Wat zou er zijn gebeurd als...?

Wat was er gebeurd als de trein een kwartier later was gekomen en die onverwachte amoureuze ontmoeting niet had plaatsgevonden?...

Sommige mensen kunnen zo’n gedachtenexperiment maar moeilijk verdragen. Het kan immers tot in het absurde worden doorgevoerd, en dat zal allicht aanleiding geven tot een diep gevoeld besef van zinloosheid en machteloosheid. Ook historici hebben daar last van. ‘Iffy history’, ‘alternatieve’ of ‘contrafeitelijke geschiedenis’ is althans een genre dat nooit op veel sympathie heeft mogen rekenen.

Helemaal onbegrijpelijk is deze weerzin van historici niet. Wie zich losmaakt van het feitelijke verloop van de geschiedenis en gaat filosoferen over de vraag wat er had kunnen gebeuren wanneer Jezus niet aan het kruis maar in zijn bed was gestorven, Hitler geen zelfmoord had gepleegd in zijn bunker en Napoleon de slag bij Waterloo niet had verloren, lijkt de sluizen open te zetten voor de wildste speculaties. Anders gezegd: wie de feiten niet wil nemen zoals ze zijn, moet romanschrijver worden, geen historicus.

Deze houding is begrijpelijk maar ook gemakzuchtig en verhullend. Ze gaat er immers aan voorbij dat historici zelf in hun analyses en beschrijvingen veelvuldig gebruikmaken van dergelijke alternatieve scenario’s – vaak impliciet, soms ook expliciet, door bijvoorbeeld de vraag aan de orde te stellen wat er was gebeurd als de storm boven het Kanaal tijdens de landing van de geallieerden troepen op D-day in 1944 niet op tijd was gaan liggen. ‘Contrafeitelijke’ redeneringen behoren, kortom, tot het vaste instrumentarium van de geschiedschrijver: de gevolgen van bepaalde beslissingen en ontwikkelingen laten zich immers scherper duiden wanneer tegelijk wordt aangegeven wat er was gebeurd wanneer het allemaal net iets anders was gegaan.

In dat opzicht is de bundel Wat als? minder revolutionair dan de ondertitel en de nogal hijgerige flaptekst suggereren. De auteurs zijn vrijwel zonder uitzondering specialisten van naam, die uitblinken in scherpe analyses en zich verre houden van uitgewerkte alternatieven. Een mooi voorbeeld daarvan is de bijdrage van Geoffrey Parker, die begint met de vraag waarom Luther jarenlang zijn gang kon gaan en niet zoals andere ketters op de brandstapel werd gezet, en en passant een even helder als scherpzinnig betoog over de betekenis van deze hervormer neerzet.

In andere bijdragen wordt eenzelfde lijn gevolgd. Zo geeft Robert Cowley zijn beschouwing over de fatale gevolgen van de beslissingen van het Duitse opperbevel in de zomer van 1914 meer diepte door te wijzen op de mogelijke alternatieven. Een uitzondering vormt de bijdrage van Carlos Eire, hoogleraar godsdienstwetenschappen aan Yale, die onder de titel ‘Pontius Pilatus spaart Jezus’ de geschiedenis van het christendom en het Romeinse Rijk een heel andere wending probeert te geven. Jezus sterft hier op 97-jarige leeftijd, als stichter van een zich snel verbreidende, vernieuwde joodse religie.

De meeste artikelen in de bundel blijven echter dichter bij het ‘werkelijke’ verleden en raken zelden voorbij de vrijblijvende suggestie dat de geschiedenis waarschijnlijk ‘heel anders’ was gelopen ‘als*’. Verwonderlijk is dat niet. Virtuele geschiedenis ontaardt gemakkelijk in open deuren of een opsomming van wat er wel of niet had kunnen gebeuren, tenzij men breekt met de overgeleverde feiten.

Wie aan een steen begint te trekken, krijgt het hele huis over zich heen en zal een heel nieuw ontwerp moeten maken. Precies daar passen de meeste historici voor, ook in deze bundel. Zo bewijzen zij hun kracht niet in wat de ondertitel belooft – ‘vooraanstaande historici herschrijven de wereldgeschiedenis’ – maar in het tegendeel: in de analyse van wat er werkelijk is gebeurd. Een treffende illustratie daarvan vormt de bijdrage over de Slag bij Hastings in 1066, nota bene geschreven door een historisch romancier, de Amerikaanse Cecilia Holland.

Holland werpt de vraag op wat er zou zijn gebeurd wanneer Willem de Veroveraar de Slag bij Hastings had verloren en zich niet meester had kunnen maken van de Engelse kroon. Een interessante kwestie, maar in de uitwerking blijkt deze niet meer dan een hulpvraag, die haar in staat stelt door te dringen tot wat zij ziet als de ware betekenis van deze slag: Hastings vormde een breuk in de Britse geschiedenis, omdat Engeland werd losgemaakt uit de noordelijke as van Scandinavië en het Noordzeegebied en deel ging uitmaken van de opkomende continentale, Latijnse cultuur.

In haar bijdrage laat Holland glashelder zien dat de ‘contrafeitelijke’ methode niet uitzonderlijk is, maar, zoals gezegd, deel uitmaakt van de vaste gereedschapskist van de geschiedschrijver. Daarmee is een van de belangrijkste verdiensten van dit leesbare boek genoemd – behalve dat het ons ook nederigheid leert, tegenover het ongrijpbare verleden, een geschiedenis die inderdaad van dag tot dag anders had kunnen lopen en waarvan we dan ook weinig meer kunnen leren.

Frank van Vree

Robert Cowley (red.): Wat als? – Vooraanstaande historici herschrijven de wereldgeschiedenisVertaald uit het Engels door Han Visserman en Krijn Peter HesselinkBert Bakker261 pagina’seuro 19,95 ISBN 90 351 2855 9Vertaald uit het Engels door Han Visserman en Krijn Peter HesselinkBert Bakker261 pagina’seuro 19,95 ISBN 90 351 2855 9Vertaald uit het Engels door Han Visserman en Krijn Peter HesselinkBert Bakker261 pagina’seuro 19,95 ISBN 90 351 2855 9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden