Wat maakt Somebody that I used to know zo'n onweerstaanbaar liedje?

Niet iedereen zal het gemerkt hebben maar deze week beleefde Nederland een aardverschuiving. We hebben een nieuw favoriet liedje aller tijden! Althans dat kan de conclusie zijn als je ziet hoe de posities in de hogere regionen van de Top 40 aller tijden zijn veranderd.

Opmerkelijk omdat het bij wereldhits negen van de tien keer gaat om angelsaksische megasterren die met grof mondiaal promogeweld een universele gevoelige snaar proberen te raken. En niet om een selfmade Australische Belg die jaren heeft zitten pezen en eigenlijk Wally de Backer heet.

Imitatie
We houden van Gotye. Afgezien van de hoogste hitposities over de hele wereld zijn daar ook de secundaire liefdesbetuigingen van onze moderne mediamaatschappij, op de plek waar imitatie, de hoogste vorm van vleierij, als religie wordt beleden: YouTube.

Gotyes eigen clip is al ruim 140 miljoen keer bekeken. Maar ook allerhande imitaties en parodieën doen het prima. Net als het contingent aan behulpzame types die met hun akoestische gitaar op schoot en een akkoordenschema voordoen hoe ook jij als de bard uit België kan klinken.

Bill Drummond, de man die in 1988 zelf in Groot-Brittannië een nummer-1-hit had met Doctorin' the Tardis schreef daarna The Manual (How To Have A Number One The Easy Way), schreef een uiterst geestige handleiding die precies doet wat de titel belooft, met zelfs een 'niet goed, geld terug'-garantie. Drummond betoogt dat alle toptienhits veel en veel meer met elkaar gemeen hebben dan de genres waar ze uit voortkomen. Dat Dave Brubecks Take Five, een stuk rokerige professorenjazz, in essentie heel erg lijkt op de gespuugde gal van The Sex Pistols' God Save The Queen. Want 'hitparadepop verandert nooit. Het lijkt alleen aan de oppervlakte te veranderen.'

Al deze liedjes volgen, bewust of onbewust, 'the golden rules'. En waar Drummonsd adviezen over studiohuur, promotie en marketing nu nogal gedateerd aandoen - het boek is per slot van rekening van 1988 - snijden de adviezen over hoe een nummer-1 te knutselen nog steeds hout. Tenminste waar hij inzoomt op de songstructuur.

Misschien een open deur in de popmuziek maar Drummond drukt de aspirant megaster op het hart om vooral je vers en couplet voorbij te laten komen in de klassieke AABAB volgorde. Doet Gotye. Drummond wijst erop dat de baslijn voor een optimaal scoringsresultaat moet doorlopen in het refrein. Doet Gotye ook, een beetje. Een groot deel van liedje slingert tussen slechts twee akkoorden waarbij de baslijn een minimale verandering doormaakt in het refrein.

Smeermiddel
Idealiter glijdt volgens Drummond het couplet als vanzelf in het refrein, de gecontinueerde baslijn is daarbij het smeermiddel. Drummond: 'Het moet aanvoelen als een vanzelfsprekende gebeurtenis, de bevrijding van de spanning die in het vers is opgebouwd.'

Er even van uitgaand dat iedereen op de wereld het liedje woordelijk kan meezingen, en dus ook u, lezer, hoef je alleen maar de laatste regel van zangeres Kimbra's couplet in herinnering te roepen (3min 0sec). Het verbitterd eruit geslingerde '...hung up on somebody that you used to know' - voor optimaal dramatisch effect is de laatste maat zelfs helemaal gestript van begeleiding - is niets minder dan, tada, het trompetgeschal ter introductie van de naderende cavalerie: het refrein.

Het werkt als een tiet. Live wordt met name die regel steevast luidkeels meegezongen door het publiek waarna de zaal zich collectief overgeeft aan een vocaal beleden potje luddevedu.

Drummond zegt meer over de voorwaarden voor een nummer-1-hit die dan weer niet van toepassing zijn op Gotyes hit, maar meer slaan op de fabrieksmatig geproduceerde hitparadebrokken van producers als Stock Aitken & Waterman (Jason Donovan, Kylie Minogue, Rick Astley). Die hebben allemaal de hoogste posities in de Britse charts gehaald. Let wel, Drummonds boekje claimt geen recept voor mooie liedjes te zijn, eerder een tomtom naar de top van de pop-Olympus.

Een ander liedje dat die hoogste plek ook heeft bereikt hoeft niet per se dezelfde route te hebben gevolgd. En met alleen Drummonds boodschappenlijstje in de hand zou je het talent van iemand als Gotye schromelijk tekort doen.

Ex
Want er is meer. Ten eerste is volgens Johanz Westerman, docent aan de Acadamie van Popcultuur en Emile Wennekes, hoogleraar muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht, het universele karakter van Gotyes tekst ook een sterke troef. Westerman: 'Iedereen heeft wel een ex; Somebody that they used to know. Het knappe van Gotye is dat hij dat uitdiept door beide partijen expliciet aan het woord te laten.' En zo resoneert Somebody bij zowel de jongens als de meisjes, ergo bij iedereen.

Westerman benadrukt dat meer factoren dan musicologische en tekstuele een rol spelen bij hitsucces. 'Platenlabel XL Recordings bijvoorbeeld koppelt een perfect gevoel voor trends en tijdsgewricht aan marketing. Mede daardoor kon The Prodigy zo groot worden.'

Maar herkenning, ook in beeld, is cruciaal voor succes. Het biedt het publiek houvast om zich met het liedje te vereenzelvigen en het vervolgens te kopen. De muziekacademici vinden beiden dat Gotye een beetje klinkt als Sting en daarbij ziet Wennekes ook een uiterlijke gelijkenis met Jim Morrison.

Opzichtige kopiëerdrift is echter taboe. Het publiek waardeert een zekere eigenheid. Westerman: 'No Fun bijvoorbeeld, van The Stooges, is geheel opgebouwd uit een klassiek bluesschema maar wel op een voor die tijd geheel nieuwe white-trash-manier.'

Kortjakje
Daarbij mag de associatie of herkenning er best een zijn die we onbewust ondergaan. Na een instant analyse concludeert Wennekes dat Gotye weliswaar niet het meest gebruikte popakkoordenschema hanteert, waarbij de drie meest verwante akkoorden in die toonsoort elkaar afwisselen. 'Maar de repetitieve afwisseling van D mineur en C majeur in de coupletten klinkt vertrouwd en werkt als een motor voor het nummer.' Moeilijk? Luister naar Ray Charles' Hit the Road Jack, onderga een soortgelijke rondzingende drive die het nummer als een uurwerk voortstuwt en zeg Aha!

En nu Wennekes het toch over associaties heeft. 'Dat xylofoon riedeltje dat een prominente bijrol speelt, is de aangepaste eerste frase van oerdeun Twinkle Twinkle Little Star, Ba Ba Black Sheep, of zoals we het in Nederland kennen Altijd is Kortjakje ziek.' Gotye hoeft zich niet te generen voor het feit dat hij putte uit ons collectieve muziekgeheugen. Zelfs Mozart heeft zich aan dat cultureel erfgoed vergrepen in wel twaalf variaties (Ah, vous dirai-je, maman KV 265).

Maar uiteindelijk is volgens Wennekes Somebody's grootste kracht de manier waarop al die factoren samenwerken en elkaar versterken; de intelligente emotionele opbouw van het liedje. Er is het subtiele maar essentiële gebruik van de akoestische gitaar. Er is de bijna gefluisterde spanning van het couplet die oplost in een voluit én een octaaf hoger gezongen refrein. En zelfs een finale subtiele verschuiving van akkoorden draagt bij aan de emotionele urgentie. Kortom, Gotyes liedje doet precies wat we ervan verlangen.

Dit is een deel van een groter verhaal in de Volkskrant van vandaag. Lees de online krant hier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden