'Wat zou er van de Russische kunstenaars worden, als wij hun werk niet zouden kopen?' Mecenassen exposeren in Moskou

'Soms hebben we het gevoel dat we het ministerie van Cultuur zijn, zoveel aanvragen krijgen wij om kunstenaars of tentoonstellingen financieel te steunen', klaagt Marina Losjak, hoofdconservator van de kunstcollectie van de Russische Stolichny Bank (SBS-Agro)....

BERT LANTING

Van onze correspondent

Bert Lanting

MOSKOU

Een klein deel van de oogst van de culturele activiteiten van de Russische bedrijven valt te zien op de tentoonstelling 'Hollandse en Russische mecenassen', die afgelopen week in Moskou geopend werd. Behalve de Stolichny Bank laten nog drie Russische en drie Nederlandse bedrijven op die expositie werk uit hun kunstcollecties zien.

'De sponsoring door bedrijven speelt momenteel inderdaad een belangrijke rol in het culturele leven', erkent onderminister van Cultuur Pavel Chorosjilov ietwat zuinigjes. Volgens hem is het 'niet meer dan normaal' dat de rol van de staat - na zeventig jaar alleenheerschappij onder het communistische bewind - minder is geworden, maar hij moet toegeven dat de nijpende financiële problemen waarmee de Russische overheid momenteel te kampen heeft, ook meespelen.

'Zeg maar gerust dat de staatsmusea geen cent meer hebben om kunst aan te kopen', zegt Marina Losjak. Zij heeft juist zitten luisteren naar het betoog van een vertegenwoordiger van het Nederlandse ministerie van OCW, die waarschuwt dat het bedrijfsleven niet een al te grote greep op het kunstleven mag krijgen. 'Ik ben het met hem eens dat de staat een toonaangevende rol moet houden in het kunstbeleid, maar wat doe je als de staat domweg geen geld heeft? Wat zou er van de Russische kunstenaars worden, als wij hun werk niet zouden kopen?'

Volgens Losjak is haar bank in eerste instantie kunst gaan verzamelen ter verfraaiing van de kantoren. Nu wil ze ook aan te sluiten bij de pre-revolutionaire traditie. 'Voor de Revolutie steunden rijke kooplieden, zoals de gebroeders Morozov en de Sjtsjoekins, ook op grote schaal kunstenaars. Bovendien willen we ervoor zorgen dat goede kunst in Rusland blijft.'

Maar er zijn natuurlijk ook prozaïscher motieven, zoals het bevorderen van het imago van de bank. 'De banken worden in Rusland vaak geassocieerd met het beeld van de Nieuwe Rus, de lomperik die zijn geld bij elkaar rooft. Wij proberen te laten zien dat wij een ander gezicht hebben', zegt Losjak.

Na zeven jaar verzamelen heeft de Stolichny Bank al een collectie van zo'n drieduizend kunstwerken aangelegd. Voor de mecenaat-tentoonstelling in het Museum voor privé-verzamelingen heeft de bank een zaal met Papieren Architectuur ingericht, schetsen van fantasieprojecten van jonge Russische architecten uit de jaren tachtig.

De (Russische) European Trade Bank gaat er prat op dat zij een collectie heeft die een beeld laat zien van de ontwikkeling van de Russische kunst in deze eeuw - van de avantgardisten van de jaren twintig via het socialistisch realisme naar de post-perestrojka-periode.

Maar op de expositie is vooral 'soc-art' te zien, waaronder een parodie op het befaamde schilderij van de 'rode' schilder Gerasimov Stalin en Vorosjilov in het Kremlin na de regen dat in de volksmond bekend staat als 'Twee hoge pieten na het gieten' ('Dva vozdja posle dozjdja'). Op de parodie gaan de twee hoge pieten schuil achter het opschrift 'Malevich' in Marlboro-lettertype.

De vreemdste zaal is ongetwijfeld die van de oliemaatschappij Lukoil. Hier hangen vier realistische schilderijen uit de kunstcollectie van het bedrijf naast enkele loodzware werken van moderne Russische schilders op religieuze thema's, zoals De dood van een zwerver van Ivan Nikolajev waarop een engel komt aangevlogen om zich te ontfermen over de ziel van de gestorven dakloze. Het contrast wordt veroorzaakt doordat Lukoil de jonge schilders slechts helpt te exposeren, maar hen niet aankoopt.

De Nederlandse bijdragen - de ING, Shell en de Gasunie - zijn even gevarieerd als de Russische. De gewaagdste is zonder meer die van Shell. Het laat de oogst laat zien van een reeks 'peilingen' van de hedendaagse kunst door de conservatoren van een vijftal Nederlandse musea. Dat leverde een bont beeld op met onder meer de reuzenpantoffels van Maria Roosen.

De Gasunie biedt een goed overzicht van het nieuwe Nederlandse schilderen: Lucebert, Armando, Jeroen Henneman, Jef Diederen. Het aardige is dat de werken zijn aangekocht door een kunstcommissie, waarin geen kunstspecialisten zitten, maar geïnteresseerde personeelsleden.

De ING laat een heel eigen gezicht zien met een selectie uit de enorme collectie figuratieve kunst. 'Op het moment dat iedereen abstract kocht, verzamelden wij figuratieve kunst', zegt hoofdconservator Sacha Tanja. 'Het hoeft niet altijd iets nieuws te zijn, ons gaat het vooral om de kwaliteit'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden