interview scenarioschrijver Tamara Bos

Wat maakt Nederlandse jeugdfilms zo goed?

Afgelopen weekend vielen vier Nederlandse kinderfilms internationaal in de prijzen. Kapsalon Romy kreeg de prijs voor beste kinderfilm op het prestigieuze Noorse Kristiansand International Children’s Film Festival 2019. Vraag aan scenarioschrijver Tamara Bos: wat maakt de Nederlandse kinderfilm zo goed?

Kapsalon Romy van Tamara Bos.

Twee weken geleden hield Tamara Bos, op het Beijing Film Festival in China, een bewogen speech. Die ging, zegt ze aan de telefoon, twee dagen na het winnen van de prijs in Noorwegen, over precies die ene vraag en daarom rolt het antwoord er nu ook zo gemakkelijk uit: ‘Omdat de huidige makers van Nederlandse kinderfilms zijn opgegroeid met de literatuur van Annie M.G. Schmidt en Miep Diekmann, die in de jaren vijftig al schreven vanuit het perspectief van het kind. ‘Zo’n zin uit het liedje Ik ben lekker stout, zoals ‘Ik wil geen handjes geven’ - daar kijken ze in het buitenland vreemd van op. In China zou dat bijvoorbeeld niet kunnen bestaan.’

Scenarioschrijver Tamara Bos is de dochter van Burny Bos, oprichter van BosBros en producent van kinderfilms. Haar vader heeft de markt voor kinderfilms twintig jaar geleden opengebroken met Abeltje – dat is de tweede verklaring, zegt ze. ‘Hij vond het raar dat iedereen met Kerst naar een Disneyfilm ging kijken. Hij zei: we moeten onze eigen kinderfilms maken. Geïnspireerd door de Zweedse kinderfilmindustrie, die de boeken van Astrid Lindgren bewerkte, zei hij: laten wij dan met Annie M.G. Schmidt beginnen. Hij heeft tien jaar moeten lobbyen om Abeltje van de grond te krijgen. Die film heeft uiteindelijk een miljoen bezoekers getrokken.’

Dat Nederland regisseurs heeft die kinderen serieus nemen, en het Filmfonds een kwart van haar budget aan kinderfilms uitgeeft, heeft volgens Bos de sector een enorme boost gegeven. ‘Het heeft een divers aanbod opgeleverd, van een gelaagde film over een moeilijk onderwerp als alzheimer in Kapsalon Romy tot een rauwe film als Vechtmeisje en een vrolijke film als Superjuffie.’

Zijn de kinderen die in Nederlandse jeugdfilms spelen ook beter dan in andere landen?

‘Dat kan ik zo niet zeggen. Ik vind de jonge acteurs in Engelse en Amerikaanse films het best. Wij komen voor onze films meestal uit bij kinderen die nog niets hebben gedaan, of niet tien jaar op een jeugdtheaterschool heeft gezeten. Ze zijn dan meer onbevangen. Winky, de hoofdrolspeler van Het paard van Sinterklaas, vonden we op een Chinese school in Nederland. En regisseur Mischa Kamp zag onze ster Vita Heijmen uit Kapsalon Romy bij een vertoning van haar film Sing song. Vita kwam mee met een vriendinnetje.’

Is het gezien het succes van de Nederlandse jeugdfilm niet vreemd dat er al zo lang geen Gouden Kalf is gewonnen in de categorie Beste Film?

‘Daar maak ik me wel eens boos over, ja. Minoes won er een, en Abeltje, maar dat is al lang geleden. Het paard van Sinterklaas was genomineerd, ik heb voor het scenario wel een Gouden Kalf gewonnen. Ik snap niet dat films die wereldwijd worden vertoond en prijzen winnen, hier naast het net vissen. Wat zou helpen, is als onze collega’s, die tegenwoordig stemmen voor de Kalveren, jeugdfilms serieuzer gaan nemen. En ze ook gaan bekijken. Nu stemmen ze vooral op films die ze al hebben gezien, en dat zijn meestal films voor volwassenen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden