interview theo nijland

Wat maakt Theo Nijland (64) de beste liedjessmid van Nederland? Een snelcursus in zes liedjes

Beeld Studio Ski

Theo Nijland begint altijd een beetje vies te kijken als hij het woord ‘cabaret’ uitspreekt. Dat stamt nog uit zijn jonge jaren, toen hij een popmuzikant wilde zijn en zich fanatiek afzette tegen alles wat met stoffig cabaret te maken had, zoals de groep Don Quishocking. En toch, zo moet de gerenommeerde zanger, schrijver en componist erkennen als hij vertelt over zijn nieuwe theaterprogramma En de rest is onzin, is cabaret een term die de lading eigenlijk prima dekt. In zijn nieuwe voorstelling zit Nijland in zijn eentje achter de vleugel en brengt hij een reeks nieuwe liederen vol scherpzinnige teksten en knappe melodieën. Zoals het Nijland betaamt, zitten die teksten vol originele observaties, veel spot en sarcasme, en ditmaal ook opvallend veel maatschappijkritiek, over de vertrutting, de lange tenen en het gebrek aan humor in onze huidige tijd. Tussendoor gaat hij een aantal keer staan om een conference te houden.

‘Ik heb mij erbij neergelegd dat wat ik maak kleinkunst wordt genoemd’, zegt Nijland (64) vanachter de vleugel, in zijn werkkamer met uitzicht op de weilanden van Zuidoostbeemster, gelegen aan de dijk vlak buiten Purmerend. ‘Popmuziek is toch wel een andere wereld en gaat over heel andere dingen. Het gaat over hoe strak je broek nog kan zitten en of je nog haar op je hoofd hebt. Mijn teksten zijn ook gewoon te uitgebreid voor popmuziek, dus dat werd al gauw theatermuziek.’

Theo Nijland mag dan niet zo bekend zijn bij het grote publiek, toch maakt hij al jarenlang de mooiste en grappigste liedjes die er in het Nederlandse theater te horen zijn. Door recensenten en theatercollega’s wordt hij op handen gedragen: cabaretier Brigitte Kaandorp laat steevast haar liedjes door Nijland van muziek voorzien, en een jongere generatie liedschrijvers, onder wie het cabaretduo Yentl en De Boer, ziet hem als een voorbeeld. Nijland schrijft veel voor anderen, componeert filmmuziek, schrijft scenario’s, maar maakte in de eerste plaats al zeven solo-albums. Hij vertelt over zijn veelzijdigheid aan de hand van zes exemplarische liedjes.

Beeld Studio Ski

Theo Nijland: Nederlands best bewaarde cabaretgeheim

Zanger en cabaretier Theo Nijland wordt ook wel eens het best bewaarde geheim van de Nederlandse kleinkunst genoemd. Als hij in zijn eentje achter de vleugel zit en zijn eigen liedjes ten gehore brengt, dan komen de vernuftige teksten en complexe melodieën het best tot hun recht.

Een eiland (1999)

‘Ik ben een eiland / Een eiland in de mist / Aangedaan, maar altijd weer verlaten.’

Een lied dat Nijland voor zichzelf heeft geschreven, maar dat ook bekend werd door de versie van Brigitte Kaandorp. Nijland: ‘Ik vond het een mooi beeld om mezelf met een eiland te vergelijken: je moet een eind zwemmen om mij te bereiken, maar dan heb je ook wat. Het slaat op afstandelijkheid, iets wat weleens met mij wordt geassocieerd. Mensen zien mij als een meneer, niet heel toegankelijk. Dit liedje gaat daarover.’

‘Ik heb veel liedjes voor anderen geschreven, maar de relatie met Brigitte Kaandorp is een bijzondere. Zij komt met een tekst en ik componeer de muziek erbij. Zo zijn hits als Andries Knevel en Ik ben hem kwijt tot stand gekomen. We sparren ook wel over een tekst, al was het maar omwille van het metrum. Dat zal componist Harry Bannink ook vast weleens bij Annie M.G. Schmidt hebben gedaan. Gelukkig accepteert Brigitte dat ik erin zit te rommelen.’

Laat maar (2001)

‘Ik ging naar je toe met lood in mijn schoenen / Ging ik naar je toe / En ik keek je aan.’

Een lied over een man die hevig twijfelt of hij op zijn grote liefde af moet stappen. Het gaat van wel naar niet, en naar toch weer wel. Nijland: ‘Dit is een populair nummer van mij, dat vaak op audities voor theaterscholen wordt gezongen. Ik denk omdat het een overzichtelijk, gestructureerd liedje is over iets waar veel mensen last van hebben: gebrek aan moed of wilskracht. En het spreekt ook aan op muzikale wijze. Het bouwt rustig op en dan wordt er helemaal uitgepakt, zowel in emotie als in muzikale begeleiding.’

Nijland heeft veel liefdesliedjes geschreven, een genre waarmee hij ook wel heeft geworsteld. In Eigenlijk mag ik nergens over zingen van het album Masterclass (2008) zong hij streng tegen zichzelf: ‘Ik laat me niet verleiden, ik heb het met de liefde als thema echt helemaal gehad.’ Nijland nu: ‘En voor het album daarna schreef ik weer dertien nieuwe liefdesliedjes omdat ik dacht: ja maar de liefde heeft heel veel aspecten. Gewenning, verveling, laat me alleen, waarom mensen uit elkaar gaan. Dat vind ik dan toch ook weer interessant. En ik vind het ook leuk om inconsequent te zijn.

‘Toch hoeft het heus niet altijd over de liefde te gaan, hoor. Ik kan ook een hele cd over de chemische industrie in Rotterdam maken, als het moet. Want dat heeft ook genoeg potentie voor liedjes. Met lekker veel explosies.’

Wat een leuk liedje (2008)

‘Maar Theo, je bent toch homo? Dan zing je toch vanzelf niet over een vrouw?’

Op een overdreven vrolijke melodie zingt Nijland hoe hij verliefd over straat loopt en ‘Ik hou van haar’ en ‘Ik ben toch zo gelukkig’ roept, totdat hij wordt gecorrigeerd door een bekende die zegt dat hij toch homoseksueel is en daarom over een man zou moeten zingen. Nijland: ‘Ik vind het geestig om mij kwaad te maken in een liedje, zoals hier gebeurt. Dan wordt het een soort straatruzie.

‘Dit is een van de weinige liedjes waarin ik specifiek over mijn homoseksualiteit zing. Bij andere liedjes denk ik gewoon niet aan een man als ik ze schrijf. Ik schrijf genderneutraal, wellicht. Als ik schrijf denk ik traditioneel: een liefdesliedje is voor een man en een vrouw. Zo komt het in me op. Hoe dat komt? Ik heb voorbeelden gezien op de Kleinkunstacademie van mensen die over hun geaardheid zongen en daar zakte mijn broek van af. Ik weet nog dat er een jongen wat week en larmoyant over de onbereikbare buurjongen zong en ik huiverde ervan. Misschien ben ik niet modern daarin. Ik wil gewoon dat mijn liedjes voor iedereen herkenbaar zijn. Daarom schrijf ik meestal over ‘je’.’

Beeld Studio Ski

Miljonair (2016)

‘Ik heb me kostelijk vermaakt / Ik heb om hem gelachen en ik werd door hem geraakt / Door… hoe heet ie nou? Die miljonair?’

In een jazzy nummer probeert Nijland zich de namen te herinneren van diverse beroemde cabaretiers met miljoenen op de bank. In de beschrijvingen kunnen we onder anderen Youp van ’t Hek, Dolf Jansen en Jochem Myjer herkennen. Het is niet de eerste keer dat Nijland theatercollega’s op de hak neemt: in het programma Masterclass (2008) fileerde hij onder meer de musicalzang in Evita (‘O, het is maar een musical? Ik dacht dat je echt verdriet had. Dat je er hééélemaal doorheen zat!’) en de Franstalige uithalen van Wende Snijders (‘Ik heb geen idee waar dat meisje over zingt / Voor hetzelfde geld bezingt ze de putjes in haar dijen’). Nijland over deze vileine sneren: ‘Waarom zou je niet af en toe eens iemand de oren wassen en roepen: ‘hou eens op met die aanstelleritis’. Ik streef zelf naar het hoogst haalbare en dat doe ik door hard te werken en niet gemakzuchtig te doen. Ik ben opgevoed met de notie dat je altijd iets moet vínden, zodat je weet hoe je je verhoudt tot de dingen om je heen. Dat is vervelend en betweterig, maar omdat ik dat met humor doe, levert het leuke dingen op.

‘In mijn nieuwe programma heb ik een stukje over de cabaretiers die in de Ziggo Dome spelen en daarmee een kapitaal bedrag toucheren. Volgens mij was cabaret toch ooit bedoeld voor een klein en intelligent publiek? Nou ja da’s mooi, want dat zit dan nu bij mij.’

Tuinieren (2016)

‘Elke keer als ik de tuin in ga valt heel mijn sociaal-democratische, humane voorkomen in duigen / Besef ik dat mijn tuin de vrucht is van een visie waar een Heinrich Himmler nog een puntje aan had kunnen zuigen.’

Nijland vergelijkt het vernietigen van mierennesten en platspuiten van luizen in zijn tuin met fascistisch geweld. Nijland: ‘Dit is een echt cabaretliedje, het komt uit mijn vorige programma Desalniettemin en ik ben er trots op. Het past bij mij, want ik sta hier in mijn tuin daadwerkelijk pieren doormidden te hakken. In de zaal werkte het ook goed. Ik dacht ‘Hee, er zitten toch wel mogelijkheden in dat cabaretgenre’. Als je het zo bekijkt, heb ik dat popgevoel dus een beetje losgelaten en is het meer tekstueel geworden. Want dat is cabaret toch ook vooral: tekstgericht zingen. En ik vind het heerlijk om te puzzelen met tekst.’

Beeld Studio Ski

Na de cyberaanval (2019)

‘Weet je nog schat? Na die cyberaanval? / Onze slaapkamer / Alle hoeken en gaten / Geen Netflix, geen Facebook, echt helemaal niks / We hebben daarna weer eens echt liggen praten’

Voor dit lied uit zijn nieuwe voorstelling zag Nijland een beeld voor zich van een stel dat suf naast elkaar in bed ligt en op hun telefoons ligt te kijken: ‘Wat als een cyberaanval het internet plat zou leggen? Dat zou voor zo’n stel heel goed zijn, voor een gesprek en voor het lichamelijk contact.’

Er zitten veel technologische ontwikkelingen en toekomstbeelden in En de rest is onzin, een voorstelling waarin Nijland vanuit de toekomst terugblikt op de huidige tijd. Nijland: ‘Het liefdesliedje blijft een mooi genre, maar ik moet er wel steeds een draai aan geven. Ik dacht: zou ik ook een lied kunnen schrijven waarin ik een liefdesrelatie heb met een robot? Is dat de toekomst, dat we steeds individualistischer worden? Dat een relatie tussen twee mensen als iets ouderwets wordt gezien, met alleen maar rompslomp? Dat is het liedje The perfect match geworden. Door te spelen met dat toekomstbeeld zijn er nog meer goede songs uit gerold.

‘Ik vind techniek fascinerend en ik wil het onderzoeken. Er zijn natuurlijk wetenschappers die er écht voor gestudeerd hebben; ik ben meer de hofnar die de zaken moet omkeren, moet spiegelen op een artistieke manier. Ik wil dat het tot nadenken stemt, maar ik heb niet de illusie dat een liedje iets aan de wereld gaat veranderen.’

Theo Nijland: En de rest is onzin. Tournee t/m 12/5.

The Shooting Party

Na zijn studie aan de Kleinkunstacademie begon Theo Nijland zijn carrière met The Shooting Party, een muziekgroep die hij vormde met acteurs Han Oldigs en Coen van Vrijberghe de Coningh. The Shooting Party trad op van 1987 tot 1997, het jaar waarin  groepslid Van Vrijberghe de Coningh onverwacht overleed. In 1995 won The Shooting Party de Annie M.G. Schmidtprijs voor het beste theaterlied, voor het nummer Kaal. Nijland: ‘We zongen lange tijd in het Engels, maar toen we overschakelden naar Nederlandse teksten voelde het als een bevrijding. Toen dacht ik: als ik nu iets zing, komt het pas echt aan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden