Column Sylvia Witteman heeft iets gelezen

Wat was Reve toch eigenlijk een ijdeltuit

In mijn tijd was Kerstmis geen cadeau­tjesfeest; nu wél, en dat is de schuld van het Amerikaanse cultuurimperialisme. En van de middenstand natuurlijk, zoals bijna álles de schuld is van het Amerikaans cultuurimperialisme en de middenstand. Vreemd, bedacht ik opeens, dat Gerard Reve al in de vroege jaren zestig een kerstverhaal schreef met een kerstman erin, en kerst­cadeautjes, verschijnselen die we toen in Nederland alleen maar kenden uit films. Het verhaal heet ‘De kerstavond van zuster Magnussen’ en staat in de bundel 10 vrolijke verhalen. Dat die laatste titel ironisch bedoeld is, wordt al gauw duidelijk; zowat elk verhaal loopt ellendig af voor één of meer betrokkenen, ja, ook voor de eenzame, brave zuster Magnussen, die het slachtoffer wordt van een malafide kerstman. ‘Daarna werd alles zwart, en zag ze niets meer’.

Het is een raar bundeltje. Reve had een tijdje in Engeland gewoond en in het Engels geschreven (hij probeerde daarmee een groter publiek te bereiken: dat mislukte, onder andere omdat zijn Engels eigenlijk niet goed genoeg was, al wist hij dat zelf niet) en keerde met de ‘vrolijke verhalen’ terug naar het Nederlands. Dat wil zeggen, naar de Nederlandse taal. De verhalen zélf zijn duidelijk ­Angelsaksisch beïnvloed, wat ook die kerstman en -cadeautjes verklaart. Er klinken echo’s van Poe in die verhalen (met titels als ‘Bloed’, ‘Afgrond’ en ‘Amulet’) en van Roald Dahl; ook Reve speelt met het macabere, de ironie van het noodlot. Hij beheerst het genre niet slecht, maar ook niet echt goed; het past niet bij hem, en de vraag is wat hem eigenlijk bezield heeft.

Gelukkig staan er ook een paar ijzersterke, typische Reve-verhalen in de bundel. ‘Een lezing op het land’ bijvoorbeeld, waarin de ‘ik’ ergens in de provincie een zaaltje vol lezers moet toespreken. Hij is te gast in het bohemien-huishouden van de organisator : ‘Hun kinderen, drie jongens, blokkeerden soms de opgang doordat zij, in een omgekeerde divan, als in een slede bij de wintersport, met geweldige vaart de brede, marmeren trap afsuisden.’ Voorafgaand aan de voorleesavond wordt er stevig geborreld. ‘Om een of andere reden wachtte men gespannen op het tijdstip van 5 uur. (…) Leden van het personeel droegen nu een twee-orige, geheel met flessen en kruiken gevulde mand binnen en reden een wagentje met glaswerk voor. Een onbekrompen schenken nam een aanvang. Spoedig hoorde men niets anders meer dan neuriën, schateren, en het af en toe van een uitroep vergezeld gaand omstoten en breken van een glas.’ Met die lezing wordt het niets, natuurlijk. Ja, zo kennen we Gerardje weer.

Het verhaal ‘Lof der scheepvaart’ is ook erg mooi, vol maritieme weemoed. ‘Ik verkeerde in een toestand, waarbij men het beste naar beneden kan staren en bij zichzelf zinloze woorden en zinnen uitspreken. Dat deed ik dan ook. ‘Blauw de wingbijl, dromdrom’ sprak ik bij mijzelf. Kan er niets aan doen, niets, tomtrom diejom. God, lieve heiland. Kuilen, allemaal kuilen. De huil­uil, sijoep, sijoep. Een toestand. Redebo hop.’

Ook het verhaal over Reves communistische jeugd en opvoeding is fijn en verhelderend (‘Mijn ouderlijke woning was een gevechtspost in de strijd van het internationale proletariaat’) en als bijzonder curiosum staat er een lang ‘Gesprek met van het Reve’ in het boek, ‘door R.J. Gorré Mooses’.

Een mooi interview inderdaad, waarin Reve de telefoon blijkt op te nemen met de tekst ‘Vereniging tot Grafbescherming en Herstel der Dodenkultus’. De oplettende lezer heeft al gauw door dat Gorré Mooses niet bestaat, en dat Reve het hele, tamelijk hagiografische interview, zélf heeft opgeschreven.

Wat was het toch eigenlijk een ijdeltuit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.