Beschouwing'THe future is now' van Nam June Paik

Wat nu nog te vinden van Nam June Paik?

Anna van Leeuwen bezocht The Future Is Now in het Stedelijk Museum in Amsterdam op de dag dat werd aangekondigd dat de musea zouden worden gesloten. Haar ervaring van de videokunst van Nam June Paik werd daarmee ondersteboven gekeerd. Na de heropening keerde ze terug.

Nam June Paik, TV-Buddha, 1974. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam. Beeld Stedelijk Museum Amsterdam

Schrijven is zoeken naar een geschikte openingszin. Bij dit stuk was dat zoeken moeilijker dan anders. Terwijl ik alle tijd had. Donderdagochtend 12 maart liep ik al over die zin te peinzen, bij de voorbezichtiging van de grote solotentoonstelling van Nam June Paik (1932-2006), de Zuid-Koreaanse videokunstpionier, in het Stedelijk Museum in Amsterdam. In Nederland is hij het bekendst van zijn TV-Buddha (1974) uit de collectie van het Stedelijk, een 18de-eeuws boeddhabeeld dat naar zichzelf kijkt op een klein tv’tje. Een kunstwerk waarop je honderdeneen filosofische en spirituele gedachten over onze relatie met onszelf en onze beeldschermen kunt projecteren. Andere experimentele videowerken van Paik had ik elders gezien, jaren geleden, in Rome denk ik? Of was het in Barcelona?

Die geliefde TV-Buddha staat in de eerste zaal. Mijn gedachten pingpongden vlug van het kunstwerk naar mijn notitieboekje naar de recensie. Misschien kon ik beginnen met de uitspraak die vroeger bij een vriendin bij haar tv hing: ‘Ik kijk liever naar een glas water dan naar de tv’. Mogelijk dan direct door naar die filosofische en spirituele gedachten? Dat deze boeddha vooruit lijkt te wijzen naar reality-tv, mogelijk hint naar narcisme. Dat een tv-kijkende boeddha er tegelijk meditatief en slaafs uitziet. Dat dit allemaal zo knap is samengebald in die kleine installatie. En tel daarbij op de tegenstrijdigheden in Paik zelf. Hij was zo vooruitstrevend met techniek en ondertussen bezig met oosterse spiritualiteit. Vol rare streken maar ook heel zen.

Een alternatieve openingszin kwam bij me op terwijl ik keek naar Paiks hyperambitieuze satelliettelevisie-uitzendingen. Videokunstpionier klinkt niche, maar op nieuwjaarsdag 1984 keken 15 miljoen mensen wereldwijd naar een tv-uitzending die Paik samenstelde uit live-opnamen van (muziek)performances in New York, Parijs en San Francisco. Dit monsterproject heet: Good Morning, Mr. Orwell. Een dikke vinger naar George Orwell: niets geen Big Brother, maar internationale verbroedering, zag Paik. Terwijl ik die chaotische en psychedelische tv-cocktail op me liet inwerken schreef ik in hoofdletters in mijn notitieboekje: ‘Wat is kunst nu braaf’. Ook een lekkere openingszin, dacht ik.

Good Morning, Mr Orwell van Nam June Paik uit 1984. John Cage maakt muziek met een veer; George Plimpton presenteert.

Wat namelijk opviel: Paik probeerde van alles uit. Zijn oeuvre is raar inconsistent. Muziek, dans, sculpturen, tekeningen en tv, alles kon en mocht door elkaar. Zo deed hij bizarre Fluxus-performances met componist John Cage, met choreograaf Merce Cunningham en met kunstenaar Joseph Beuys. Met cellist Charlotte Moorman probeerde hij de klassiekemuziekwereld door elkaar te schudden met halfblote performances. Paik deed zo veel en was zijn tijd zo ver vooruit. Niet voor niets heet de tentoonstelling The Future Is Now. Tate Modern in Londen, waar deze tentoonstelling eerder te zien was, maakte een kort filmpje over de kunstenaar: 5 Times Artist Nam June Paik Predicted the Future. Hij voorzag bijvoorbeeld de komst van het internet en mobiele telefoons.

De tijd begon te dringen, de voorbezichtiging zou maar twee uur duren. Ik probeerde de vaart erin te houden door mijn koptelefoon aan iemand af te geven. Maar die weigerde en zei: ‘Ik heb me voorgenomen dat soort dingen voorlopig niet meer aan te raken.’ Ook te overwegen als openingszin, dacht ik later. Uiteindelijk bleef ik een uur langer, zodat ik ook tijd had voor de apotheose van de expositie: Paiks Sixtijnse Kapel, een ruimtevullende filminstallatie waarin zijn eigenzinnige beelden over elkaar heen buitelen. Wat een show. Pakkende openingszin (al drie opties), veel sterren (vier op zijn minst), lekkere recensie zou dat worden.

Nam June Paik, Uncle, 1986.Beeld Erven Nam June Paik

En dan, na de show, volgt diezelfde middag de persconferentie: musea moeten dicht. Ik wil alvast schrijven over het grote onuitgepakte cadeau dat nu klaarstaat in het Stedelijk. Maar het lukt me niet. Ik kan niet terugvoelen hoe enthousiast ik was over Paiks experimenten met techniek nu we allemaal thuis zijn overgeleverd aan techniek. Zijn satelliet-tv-uitzendingen, dat is ongeveer wat Elton John en al die anderen hebben geprobeerd met hun benefiet-livestreams (véél minder goed, maar toch). The Future Is Now. Misschien een goede toevoeging aan het rijtje van Tate, nummer zes? Daar zijn we mooi klaar mee dan.

Paiks kunst is onveranderd, mijn overpeinzingen voelen gedateerd. Hoe hard ik ook probeer mezelf terug te denken in het Stedelijk, in diezelfde jubelstemming als op 12 maart, dat gedachte-experiment mislukt. Mijn gedachten dwalen af als ik me na tien weken zonder museumbezoek probeer voor te stellen hoe dat is, in een museum zijn.

Ik lees over de ontwenningsverschijnselen van theaterredacteur Herien Wensink, die ernaar verlangt weer deel uit te mogen maken van het theaterpubliek. Fysieke ontwenningsverschijnselen blijven bij mij uit. Ik luister naar de podcast Binnenbühne van Marjolijn van Heemstra, die de podiumkunsten ‘precies het tegenovergestelde’ van quarantaine noemt omdat het ‘een en al gezamenlijkheid’ is. Dat geldt niet voor musea. Kunstkijkers komen samen in een groot gebouw voor een eenpersoonservaring en proberen elkaar niet in de weg te staan. 

Een modern museum is een kunstmatige plek, met smetteloos witte muren. Dat wit wil u laten weten: dit is een neutrale plek, u hebt de normale wereld verlaten, niets gaat u afleiden. Vandaar dat ik niet weet of ik Paik eerder zag in Barcelona of Madrid (inmiddels denk ik trouwens Parijs): museumzalen lijken van binnen op elkaar, zijn inwisselbaar. Grote internationale tentoonstellingen reizen van witte ruimte naar witte ruimte, Paiks tentoonstelling zal doorreizen naar Chicago, San Francisco en Singapore.

Maar de buitenwereld écht buiten houden, dat kan natuurlijk niet. Daar peins ik over in die vreemde uitgerekte tussentijd, tussen de voorbezichtiging en de opening van de tentoonstelling. Als dat wel kon, als het me lukte over de tentoonstelling te schrijven alsof covid-19 niet bestond, dan had u nu alsnog die lekkere recensie gelezen.

Heropening Stedelijk Museum na de lockdown op 1 juni.Beeld Maarten Nauw

‘De vele robots in de tentoonstelling stonden er de afgelopen maanden bedroefd bij.’ Ook een mooie zin, uit het persbericht dat me uitnodigt terug te komen naar het Stedelijk. Het mag weer, eindelijk. Het anderhalvemeterprotocol telt twintig maatregelen, koptelefoons zijn inmiddels verwijderd.

De TV-Buddha zit daar natuurlijk nog steeds, op 1 juni. Het museum is krap een uur open en ik mag hem weer bekijken. Dit grote cadeau wordt voorzichtig uitgepakt. Eerst moet ik mensen tellen. In de eerste zaal mogen er vijf, zo staat op grote stickers. De aangepaste museumchoreografie is onwennig. Het duurt even voor ik me realiseer dat ik geen anderhalve meter afstand van de boeddha hoef te houden.

Een zaal met vijf mensen, volgens de nieuwe museumchoreografie. Beeld Maarten Nauw

Of hij me heeft gemist weet ik niet. Het kunstwerk ziet er anders uit. Ik zie geen meditatie meer, ik zie dit keer een marteling. Een beeld dat is overgeleverd aan zichzelf, eenzaam in een eindeloze lus opgesloten. Voor het eerst valt me op hoe gepijnigd hij kijkt, de grimas op zijn gezicht, de mondhoeken naar beneden. Even is TV-Buddha een monument voor wie die de afgelopen maanden videobellend heeft geprobeerd te ontsnappen aan de eenzaamheid.

Zo sijpelt de buitenwereld naar binnen. Die dikke witte muren blijken poreus. Die buitenwereld ben ik vooral zelf, merk ik, als ik op onverwachte plekken in de tentoonstelling tot stilstand kom. De satellietuitzendingen raken me minder, maar Zen for Film houdt me aan de grond genageld. Het is bijna niets, twintig minuten aan 16 mm-film waarop niets is opgenomen. Wat vlekken en krasjes in een rechthoek van wit licht, plus geratel van de projector. Nu ga ik ervoor staan en blijf even helemaal stil. Waar ik eerst viel op Paiks rare streken, val ik nu voor zijn zen. 

Tentoonstellingen maken, zeker zulke grote tentoonstellingen, is een traag en precies proces, jarenlang in voorbereiding. Er wordt iets gemaakt voor de toekomst en die is ongewis. Zelfs als een kunstenaar de toekomst lijkt te voorspellen. The Future Is Now, maar de werkelijkheid is weerbarstig.

Nam June Paik, TV Garden, 1974-1977, reconstructie 2002, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf.Beeld Foto: Peter Tijhuis

Open einde 

De tentoonstelling van Nam June Paik zou in het Stedelijk Museum te zien zijn van 14/3 t/m 23/8. Vanwege de uitgestelde opening heeft het museum besloten de expositie te verlengen. Tot wanneer is nog niet bekend. Om het Stedelijk te bezoeken is het verplicht vooraf een toegangskaart met tijdslot te reserveren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden