BoekbesprekingThe end

Wat zegt een kunstenaars laatste werk?

Een mooie gedachte voor Oudjaar dringt zich op bij het lezen van Carel Blotkamps fraaie boek over laatste kunstwerken: we willen zó graag betekenis geven aan een einde, een slotstuk, dat we erin zien wat we willen zien.

Franz Marc, De bomen tonen hun ringen, de dieren hun aderen, 194.7 x 263.5 cm; olie op doek.Beeld Kunstmuseum Basel, Martin P. Bühler

Een vreugdevuur kon je het niet noemen: in 1913, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, begon de Duitse expressionist Franz Marc aan zijn spectaculairste schilderij. Het mat een lijvige 2 bij 2 meter en toonde geabstraheerde herten en andere beesten die ten onder onder gingen in een veelkleurige vlammenzee. De bomen tonen hun ringen, de dieren hun aderen, noemde Marc het werk dat zijn zwanenzang zou blijken: drie jaar na voltooiing sneuvelde de kunstenaar als oorlogsvrijwilliger tijdens een militaire patrouille. Het doek zelf bleef ook niet ongedeerd. Het liep schade op tijdens de Marc-herdenkingsexpositie in Berlijn dat jaar, ironisch genoeg door een brand. De rechterkant van het werk was nu zwartgeblakerd. Maar daarmee was de kous niet af.

Drie jaar later werd Marcs doek bij wijze van eerbetoon hersteld door Paul Klee, die samen met Marc deel had uitgemaakt van de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter. Met behulp van voorstudies en foto’s bracht Klee De bomen tonen hun ringen terug in de originele staat, of iets wat daar op leek. De gereconstrueerde rechterhelft was donkerder en somberder dan voorheen, waardoor het doek oogde alsof het op z’n kant had liggen weken in de oude thee. Klee veranderde tevens de titel naar Het lot der dieren.

Tegenwoordig hangt het doek in het Kunstmuseum in Basel, en wie er met voorkennis naar kijkt, kan er moeilijk geen onheilsbode in zien. De schaduw aan de rechterkant is haast een te makkelijke metafoor voor de dreigende oorlog en Marcs dood. 

Daarmee behoort het schilderij tot een illuster gezelschap van laatste werken (Van Goghs Korenveld met kraaien, Mondriaans Victory Boogie Woogie) wier zeggingskracht en symbolische waarde het object zelf overstijgen. In The End, de nieuwe essaybundel van kunsthistoricus Carel Blotkamp over ‘het einde’ in de kunst, spelen zulke werken een bepalende rol.

Blotkamp is een zeldzaamheid in het Nederlandse kunsthistorische wereldje: een specialist (hij schreef onder meer gezaghebbende studies over Mondriaan en Pyke Koch), die tegelijk een generalist is. Een nieuw boek van zijn hand is iets om je op te verheugen, vanwege zijn ontspannen stijl en zijn bereik: het vermogen om verbanden te leggen tussen kunstuitingen die eeuwen uiteen liggen.

The End is een soort clubsandwich: stevig gedocumenteerde casussen over Rafaël en Mondriaan zitten ingeklemd tussen lossere verhandelingen over hoe kunstenaars de dood hebben verbeeld, die van henzelf en anderen, collega’s incluis. Het cirkelt rond het thema zonder dwingende conclusies te trekken, maar het hart betreft laatste kunstwerken.

Onze fascinatie voor dergelijke sluitstukken maakt waarschijnlijk deel uit van een behoefte aan betekenisvolle finales: laatste liedjes, laatste woorden, laatste minuten. Kennelijk is het idee dat de dingen ongemerkt voorbij glijden ons een gruwel. Ook bij lang geleden overleden kunstenaars is er die drang om de rekening op te maken en op te blijven maken.  Van een laatste kunstwerk verwachten we onbewust dat het ons iets vertelt over het leven en werk dat eraan voorafging.

In de praktijk is het trouwens nog knap lastig om vast te stellen welk werk nu precies het laatste is. Anders dan bij Laurens Alma Tadema, die zijn werk plichtgetrouw dateerde, of Jan Schoonhoven, die zijn reliëfs een code gaf, is bij de meeste makers de chronologie amper te achterhalen. En zelfs als we over de volgorde beschikken, is het lang niet altijd evident welk werk het predikaat van de allerlaatste verdient. In werkelijkheid werkt een schilder aan verschillende stukken tegelijk. Vaak zijn er meerdere laatste werken.

Rond zulke stukken hangt een aura van noodlottigheid, maar ziekte en sterfte zijn slechts één reden waarom een kunstenaar zijn laatste kunstwerk maakt. Gebrek aan ambitie of inspiratie zijn andere.

De 17de-eeuwse Dordtse landschapsschilder Albert Cuyp hing zijn kwast aan de wilgen omdat hij financieel binnen was; de 20ste-eeuwse magisch realist Pyke Koch omdat hij niets nieuws meer had toe te voegen. Voor hen was ‘de laatste’ een bevrijding. Maar wat valt er over zulke werken nu precies te beweren?

Ze zijn in elk geval niet per definitie de beroemdste werk uit een oeuvre. Michelangelo’s laatste beeld, de Rondanini Pietà, bijvoorbeeld, kwijnde een eeuwigheid weg op de binnenplaats van een palazzo voordat modernistische beeldhouwers ermee aan de haal gingen.

Een kunstenaars laatste werk is ook slechts zeer zelden zijn beste werk. Zelfs bij kunstenaars die beroemd zijn vanwege hun Altersstil (de stijl van de kunstenaar op hogere leeftijd), zoals Rembrandt of Picasso, is het slotakkoord bijna nooit het welluidendst. Eigenlijk draait het bij laatste kunstwerken sowieso zelden om intrinsieke kwaliteiten. Wat telt is hun receptie. Het laatste kunstwerk voedt of bestendigt de mythe rond een kunstenaar, en wint, op zijn beurt, daardoor zelf aan gewicht. Soms kent die wisselwerking hagiografische trekjes.

Rafaël, De transfiguratie, olie op hout, 1519-1520, Vaticaans Museum. Beeld Getty

In die categorie vallen bijvoorbeeld Rafaël en zijn laatste schilderij, De transfiguratie (1620). Dat altaarstuk combineert twee Bijbelscènes: het moment waarop Jezus op de berg Tabor een gedaanteverwisseling ondergaat, een gebeurtenis waarbij de drie aanwezige apostelen zouden zijn verblind door een allesverzengend licht (de scène wordt vaak gezien als een voorafspiegeling van de wederopstanding). En, daaronder, de ontmoeting van de negen andere apostelen met een geesteszieke jongen, wachtend op genezing door Jezus. Het werd gemaakt in opdracht van Giulio de’ Medici, neef van Paus Leo X, die het bestelde voor de kathedraal van het Franse bisdom Narbonne. Dat was in 1616. Vier jaar later, in april 1620, had Rafaël de klus geklaard. Nog diezelfde maand overleed hij onverwacht. Longontsteking, zeiden sommigen. Tuberculose, meenden anderen. Zenuwinzinking, fluisterde een enkeling. Kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari hield het erop dat de jonge meester iets te hard had genoten van La Fornarina, de bakkersdochter. Hoe dan ook, Rome liep uit om Rafaël te eren. De transfiguratie stond in de zaal waar hij lag opgebaard.

De aanblik van de rijzende Christus boven het levenloze lichaam van de schilder miste zijn uitwerking niet. Rafaël, wisten de rouwenden, had Jezus niet geschilderd, hij wás Jezus. Keerde hij niet hemelwaarts op dezelfde dag als waarop de verlosser was veroordeeld, Goede Vrijdag, en deed hij dat niet op dezelfde leeftijd van 33 jaar? Wat zei u: Rafaël was 37 toen hij overleed? Ach, dat waren details, daarover moest men niet te moeilijk doen. Want zelfs als Rafaël Jezus niet was, wat hij dus echt wél was, was hij diens uitgelezen artistieke plaatsvervanger op aarde. ‘Het is geen wonder dat je stierf op dezelfde dag als Christus’, staat op een van de grafschriften die bewaard zijn gebleven in de Vaticaanse archieven. ‘Hij was de God van de natuur; jij was de God van de kunst.’ Deze reputatie van ‘God van de kunst’ werd mede geconsolideerd door De transfiguratie

Andere laatste werken zijn meer profetisch. Een voorbeeld daarvan is Vincent van Goghs Korenveld met kraaien. Een panoramisch landschap met gele korenvelden onder een blauwe lucht gevuld met rondcirkelende zwarte vogels. Het is een onstuimig geschilderd, hallucinant aandoend schilderij, dat in de populaire Van Gogh-receptie wordt voorgesteld als een onheilstijding: Vincents zelfmoordpoging zou erin worden aangekondigd. Die betekenis kreeg het al snel na Van Goghs dood. Schrijver Frederik van Eeden, die het bij broer Theo van Gogh thuis in Parijs zag, noemde het ‘een uiting van extreme wanhoop’. En in Vincente Minnelli’s film Lust for Life mept Kirk Douglas als Van Gogh in op Korenveld voor hij tegen een boom ineenzijgt. Even daarvoor zagen we hoe Douglas zich een school kraaien van het lijf hield. Toen die vogels Van Goghs leven niet namen, zo lijkt de film te suggereren, deed de kunstenaar het zelf maar.

Vincent van Gogh, Korenveld met kraaien, 1890, olie op canvas, Van Gogh Museum, Amsterdam. Beeld Van Gogh Museum, Amsterdam

Het verband tussen het schilderij en de zelfmoord berust op aannames. Van Gogh stopte geen symboliek in zijn werken zoals 17de-eeuwse vanitasschilders deden. Kraaien als metaforen zijn in deze context een anachronisme. Wie zegt trouwens dat die zwarte streepjes kraaien zijn? In vroegere catalogi heette het werk Korenveld met vogels. Om het een meer morbide karakter te geven werden die gevleugelde doodgravers de titel binnengesmokkeld. We zien wat we willen zien.

En we weten wat we willen weten, want Van Gogh-kenners hebben al lang aangetoond dat waarschijnlijk een ander schilderij Vincents allerlaatste is. Het heet Boomwortels, en maakt deel uit van het groepje half voltooide schilderijen dat Van Gogh tijdens zijn laatste dagen in Auvers maakte. Aan de status van Korenveld heeft dat weinig afgedaan. Begrijpelijk: een tragisch levenseinde wordt beter gesymboliseerd door een desolaat veld met vogels dan door een lapje bosgrond. Uit die stakerige boomwortels een bevredigend verhaal brouwen is geen eenvoudige klus. Het wachten is op de Van Gogh-kenner die een dwingend verband legt tussen het onaffe karakter van het werk en Vincents premature verscheiden. Of geraamtes ontwaart in de wortels zelf.

Carel Blotkamp: The End. Reaktion Books Ltd; 248 pagina’s; € 29.

In 2020 wordt Rafaël’s 500ste sterfjaar gevierd, onder meer met exposities in de National Gallery in Londen en de Scuderie del Quirinale in Rome.

MONDRIAANS LAATSTE

Ook Piet Mondriaan maakte een beroemd laatste werk: Victory Boogie Woogie (Kunstmuseum Den Haag). Hij begon eraan in mei 1942 en bij zijn dood in januari 1944 was het onvoltooid, een diamantvormig canvas, op sommige plekken zat de markeringstape er nog aan. Na Mondriaans dood stond het een tijdlang opgesteld aan de kopse kant van zijn New Yorkse appartement. Bezoekers (het appartement was korte tijd openbaar toegankelijk) zagen er een hoogaltaar van de moderne kunst in, wat het in zekere zin ook is. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden