INTERVIEW

'Wat wij doen, is wat ík wil dat we doen'

De honderden uitgevers in Nederland blijven dapper nieuwe boeken op de markt brengen, terwijl de omzet bij de meeste van hen al sinds 2009 met 5 procent per jaar daalt. Dus vraagt Sir Edmund zich af: hoe gaat het in het uitgeefvak? Koen van Gulik van Wereldbibliotheek vindt een onafhankelijke identiteit belangrijk.

Beeld Bianca Pilet

Waarom ben je uitgever geworden?

'Ik had een communicatieadviesbureau en schreef communicatieadviezen. Allemaal gebakken lucht. Toen ik de 40 naderde, bedacht ik dat ik toch iets zinvols wilde doen, iets maken dat je met je handen kan vastpakken: een stuk staal, een brood, boeken... Boeken! Daartussen ben ik opgegroeid. Toen heb ik Joos Kat van Wereldbibliotheek een briefje geschreven, of hij geen krullenjongen nodig had. In 1998 ben ik er begonnen.'

Wereldbibliotheek is een van de oudste uitgeverijen van Nederland.

'In 1905 gesticht door Leo Simons, een erudiete man uit een analfabeet, joods milieu. In de jaren tachtig van de 19de eeuw had hij in Engeland kennis genomen van de Everyman's Library en dat wilde hij in Nederland ook. 'Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur', noemde hij zijn uitgeverij. Eén van de reeksen die deze Maatschappij uitbracht, heette De Wereldbibliotheek.

'Wereldbibliotheek is eind jaren zeventig verkocht aan een concern, maar in de jaren tachtig weer zelfstandig gemaakt door Joos Kat, van wie ik de uitgeverij in 2009 overnam. Met het expliciete doel de uitgeverij zelfstandig te houden. Dat is niet gelukt, begin vorig jaar heb ik - door marktomstandigheden gedwongen, laat ik het zo maar zeggen - het bedrijf moeten verkopen aan Nieuw Amsterdam; daar is Wereldbibliotheek nu onderdeel van.'

Is het zelfstandig houden van een uitgeverij niet een merkwaardig doel? Het gaat er toch om dat er mooie boeken worden uitgebracht, dondert niet in welke constellatie?

'Het goede van een zelfstandige en onafhankelijke uitgeverij is dat er geen financiers boven je zijn die bepalen wat er moet gebeuren. Ik denk dat je je missie het best kunt waarborgen vanuit een zelfstandige positie. Bij ons is die missie: het uitbrengen van boeken die blijven. De boeken die we nu uitgeven, moeten over honderd jaar nog waarde hebben, hetzij in esthetische hetzij in informatieve zin.

'Overigens ben ik zeer tevreden op dit moment, we kunnen bij Nieuw Amsterdam blijven doen wat we deden, en wat we doen is niet heel anders dan Leo Simons in 1905 voor ogen had. Ik prijs me gelukkig dat ik elke dag opnieuw met mensen mag praten en werken die iets durven en doen waartoe ik niet in staat zou zijn, namelijk iets opschrijven - fictie of non-fictie, dat maakt niet uit.'

Wat maakt jouw uitgeverij anders dan andere?

'Volgens mij doet Wereldbibliotheek niet veel anders dan uitgeverij Cossee. En ook niet veel anders dan Van Oorschot of Atlas Contact of De Bezige Bij. We doen eigenlijk allemaal een beetje hetzelfde.'

De meeste uitgeverijen zeggen dat ze uniek zijn.

'Flauwekul, daar geloof ik helemaal niet in. We doen natuurlijk wel iets anders dan, om maar wat te noemen, The House of Books of Lemniscaat. En we zijn ook anders dan Lebowski, hoewel er best titels zijn van Lebowski die wij hadden kunnen hebben. Maar wat wij doen, is wat ík wil dat we doen: de uniciteit zit in de uitgever. Het komt uiteindelijk allemaal neer op wat ik beslis, en dat komt weer voort uit wat Joos Kat en Leo Simons in gang hebben gezet. Dat betekent dat Wereldbibliotheek veel vertaalde literatuur en non-fictie uitbrengt, van hoge kwaliteit; maar er is wel een bandbreedte, want met hoge kwaliteit alleen kun je de tent niet draaiend houden. Je hebt ook sellers nodig.'

Jouw belangrijkste auteur is Isabel Allende. Hoeveel procent van de omzet neemt zij voor haar rekening?

'Dat zal ongeveer 50 procent zijn. Bij de meeste uitgeverijen zijn het uiteindelijk één, twee of drie titels die voor het geld zorgen. Dat heet interne subsidiëring.'

Moet elk boek niet gewoon zichzelf bedruipen?

'Dat vind ik een totaal verkeerde vraag, want je kunt uitrekenen dat dat voor veel titels niet zal lukken; daarvoor is het titelaanbod voor onze lezersmarkt te groot. En of een boek een seller wordt kun je van tevoren nooit zeggen.

'Bovendien: je kunt een uitgeverij beschouwen als een commerciële onderneming die eropuit is winst te maken - we zijn geen ideële stichting - maar aan de andere kant is een uitgeverij, althans een literaire uitgeverij, ook een cultuurbemiddelaar. Je vindt een boek belangrijk en wilt het aan de hele wereld laten zien: léés dit, hier word je een gelukkiger mens van. En dan maar hopen dat we er in elk geval 1.500, 2.000 exemplaren van verkopen.'

Welk boek van een van je concurrenten had je zelf graag willen uitgeven?

'Het Nederlandstalige literaire fonds van Van Oorschot, de non-fictie van Nieuw Amsterdam, de filosofie van Boom. Te veel om op te noemen. Daarom zeg ik ook: wat Wereldbibliotheek doet, dat is niet heel anders dan wat alle goede uitgevers doen.'

Moeten jullie niet samen één club vormen?

'Als je alles op een hoop gooit, wordt het middle of the road. Het leuke van Cossee is dat zij hebben bedacht dat ze Hans Fallada gingen uitgeven. Ik weet niet of De Bezige Bij dat had gedurfd - die durven weer andere dingen. Bij Wereldbibliotheek hebben we Jozef en zijn broers van Thomas Mann uitgegeven, een onmogelijk project dat een succes werd. Al die kleine onafhankelijke identiteitjes, dat is belangrijk.'

Ik sprak onlangs een schrijver die bezorgd meldde dat de verkoop van zijn boeken zo terugliep dat hij binnenkort misschien wel een baan zou moeten zoeken. Moet een schrijver van zijn boeken kunnen leven?

'Het klinkt heel hard, maar: nee. De formulering 'moeten' veronderstelt dat er een economische of morele of maatschappelijke plicht is om een schrijver in staat te stellen van de pen te leven. Dat is nooit zo geweest, never nooit niet. Sterker: honderden jaren lang betaalden schrijvers uitgevers om hun boek gepubliceerd te krijgen.

'Er zijn nu maar vijf tot tien schrijvers in Nederland die kunnen leven van hun boekenopbrengst. De andere hebben er inderdaad een baan naast of werken zich een slag in de rondte om te overleven; ze maken gebruik van de naamsbekendheid die hun literaire oeuvre hun heeft bezorgd en gaan columns schrijven, treden op als dagvoorzitter, noem maar op. En gelukkig is er het Nederlands Letterenfonds, waarmee de overheid optreedt als mecenas door inkomensondersteuning te geven aan schrijvers.'

Waarom is dat gelukkig?

'Omdat ik vind dat de overheid niet alleen geld moet uitgeven aan het wassen van bejaarden en het kopen van F16's, maar ook een culturele taak heeft: het instandhouden van theater, het mogelijk maken van films en dus ook het mogelijk maken van literatuur.'

Wie is de beste in jouw vak?

'Dat is Jaco Groot van uitgeverij De Harmonie. Jaco heeft het.'

Het?

'Het. Jaco Groot heeft een fonds dat alleen maar van Jaco Groot kan zijn. Hij doet uitsluitend wat hij leuk vindt, en met wat hij leuk vindt - van Harry Potter tot Peter van Straaten tot Ian McEwan - kan hij zijn uitgeverij uitstekend rendabel houden. Niets uitgeven wat je niet goed vindt: het is geen absolute voorwaarde, maar ik vind het wel de mooiste opvatting van goed uitgeverschap.'

Dit is deel 2 in een serie. Vorige week sprak Wilma de Rek Mizzi van der Pluijm van Atlas Contact.

Hulde aan de uitgever van de gezaghebbende grote Pauly

Op ons verzoek schreef Koen van Gulik een lofzang op het beste boek dat hij kent, de 'Große Pauly', een encyclopedisch naslagwerk voor de Oudheid.

Op de eerste verdieping van het instituut van klassieke talen aan de Trans in Utrecht zat ik van 1983 tot 1985 hele dagen uit het raam te kijken. Ik probeerde er mijn doctoraalscriptie over de Lukanen en Bruttiërs af te ronden en dat ging moeizaam. Op de brug beneden mij zag ik het modebeeld veranderen, de economische crisis verergeren, de verzorgingsstaat afkalven, de kernoorlog dreigen.

Maar er was één zekerheid die alle onheilsverwachtingen relativeerde, en die stond achter mij: de Große Pauly, voluit Pauly-Wissowa's Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft, 84 gedeeltelijk in leer gebonden banden. In 1893 was het eerste deel verschenen, in 1980 werd het werk afgesloten. In die 87 jaar hadden 1.100 deskundigen meer dan 80.000 bladzijden gevuld in een majestueuze poging alle kennis over de klassieke oudheid te boek te stellen.

Er bestaat geen gezaghebbender, completer en kwaliteitsvoller werk dan de grote Pauly en het is de grootste uitgeefprestatie die ik ken. Er zijn meer van dit soort reuzenondernemingen, zoals het Woordenboek der Nederlandse Taal (40 delen), maar dat werd door de overheid bekostigd. De grote Pauly was een commerciële uitgave die het zelf moest zien te rooien.

Het verscheen bij J.B. Metzler in Stuttgart. Die verwachtten tien jaar nodig te hebben voor de hele encyclopedie. Maar in 1903 waren ze pas bij deel 8 en lagen er nog economische crises en wereldoorlogen in het verschiet. Over hoeveel durf, ondernemingsgeest, inventiviteit, discipline, organisatietalent, geduld, eigenzinnigheid en kwaliteitsbesef moet je niet beschikken om zo een project tot een goed einde te kunnen brengen!

Zoals het een goede uitgeverij betaamt, heeft Metzler het werk voorbeeldig geëxploiteerd. Tussen 1964 en 1975 verscheen de Kleine Pauly (5 delen), en tussen 1996 en 2012 de Neue Pauly (25 delen). De Engelse vertaalrechten werden verkocht. Uitgeverij Brill bracht Brill's New Pauly: Encyclopaedia of the Ancient World uit (28 delen). Vanzelfsprekend zijn alle edities nog altijd integraal leverbaar. En voor wie denkt dat dit de weemoedige mijmeringen van een papiergelovige zijn: de Neue en de New Pauly zijn ook online gepubliceerd.

Wanneer de volgende bankencrisis zich aandient, onze politici de Europese Unie twitterend ten grave hebben gedragen en de Rus eindelijk voor de deur staat, ga ik in de leeszaal van de Universiteit Utrecht uit het raam zitten kijken met de Große, Kleine, Neue en New Pauly in mijn rug en dan weet ik: crises komen en modes gaan, maar de Pauly blijft altijd bestaan.

Pauly-Wissowa Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft. J.B. Metzler, Stuttgart; 84 delen; meer dan 80.000 pagina's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden