlijk maar zeer artificieel. Inderdaad, hoorde ik, zo zietons leven eruit.

'Heel vreemd is het natuurlijk niet: de puberteit is eenamorele periode, het vacuüm tussen de kindertijd en hetvolwassen leven. Men heeft geen oriëntatie meer, wil principieelzijn maar heeft geen fundament. En dat heb ik gebruikt, alsmetafoor voor de maatschappij, die zich nu ook in eenovergangstijd bevindt. Dat was ook kenmerkend voor Musil, die hetgat tussen de 19de en 20ste eeuw beschreef.

'Wij bevinden ons nu allen in een collectieve puberteit.Daarom vond ik leerlingen er de optimale symboolfiguren voor.Leerlingen willen alles oplossen met de ratio, ze verliezen zichin retorische discussies, zonder emotioneel fundament.' Het gaatZeh er niet om de jeugd van tegenwoordig te karakteriseren.'Hun Heimatlosigkeit is die van alle mensen. Culturen mengenzich, vaak met hevige botsingen en verwarring. Niet voor nietsvraagt vandaag iederéén zich af waaruit zijn of haar identiteitnog bestaat, en wat de canon of traditie is.'

De geweldsexplosie waarin Speeldrift uitmondt, lijkt in deverte geïnspireerd door het Erfurt-drama uit 2002, toen eenleerling een bloedblad op school aanrichtte, met zeventien doden(inclusief hemzelf) tot gevolg. Het romanpersonage Ada verbaastzich over de reacties op Erfurt, waarin zij het belangrijkstevond ontbreken: dankbaarheid, namelijk omdat zoiets niet veelvaker gebeurde. Ada: 'Ondanks een bevolking die er voornamelijkop uit was om zichzelf op de zenuwen te werken leefde menbetrekkelijk vreedzaam naast elkaar dag in dag uit.' Dat was ookZeh's toenmalige reactie, erkent ze: 'Vanwege de extrememediahysterie die toen uitbrak. Overal hoorde je dat de jeugdalleen maar gevaarlijker werd. Men zocht verklaringen: deleraren, opvoeding, muziek, computerspelletjes kregen de schuld.Ik vond het onjuist dat er voor deze amokmaker naar eenmaatschappelijke verklaring werd gezocht, om los te kunnen gaanin defaitistisch gejammer over de ondergang van het avondland.Daarom leg ik Ada die ietwat provocerende reactie in de mond.'

De gechanteerde leraar Smutek gaat, naarmate het spel langerduurt, om Ada geven, en er ontstaat zelfs zoiets als eenliefdesgeschiedenis. Ada en Alev zijn niet zo gevoelsarm als zeaanvankelijk dachten, en Smutek is niet alleen maar slachtoffer,maar heeft een actieve rol in het spel. Op den duur wil híj nietdat het ophoudt. Na de rechtszaak, waarbij Alev als bedenker vanhet spel voorwaardelijk wordt gestraft, mogen Smutek en Ada alsvrije mensen de zonsondergang tegemoet rijden. Zeh: 'Een nogalironisch getoonzet slot, als je het mij vraagt. Ik voorzie dathun geluk niet lang duurt. Het ging mij erom aan te geven datmijn roman een simulatie is. Het spel gaat altijd door. Het isgeëscaleerd, maar er zijn geen doden gevallen; ik wilde geenmassaslachting aan het eind, want dan was Speeldrift een boekover terrorisme op de middelbare school geworden. Terwijl het eenboek over moraal moest zijn, over hoe die verandert maar nooitkan verdwijnen. Het kan niet zonder. Zet twee mensen in eenruimte, en er ontstaat moraal.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden