EssayInzichten door lockdown

Wat we nu al hebben geleerd: weg met die onzin

Beeld Williemien Ebbinge

Het virus en de bijbehorende beperkingen blijven voorlopig onder ons. Meebewegen is het enige wat we kunnen doen. Schrijver Anne-Gine Goemans gaat bij zichzelf en haar omgeving te rade welke inzichten de afgelopen weken haar hebben opgeleverd.

Het kozijn van het slaapkamerraam verf ik goud. Mijn uitzicht op het water als levend kunstwerk. Talloze keren staarde ik op een meditatiekussentje naar buiten en telde ongeduldig tot 10 om mijn gedachten in bedwang te houden. Voor het eerst gaat het vanzelf. Als een coronaut, zoals een vriend van me het noemt, reis ik af naar mijn binnenwereld waar het opeens stil is, er is zelfs geen ruis op de lijn. Ik luister aandachtig. Niet eerder hoorde ik buiten de grutto’s zo luidruchtig neerstrijken op het drassige grasland aan de overkant van het meer. Niet eerder was de hemel zo strak en stil. Voor het eerst geen vliegtuigen die met hun witte strepen boter-kaas-en-eieren in het luchtruim kerven.

Ik mediteer en met mij ontelbare anderen. Godsvermogens zijn er verdiend met stilteretraites, cursussen en boeken waar de focus ligt op het hier en nu en het magische woord: loslaten. Ook ik besteedde een klein vermogen aan boeddhistische, taoïstische en andere spirituele boeken om het innerlijke bullshit-geleuter los te laten. Maar sinds de wereld is stilgevallen, gaat het vanzelf. Zonder moeite. Waarom worstelen we met het hier en nu en moest er zich eerst een ramp voltrekken om alle onzin los te laten? Ik kan het de geleerden voorleggen, maar stel de vraag liever binnen eigen kring. Zoals aan vriend en ‘beginnend boeddhist’ Hans. ‘Omdat het eeuwige Nu een te groot cadeau is voor iedereen’, zegt hij. ‘Een cadeau dat pas aan uitpakken toe is op het moment dat je doorhebt dat al je gestreef en verlangen niet leidt tot duurzame bevrediging of acceptatie. Dan moet je naar binnen, want buiten jezelf is het niet te vinden.’

Corona is een veelkoppig monster dat samenlevingen ontwricht, kwetsbare mensen met bosjes over de kling jaagt, economieën onderuit trapt en ongebreideld egoïsme, populisme, nationalisme en nog wat onprettige menselijke eigenschappen blootlegt. Tegelijkertijd zagen we dat Covid-19 het beste in ons naar boven haalt en de natuur als grote winnaar uit de bus komt: de aarde kan ons missen als kiespijn. Abrupt kwam er een einde aan de massale gewoonte om ons steeds vaker en verder te verplaatsen. In mijn dijkdorpje aan het water, Spaarndam, is het deze eeuw nog niet zo stil en schoon geweest. Decennialang smeekten vele omwonenden van Schiphol om niet meer te groeien omwille van de herrie, het klimaat en onze gezondheid, maar het was tegen dovemansoren gericht. En sinds kort worden we dankzij corona op onze wenken bediend. Rampzalig voor degenen die hun boterham in de luchtvaart verdienen. De zalvende thank you corona-video die viraal ging werkt als een rode lap op een stier als je je baan of geliefde verliest, maar het virus toont wel aan dat we te ver zijn doorgeschoten. Grenzen aan de groei, jaar in jaar uit was dat onze noodkreet aan Schiphol en de regering. Zo kon het niet langer en opeens vliegen we niet meer verder.

Beeld Williemien Ebbinge

We zijn het vergeten: grenzen stellen. Meer. Beter. Groter. Duurder. Langer. Lekkerder. Wie heeft zich er niet schuldig aan gemaakt? En nu we onder dwang zijn begrensd, worden er bergen bullshit blootgelegd. Al die lunches in het zoveelste nieuwe tentje en de dure café latte ’s die ik haalde bij de Starbucks: bullshit. De thermosfles en de broodtrommel zijn weer uit de keukenkastjes opgediept. Elke dag met z’n allen in kop-staartformatie het land doorkruisen, bullshit. Online gaat prima. De Gucci-zonnebril, Jimmy Choo-hakken, Prada-tas of Apple AirPods. Wat moet je er mee? Er tiptop bijlopen hoeft nu, zo zonder publiek, niet meer. En met het verdwijnen van het openbare leven is ook de moderne volksziekte – halleluja! – fear of missing out gesneuveld.

Meer dan een vijfde van de werknemers in het Westen (deze cijfers zijn van vóór corona) meent dat hun baan helemaal geen zin heeft. Zij hebben volgens de Amerikaanse antropoloog David Graeber een ‘bullshitbaan’. Wellicht komen nu meer mensen tot de ontdekking dat hun baan geen toegevoegde waarde heeft en dit hét moment is om zich te laten omscholen. 

Het beeld dat Graeber vorig jaar schetste in het VPRO-programma Tegenlicht verklaarde de uitdijende bureaucratie in bedrijven waar niets of niemand effectiever of productiever van wordt. Volgens Graeber is de managerscultuur van vandaag de dag een nieuw feodaal systeem, waarbinnen topmanagers hun koninkrijkjes opbouwen onder de vlag van efficiëntie. De bouwstenen zijn nutteloze afdelingen waar het personeel hopeloos verdwaalt.

Sinds de regering afgelopen maart de term ‘vitale beroepen’ introduceerde, weten we welke banen cruciaal zijn. De zorg, het onderwijs, de politie, de vuilnisdiensten. Laten dat nou net de branches zijn die behoorlijk shitty betalen. Vriend en dichter Fred formuleerde zijn nieuw opgedane inzicht zo: ‘Er zijn aardig wat mensen die als ze over hun werk praten een grote broek aantrekken. Ze zijn manager van dit of dat of consultant bij ik weet niet wat, maar in deze coronatijden zijn ze van geen enkel vitaal belang. Hun te grote en dure bolides staan in mijn overvolle en steeds meer stikstofvrije Haagse buurt doelloos op hen te wachten.’

Ik buig me over het onzingehalte in mijn eigen schrijversbestaan. Afgelopen maart ging er een streep door lezingen en schoolbezoeken en ik houd er rekening mee dat deze bron van inkomsten voorlopig droog blijft staan. Noodgedwongen zette ik mijn schrijverschap op een lager pitje en verleg ik de focus op mijn oude (vitale!) vak, de journalistiek. Ik bloei op. Godsamme, wat een verademing om het relaas van anderen te noteren in plaats van aan de lopende band mijn eigen verhaal te vertellen. Sinds het verschijnen van mijn laatste roman Holy Trientje afgelopen najaar, gaf ik een stuk of veertig lezingen waarbij ik de ander soms behoorlijk over mijn eigen grenzen liet gaan.

Beeld Williemien Ebbinge

Zo was er een dame in het publiek die niet begreep hoe ik al die informatie en personages kon bedenken, en dat allemaal in één hoofd! Ze had het idee dat ik hysterisch of bipolair was, redeneerde ze hardop, en ze was heel benieuwd of ze dat na mijn lezing ook nog zou vinden. Na afloop kwam de dame stralend naar me toe voor een handtekening en een gratis diagnose: ik was de rust zelve, evenwichtig en bovenal lief. Ik glimlachte ‘is dat even een opluchting’ en hield mijn bek. Ik hield ook mijn kop toen een lezer vroeg of mijn krullen echt waren of had ik een permanentje en mocht hij even voelen? Ik gaf beleefd antwoord op vragen waarom ik geen thrillers schreef, dat verkoopt toch veel beter mevrouw Goemans? Grenzen stellen, weet ik sinds ik uit de ratrace ben gestapt en reflecteer op m’n schrijverschap.

Ook vriendin Marleen, leerkracht op een basisschool, is bezig piketpaaltjes te slaan. ‘Al die ontelbare uren die ik overwerkte maar nooit kreeg uitbetaald. Zeeën van tijd stopte ik in het contact met ouders die steeds over hun kind wilden praten. Het is een openbaring nu dat grotendeels is weggevallen, hoeveel tijd ik overhou. Het moet straks beleid worden om vaders en moeders blijvend op meer afstand te houden.’

Ik loop met hond Frenkie over een hinkelbaan op de stille weg en maak een praatje met een mededijkbewoner die zichzelf een maand lang isoleerde. Op flinke afstand, ‘want je weet maar nooit’, steekt hij een shaggie op. Hij houdt de doden nauwgezet bij en geeft me de laatste Europese uitslagen door. Als hij klaar is met de update rolt hij nog een shaggie. Erger dan corona is de angst ervoor. De hypochonder in ons werd wakker. Een kuchje, druk op de borst, een loopneus: corona! De tsunami aan covid19-informatie die we moeten incasseren, ís ook om het Spaans benauwd van te krijgen. Toch is een dagelijkse dosis nuchterheid beoefenen door enkele feiten op een rij te zetten, een zinnig medicijn tegen hypochondrie.

Beeld Williemien Ebbinge

Roken maakt jaarlijks zo’n 20 duizend slachtoffers in Nederland. Binnen panisch kettingrokend afwachten tot het virus aan je deur voorbijtrekt, die snap ik niet. Net zo min ik ouders begrijp die doodsbang zijn als het om hun kinderen gaat. De zoon en dochter van een vriendin, basisschoolleeftijd, mochten niet meer met anderen spelen. Pas toen de zoon zijn zusje in week drie met een stofzuigerbuis te lijf ging, mochten ze weer met vriendjes spelen. Het virus heeft in ons land nauwelijks jonge slachtoffers gemaakt, maar in 2018 kwamen 55 kinderen en jongeren tot 20 jaar om in het verkeer. Er werd geen kind binnengehouden. Het verkeer werd niet platgelegd. Sigaretten en drank zijn nog steeds verkrijgbaar en een goudmijn voor de Nederlandse schatkist.

Door het virus worden we geconfronteerd met onze sterfelijkheid. Een ongemakkelijk onderwerp in een maatschappij die is ingericht op eeuwig jong, fit en mooi. ‘Niet ik, niet nu’ schreef de Amerikaanse schrijver Steve Chaplin over de dood in zijn boek The psychology of time and death. Ook ik wil nog niet het graf in of een dierbare verliezen, maar door corona kon ik de dood niet langer voor me uitschuiven. Begin dit jaar voerden mijn zus en ik een gesprek met de huisarts over onze dementerende vader. Hij werd steeds vaker agressief door zijn ziekte, wij toonden ons verdriet over de mensonterende fase waarin hij terecht was gekomen. Twee maanden later - terwijl het land platlag – bedreigde onze vader een medebewoner van zijn appartementencomplex. Hij was woedend, ze bleek hem al een tijdje met zijn dementie te treiteren. De vrouw schakelde de politie en de verhuurder in en wij zaten met de gebakken peren.

‘Ik hoop dat hij doodgaat aan corona’, zei ik tegen mijn zus. Ik schrok van mijn wens die recht uit het hart floepte. Maar wat staat hem nog te wachten? Naar het verpleeghuis waar hij zwaar gesedeerd wegkwijnt en binnen een paar maanden sterft? Niemand leeft daar lang en gelukkig. Ondertussen was er de dwingende RIVM- richtlijn om onze vader als kwetsbare oudere in quarantaine te plaatsen. Binnen de familie kwamen we tot de conclusie dat hij, en met hem nog zo’n 280 duizend dementerenden in Nederland, leeft bij de dag. Onze richtlijn werd carpe diem, we kleuren zijn dagen goud. We wandelen en doen op gepaste afstand vier-op-een-rij met opa. Ook het spel ‘Rara wie ben ik?’ blijkt een succes. We zaten met plastic banden om ons hoofd waarin kaartjes waren gestoken en moesten om de beurt vragen stellen over de afbeelding op het kaartje. Ben ik een dier? Kun je me eten? Ben ik een meubelstuk? Mijn vader gaf een geheel nieuwe dimensie aan het spel. ‘Ben ik geslachtrijp? Ben ik geil? Ben ik multimiljonair? Ben ik gek?’ We gierden het uit, humor is altijd zijn sterkste kant geweest. Ondertussen sloeg het spelletje de spijker op zijn kop.

Beeld Williemien Ebbinge

Rara wie zijn wij? Ik vraag het aan mijn filosoferende zwager. ‘Wij zijn bange wezens waarvan ons gedrag voornamelijk wordt bepaald door de angst voor de dood. Dat bewijst het coronavirus maar weer eens’, zegt Richard. ‘Al ons gedrag is erop gericht die angst onder controle te krijgen. Dat is normaal al lastig, maar de directe confrontatie met onze sterfelijkheid maakt dat nu extra ingewikkeld.’

Fukushima. De kernramp. Daar denk ik in deze crisistijd regelmatig aan. Dat lijkt een vreemde afslag, maar ik zal het uitleggen. De meesten van ons worden nu voor het eerst geconfronteerd met een grote ramp. We realiseren ons hoe kwetsbaar we zijn en voelen de gevolgen van het virus tot in onze diepste vezels. Sinds we beseffen wat een wereldwijde catastrofe betekent, hoop ik dat we definitief oog krijgen voor andere levensgrote bedreigingen. De opwarming van de aarde, de productie van massavernietigingswapens, kernenergie. In 2017, zes jaar na de ramp, was ik in Fukushima voor research voor mijn roman. De straling was nog verontrustend hoog. Ik sprak met Japanse ouders die verder weg van de centrale woonden en niet waren geëvacueerd. Hun kinderen hadden drie jaar lang binnen gezeten uit angst voor stralingsziektes. Een moeder vertelde dat er een generatie kinderen opgroeide die de natuur wantrouwde. Het water in de rivier, de bloemen, de bossen: alles was besmet met een nucleaire laag. Ik noteerde destijds haar woorden waarvan ik de impact pas nu beter begrijp. Drie jaar binnen zitten voor een onzichtbare vijand. Wat als er een ongeluk plaatsvindt in de zwaar verouderde kerncentrales in België of Zeeland en we hier te maken krijgen met lockdowns van vele jaren? Laten we, dankzij de nieuwe inzichten die we opdoen door deze pandemie, ons ook gaan inzetten om deze shit die nog op onze bordjes ligt aan te pakken.

Op mijn nachtkastje ligt De volledige geschriften. Het grote klassieke boek van het taoïsme van Zhuang Zi. In deze eeuwenoude geschriften van ver voor Christus worden vanzelfsprekendheden onderuit geschoffeld en relativeren wordt tot hoogste kunstvorm verheven. Zhuang Zi was een Chinese dichter en taoïstische filosoof die het spel Rara wie ben ik? beslist gewaardeerd zou hebben. Hij schreef: ‘Ben ik Zhuang Zi die droomt dat hij een vlinder is, of een vlinder die droomt dat hij Zhuang Zhi is?’

Beeld Williemien Ebbinge

Op aanraden van dit boek proberen we thuis de kunst van het relativeren toe te passen en doen pogingen om de zin van de onzin te onderscheiden. Dat valt niet altijd mee met kinderen wier grootste rampspoed tot voor kort een kapotte telefoon of een wifi-arme vakantie was. Het lijstje van onze dochter en twee zonen met wat niet doorgaat, groeit gestaag: de eindexamenreis, voetbal, Bevrijdingspop en nog een reeks aan festiviteiten. Het enige positieve vindt mijn zoon dat zijn centrale eindexamen is geschrapt, de rest is een teleurstelling.

Balen mag, maar we grijpen het ook aan om in de geest van Zhuang Zi al die ik-heb-recht-op-eisen tegen het licht te houden. Hoezo moeten jongeren met hun kersverse diploma op zak en masse gaan zuipen in Albufeira? Of een seizoenlang festivals afsnuiven en slikken? Recht op de jaarlijkse wintersportvakantie. Recht op het vriendinnenweekendje in Barcelona. Recht op de nieuwste Nike Air Max. We hebben nergens recht op, het leven biedt geen garanties en er zijn grenzen aan de maakbaarheid der dingen: lessen die het beste op jonge leeftijd geleerd kunnen worden.

Als deze pandemie bezworen is, lukt het ons dan ook om op vrijwillige basis drastisch te minderen? Pessimisten zeggen dat we straks weer als dikke ikken losgaan en de leegte al feestend, vliegend en shoppend zullen opvullen. Optimisten geloven dat er een mooiere er schonere samenleving in het verschiet ligt, met wij-denkers die bewust kiezen voor een authentiek en waardevol leven. Ik ga voor het laatste scenario en ben alvast aan een checklist begonnen. Op 1: weg met alle onzin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden