'Wat valt er te feesten? Er is nog geen vrede'

Vandaag begint de viering van 50 jaar Israël met talrijke evenementen. 'Laten we ze schrappen, want de natie is niet gelukkig', vindt een parlementariër....

Van onze correspondent

Theo Koelé

JERUZALEM In de ambtswoning van de Israëlische president Ezer Weizman wordt vandaag de eerste kaars van Chanoeka ontstoken. Chanoeka is: feest van het licht. De ceremonie geldt als 'feestelijke opening van het jubileumjaar', 1998. Voor veel Israëli's is het echter aanleiding voor bezinning op de vraag: wat hebben we ervan gemaakt?

Op 20-jarige leeftijd zei Moshe Sachar tegen zijn onthutste ouders in Oostenrijk: 'Ik ga naar Israël, om te vechten'. Het was begin zomer, 1948. Jeruzalem was een belegerde stad. Daags nadat David Ben-Gurion de staat Israël had uitgeroepen, op 14 mei van dat jaar, hadden vijf Arabische legers zich op het nimmer gewenste land gestort.

Maar er waren al eerder gevechten uitgebroken, eind 1947, toen de Verenigde Naties besloten tot een deling van het Britse mandaatgebied Palestina in een joods en een Arabisch deel. Nog voordat de Britten met de staart tussen de benen vertrokken, raakten joodse en Arabische inwoners slaags. Terreuracties over en weer gingen vooraf aan de Israëlische Onafhankelijksoorlog.

Moshe Sachar was naar eigen zeggen 'geen groot strijder'. Hij was toen al dichter en schrijver, onder andere van toneelteksten. Zijn werk is later in het Engels en Frans vertaald. Ook daarover is hij één en al bescheidenheid.

Om zijn vertrek uit Europa naar Israël te kunnen begrijpen - zijn ouders hadden al papieren voor emigratie naar Canada op zak - is het verhaal van zijn jeugd onontbeerlijk. Geboren in het Poolse Lodz, stapte hij op 12-jarige leeftijd in een veewagen, richting Siberië. Polen was opgedeeld tussen nazi-Duitsland en Rusland.

'Ik zag eruit als goj (een niet-jood). Toch leek het me beter zo ver mogelijk weg te gaan van Duitsland'. Een keuze die zijn leven redde. Familieleden en joodse vrienden, die besloten te blijven, overleefden de Tweede Wereldoorlog niet.

In 1945 keerde Moshe, weer per veewagen, terug naar Polen. Daar braken in dat jaar pogroms uit. Het gezin Sachar - vader, moeder, Moshe en een broer - vertrok naar Oostenrijk. Moshe publiceerde daar zijn eerste gedichten, in het Jiddisch, en dacht na over een mogelijk vertrek naar Israël.

Op de vraag wat voor hem de doorslag gaf, verwijst hij naar een gedicht dat hij in die tijd schreef. De laatste regels luiden, vrij vertaald: 'In brandend verlangen/moet men naar het licht streven/want voortdurend op de vlucht/in de wijde wereld verlaten/mag je de trein niet missen.'

Moshe bereikte Israël per vliegtuig vanuit Italië. Hij wilde per se naar Jeruzalem. De zwaarste strijd om de stad leek voorbij, maar de joodse inwoners vochten tegen de hongerdood. De stad was omsingeld door Arabische troepen.

Vandaag leg je de afstand Tel Aviv-Jeruzalem in een uur af. 'Maar destijds deden we er twaalf uur over', vertelt Moshe tijdens een rit bijna vijftig jaar na dato. Hij wijst op de talrijke overblijfselen van pantservoertuigen, die als monumenten aan weerszijden van de weg zijn blijven staan. 'Primitieve wagens en primitieve wapens, meer hadden we niet.' Als korporaal in het Moriah-regiment had hij recht op een Britse stengun, de meeste Israëlische strijders beschikten over simpele geweren van Tsjechische makelij.

In Jeruzalem herinnert de nu bijna 70-jarige Moshe zich feilloos de plekken waar hij gelegerd was - maar nogmaals: 'Niet als een groot strijder'. Het was de tijd van een door de VN bewerkstelligde wapenstilstand, die níet werd nageleefd. Een van Moshe's taken was het bevoorraden van een geïsoleerde joodse woonwijk. Vanaf de berg Zion werden 's nachts manden voedsel aan een 'wel vijfhonderd meter lang touw' neergelaten. 'Maar de tegenstanders wisten precies waar we zaten, en beschoten het transport voortdurend.'

Als het touw geraakt werd, moesten Moshe en de zijnen de berg afdalen voor een gevaarlijke missie naar de joodse buurt om het transport weer op gang te brengen. Moshe was langdurig gehuisvest in een kerk op de berg Zion en schreef daar dichtregels als: 'Zo verschrikkelijk om de lichten van Jeruzalem te zien/en er niet heen te kunnen.'

Lang blijft Moshe Sachar anno 1997 staan bij een plaquette in Ramat Rachel, toen en nu een kibboets aan de rand van Jeruzalem. Het bord vermeldt dat in mei 1948 de plek tot driemaal toe werd aangevallen door Egyptische en Jordaanse troepen. Ze slaagden erin een deel van het gebied te bezetten, 'maar na een loopgravenoorlog werden de indringers verslagen', herinnert Moshe zich. Hij en anderen moesten blijven, om te voorkomen dat de kibboets uiteindelijk toch in handen zou vallen van de Arabieren. Officeel gold een wapenstilstand.

In mei 1949 werd de strijd beslist in het voordeel van de staat Israël. Israëlische troepen bezetten het grootste deel van voorheen Palestina. Wat in Israël Onafhankelijksstrijd heet, is voor de Palestijnen nog altijd Al-Naqba, de grote catastrofe.

Een paar weken geleden zag Moshe Sachar, voor het eerst sinds het einde van de oorlog, zijn voormalige commandant terug. Dat was tijdens een reünie van oud-strijders. Tot groot genoegen van Moshe had de ex-commandant een oud dichtbundeltje van hem bij zich. 'Ik schrijf, ik besta'.

Lofdichten op de vijftigjarige staat Israël zijn van Moshe's hand niet te verwachten. Hij heeft gemengde gevoelens aan de vooravond van het jubileum. 'Er is een mistroostige sfeer. Veel Israëli's zeggen: ''Er valt niets te vieren, want we hebben nog steeds geen vrede.'' Zo ver ga ik niet. Ik was en ben géén zionist. Ik wilde niet in Europa blijven, en evenmin met mijn ouders naar Canada gaan. Maar Israël is in de loop der jaren mijn huis geworden, een vertrouwde woning. Ik geef toe, er mankeert wel wat aan het huis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden