Recensie Bijzondere vriendschap

Wayne McLennan gaat terug naar zijn oude Aboriginalvrienden ★★★★☆

Na dertig jaar wonen in Amsterdam keert Wayne McLennan terug naar zijn geboorteland Australië. Hoe is het zijn oude boksvrienden vergaan? Met zijn vlotte babbel en relaxte manier van doen ontlokt hij de Aboriginals intieme verhalen, waarin ze hun wonden niet verbergen.

Wayne McLennan reist, praat, bokst en drinkt bier. Beeld Alex de Groot

Op zoek naar overzees avontuur verlaat Wayne McLennan (1954) in de jaren tachtig zijn geboorteland Australië om als gouddelver in het Costa Ricaanse oerwoud te gaan werken. In de chaos van vochtige hitte, stof en kabaal ontmoet hij zijn grote liefde, reisschrijver Carolijn Visser, die er research doet voor haar boek Aan het einde van de regenboog, over de goudkoorts in Costa Rica. Met zijn laatste 800 Amerikaanse dollar reist hij haar in 1985 achterna, naar Amsterdam. Ze kopen een appartement aan ‘het loodkleurige grachtenwater’, waar ze nog altijd wonen, afgewisseld met hun huis in Panama. 

Aangemoedigd door zijn vrouw begint McLennan aan memoires over zijn tumultueuze leven als mijnwerker, profbokser, barkeeper, bankmedewerker, bouwvakker, zijdehandelaar en commercieel visser. In zijn vierde boek Een nacht bij de rivier – Mijn vrienden de Aboriginals keert hij terug naar zijn geboorteland. Want na dertig jaar wonen in het onconventionele Amsterdam, waar hij jarenlang de stoffenzaak McLennan’s Pure Silk runde in de Negen Straatjes, is Australië hem vreemd geworden. Maar het ouder worden maakt hem nostalgisch en hij verlangt terug naar het licht en de ruimte van zijn geboorteland, en naar zijn oude maatjes, de Aboriginals. Wat zou er van hen zijn geworden? Zouden zij paria af zijn en een nieuwe plaats in de Australische maatschappij hebben ingenomen?

Van McLennan moeten we weten dat hij als witte jongen opgroeide in het mijnstadje Cessnock, ten noorden van Sydney, en (nog altijd) een fanatieke bokser is, een Aboriginalsport. In zijn jonge jaren reisde hij, als een van de weinige witte prijsvechters, mee met een boksgezelschap van Aboriginals, de ‘zwarten’, de inheemse Australiërs die werden geminacht en gediscrimineerd door de witte bevolking. Discriminatie komt voort uit gebrek aan contact, uit angst voor de onbekende ander, en die bezwering verbrak McLennan toen hij met de karavaan van vechters door het land trok. Hij leerde ze kennen als onvoorspelbaar, luidruchtig, spontaan en hartelijk, ze werden mates. En die jongens, inmiddels mannen op leeftijd, besluit hij na al die jaren weer op te zoeken. Hij komt terecht in buurten met ‘brede, lege straten, onverzorgde tuinen, veel pitbullterriërs’, babbelt met oude vrienden op warme betonnen traptreden, drinkt slappe melkkoffie en met zijn relaxte, schoffieachtige manier van doen weet hij aan iedere Aboriginal die zijn weg kruist een intiem relaas te ontlokken.

Zo haalt hij herinneringen op met Dennis, een bokslegende die vroeger ‘bleekscheet’ werd genoemd omdat zijn vader een Duitser was. Kort nadat McLennan zich bij het boksgezelschap had aangesloten, had Dennis tegen hem gezegd: ‘Ik heb in 1974 in Newcastle gebokst tegen een gast die er net zo uitzag als jij. Ik sloeg hem knock-out in de tweede ronde.’ ‘Dat was ik’, antwoordde McLennan. Neergeslagen zijn door Dennis de bokslegende leverde hem direct respect op in het ruige kermiswereldje, zijn reputatie was gevestigd.

De soort-van-broer van Dennis, Cullu, is veel donkerder dan hij, en nog maar een paar jaar op vrije voeten. Op zijn 19de werd Cullu door ‘een jonge witte gast’ bespuwd, waarop hij in woede ontstak en hem doodschoot. Nu is hij van middelbare leeftijd en zo goed als tandeloos. ‘Waarom heb je geschoten? Waarom sloeg je hem niet gewoon neer?’, vraagt McLennan. Ze kijken hem aan alsof hij gestoord is, maar ze mogen hem graag, die oudere, nog altijd gespierde witte man met zijn gekke Australische accent, dat klinkt alsof hij van overzee komt, een bezoeker is. Ze gieten hem vol levensverhalen en verbergen hun wonden niet. McLennan gaat daar onverschrokken en liefdevol mee om, probeert niet te sussen maar luistert. En daar is behoefte aan. Want ook al is het tij voor Aboriginals gekeerd – de regering maakt zich sterk voor culturele erkenning met talloze subsidies, fondsen, hulporganisaties en instanties die jongeren weer op het juiste spoor moeten helpen – op rolletjes loopt het nog niet. ‘Armoede is gemeengoed onder Aboriginals’, en velen ontsnappen niet aan de ‘symbolische dans van drugs en alcohol’. Het gevolg van de goede bedoelingen van de overheid is dat Aboriginals bij de witte bevolking te boek staan als profiteurs en uitkeringstrekkers. En daar worden ze weer zwaarmoedig van.

Ondertussen reist McLennan volop, hij praat, bokst, drinkt bier en probeert mensen voor zich te winnen. En dat is hard nodig: de witte mens is nog niet vergeven. Als hij samen met Dennis met de auto naar het noorden rijdt, besluiten ze te overnachten op een open plek in de bush, waar hij vraagt of Dennis even een vuurtje wil maken. ‘Omdat ik zwart ben, denk je dat ik dat kan?’, antwoordt zijn vriend, maar McLennan is niet van zijn stuk te brengen. ‘Probeer het maar’, zegt hij.

Hoe ingesleten vooroordelen zijn, ontdekt McLennan als hij zichzelf betrapt op de gedachte dat Murri’s (zoals de inheemse Australiërs uit Queensland en het noordwesten van New South Wales zich noemen) geen koffie kunnen zetten. ‘Eigenlijk was het hetzelfde soort bevooroordeeldheid dat veel blanken ertoe bracht om Aboriginals vies te noemen.’

Het integratieproces tussen de oude en de nieuwe Australische bewoners is complex, vol oud zeer, vooroordelen en verwachtingen, zoals een Aboriginal uitlegt: vluchtelingen uit andere landen kunnen er in Australië gewoon niet bij. Het zou de Aboriginals een van de vele minderheden maken, en dat kan niet: de enige echte minderheid zijn is ook een status.

Wayne McLennan: Een nacht bij de rivier – Mijn vrienden de Aboriginals. Uit het Engels vertaald door Ralph van der Aa. Atlas Contact; 288 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden