Wat maakt schrijven zo aantrekkelijk?

Je hebt natuurlijk broodschrijvers, maar geld is slechts zelden de drijfveer voor aspirant-auteurs. Wat wel?

Beeld Thinkstock

'IJzingwekkend.' 'Briljant, duister en uitdagend.' 'Beste thriller aller tijden.' 'Absoluut meesterwerk.' 'Verbijsterend, origineel en beklijvend.' 'Een Great Dutch Novel waar niemand omheen kan.'

Het nieuwe boekenseizoen is begonnen en dus worden boekhandelaren en journalisten doodgegooid met catalogi waarin uitgevers hun verse waar aanprijzen. Dat doen ze nooit met zinnen als 'aardig tussendoortje van overigens uitgebluste auteur', 'boek van bekende Nederlander die echt niet kan schrijven, maar ja, bekende Nederlander, hè' of 'alweer het vierde boek van jonge schrijver waar het leven duidelijk nog overheen moet', hoewel dat soort omschrijvingen een groot deel van het gebodene meer recht zou doen dan alle ronkerij.

De meeste van de boeken die komend najaar verschijnen, zijn niet geniaal. Wel zijn ze met heel veel. Tussen nu en Kerst zullen honderden nieuwe romans uitkomen - en dat betreft dan alleen nog maar het aanbod van de gevestigde uitgeverijen. Het aantal lezers mag dan in de laatste tien jaar flink zijn gekrompen, het aantal gepubliceerde titels steeg juist, blijkt uit de cultuurindex van de Boekmanstichting. Hoeveel mensen in Nederland momenteel werken aan een boek is niet bekend, zegt hoogleraar boekwetenschap Lisa Kuitert van de Universiteit van Amsterdam. 'Maar je kunt wel zeggen dat schrijven een serieuze vrijetijdsbesteding is geworden, en dan gaat het niet om dagboeken of brieven maar om romans en verhalen.'

Geld? Nee

Volgens Kuitert is de beginnende schrijver zich vandaag de dag meer bewust van het feit dat er een publiek bereikt kan worden dan de beginnende schrijver van twintig jaar geleden. Met dank aan internet. 'Er is nu minder duidelijk een gouden standaard, een vaste route of recept voor een beginnend auteur; door de vele mogelijkheden op internet is de mainstream boekenwereld aangevuld met allerlei dynamische subculturen waarbinnen heel andere maatstaven gelden.'

De vaststelling dat veel mensen graag schrijven, is niet nieuw. De grote vraag blijft waaróm zoveel mensen zo graag een boek willen publiceren, ook nu de markt ervoor al jaren krimpt.

In elk geval niet omdat boeken schaarse goederen zijn waar nieuwe aanvoer dringend gewenst is. In Schrijven Magazine, maandblad voor aspirant schrijvers, uitte docente Jowi Schmitz van de Schrijversacademie vorige maand haar twijfel over nut en noodzaak van het zoveelste best aardige boek van de zoveelste lieve studente. 'Het is al zo druk op de boekenmarkt. Er zijn al zo weinig mensen die lezen. Er zouden uitsluitend meesterwerken gepubliceerd moeten worden.'

Geld kan ook geen drijfveer zijn voor aspirant-schrijvers: het aantal auteurs dat goed van zijn vak kan leven, is in Nederland op twee handen en een kleine teen te tellen.

Status

Blijft over: erkenning. Status. Volgens de Britse schrijver en docent Tim Parks is schrijven een carrièrekeuze geworden, met bijbehorende opleidingen en pikordes. Uit zijn afgelopen zomer in het Nederlands vertaalde essaybundel Waarom ik lees: 'In de laatste dertig of veertig jaar is de schrijver iemand geworden die een duidelijk uitgestippelde loopbaan volgt, zoals elke andere middenstander: echter niet om een vakman te worden in dienst van de samenleving, maar om zichzelf te profileren als kunstenaar (deels door zijn gepubliceerde werk, maar ook anderszins) en als richtinggevend exponent van een culturele stroming. Een nieuw, groot iets, om kort te gaan. Een Doris Lessing, een Rushdie, een Pamuk.'

Wie schrijft, ís iemand. Beter gezegd: hij wordt iemand gevonden - en om dat laatste lijkt het steeds meer te gaan. Een paar decennia terug werd het product van een debuterend schrijver kritisch beoordeeld door een klein legertje recensenten van serieuze kranten en bladen. Natuurlijk zaten daar flapdrollen tussen, maar wel bestond er zoiets als een dominante opvatting over wat kwaliteit was en wat niet. Die selecterende rol van de recensent is minder belangrijk geworden. Recensies lees je allang niet meer alleen in de krant, het internet barst ervan. Een slechte schrijver die de juiste kennissen heeft en zichzelf goed kan presenteren op tv en in social media, kan zomaar veel succesvoller worden dan een goede schrijver die in een uithoekje van het land schuw aan zijn prachtboeken schaaft.

Beeld Martyn F. Overweel

Vreugde en vooorrecht

In zijn mooie roman New Grub Street uit 1891, onlangs door Mario Molegraaf in het Nederlands vertaald (vorige week prees Hans Bouman hem in de Volkskrant met vijf sterren de hemel in) schetst de Britse auteur George Gissing een cynisch portret van de Londense literaire wereld aan het einde van de 19de eeuw. Gissing plaatst de relaxte en pragmatische broodschrijver Jasper Milvain, voor wie letters in de eerste plaats handel zijn, tegenover de gekwelde idealist Edwin Reardon, die van mening is dat je alleen moet schrijven als je iets te zeggen hebt. Met de laatste loopt het niet goed af.

Reardons vrouwelijke evenknie Marian Yule, een slim meisje dat haar verbitterde vader helpt zijn mislukte schrijverscarrière nog een beetje overeind te houden, laat op een dag in een bedompte leeszaal in het mistige Londen haar hoofd in haar handen zakken: 'Terwijl er al meer goede literatuur op de wereld bestond dan een sterveling in het leven aankon, was zij zich aan het uitputten met het produceren van drukwerk waarover niemand ook maar veinsde dat het meer was dan een artikel voor de dagmarkt. Wat een onzegbare dwaasheid! Schrijven - was dat niet de vreugde en het voorrecht van iemand die een dringende boodschap voor de wereld had?'

Dat is nog altijd een heel goede vraag.

Waarom schrijf je? Een wat jongere en een iets oudere debutant leggen uit.

Judith Eykelenboom

'Tijdens mijn studie journalistiek merkte ik al dat ik altijd de rand opzocht, dat ik het moeilijk vond andermans plan uit te werken en liever vanuit mezelf schreef. Na die studie ben ik gaan reizen en bedacht ik dat schrijven het enige is waar ik goed in ben. Toen ben ik naar de Schrijversvakschool gegaan. Dat bleek een goede keus.

'Of ik nou zozeer een boodschap heb, weet ik niet. Susan Smit zei in een college dat ze móét schrijven, dat het echt gaat kriebelen als ze niet schrijft. Dat heb ik niet. Ik ben net aan mijn tweede boek begonnen, maar ik ben niet iemand die 's ochtends yes! roept en handenwrijvend aan de slag gaat. Het is altijd een strijd om in de flow te komen. Die flow is wel lekker, als ik die bereik, geeft dat voldoening.

'Straks komt mijn eerste roman uit; dat vind ik eng. Beroemd worden wil ik niet. Ik zou het erg vinden als ik niet meer anoniem over straat kan. Maar ik wil wel gelezen worden, ik wil graag dat mensen door mijn boek geraakt zijn. Toen het af was, vroeg mijn moeder of ik nu een normale baan ging zoeken.'

Judith Eykelenboom (32) debuteert komend najaar bij Prometheus met haar roman Biefstuk.

Rutger Pontzen

'Ik maak mijn hele leven al aantekeningen. Op kleine kartonnen kaartjes, in notitieblokjes, ze liggen altijd naast mijn bed en op mijn bureau. Een boek had ik nooit in mijn hoofd; mijn rol is die van schrijver voor de krant, als kunstcriticus.

'In de nacht van 2 op 3 juli 2010, toen ik niet kon slapen - ik slaap slecht - ben ik op de rand van het bad gaan zitten en heb ik in een soort roes driehonderd woorden geschreven. In de stijl van wat later mijn boek zou worden. En ik dacht meteen: wat een adequate stijl. Dit heeft potentie.

'Na die nacht ben ik elke ochtend van zeven tot negen gaan schrijven. Productie draaien. De kop uitpersen, als een tube tandpasta. Als het niet goed was geweest, had ik het niet gepubliceerd. De kunstenaar die iets de wereld in schopt, heeft een grote verantwoordelijkheid en dat geldt voor schrijvers evenzeer.

'Er zijn genoeg schrijvers die mooie woorden op papier kunnen zetten. Er zijn er ook die heel goed kunnen denken. Maar alleen de combinatie daarvan kan tot iets goddelijks leiden. Goed schrijven is goed voelen, goed denken en goed onder woorden brengen, zei Georges-Louis Leclerc de Buffon in de 18de eeuw al. Dat ik een oude debutant ben, vind ik niet erg; dit boek had ik op mijn 25ste nooit kunnen schrijven.'

Rutger Pontzen (58) debuteerde afgelopen voorjaar bij Querido met zijn roman En nu ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden