PROFIEL

Wat maakt maestro Mariss Jansons zo goed?

Maestro Mariss Jansons verlaat het Concertgebouworkest. De muziekspecialisten profileren de chef-dirigent aan de hand van zijn oren, zijn cijfers en andere opvallende zaken. En drie kenners vertellen wat hem zo goed maakt.

Maestro Mariss Jansons tijdens een repetitie met het KCO.Beeld anp

Theateroren

Normaal gesproken gaat het bij een opera in het Amsterdamse Muziektheater (officieel Nationale Opera & Ballet) zo: de ouverture begint en in je hoofd voel je iets verschuiven. O ja, de akoestiek. Om het droge orkestgeluid te compenseren, voegt het brein er een scheutje fictieve nagalm bij.

Op 14 juni 2011 loopt het anders. Het Concertgebouworkest zit in de bak, Mariss Jansons heft zijn armen. Tsjaikovski, Jevgeni Onegin, het verhaal over een geblutste liefde dat aanvangt met klagende strijkers. Her en der schieten hersenen in de houding, klaar om de akoestiek een handje te helpen. Ze staan in hun hemd. Tsjaikovski's muziek resoneert zo genereus, dat mentale correcties overbodig zijn. De moleculen trillen alsof het hier geen Muziektheater heet, maar Concertgebouw.

Tovenarij? Het is bekend dat het Concertgebouworkest z'n huisakoestiek op raadselachtige wijze weet mee te nemen naar vreemde zalen. Maar de pracht die Mariss Jansons uit de bak laat opstijgen, was in het verleden zelfs magiërs als Chailly en Boulez niet vergund.

Het moeten Jansons' theateroren zijn. Ze werden vanaf de wieg gekneed. De training begon in Riga, waar vader Arvids de Letse Opera leidde en moeder Iraida zong. Toen zij als Carmen aan het mes werd geregen, stoof een kwaaie peuter uit de zaal naar voren. Blijf met je tengels van mijn moeder!

De gouden oren kunnen op donderdag 9 juni 2016 opnieuw aan het werk. Noteer vast in de agenda: Nationale Opera & Ballet, Tsjaikovski, Pique Dame oftewel Schoppenvrouw. Voor het eerst sinds het afscheid kijkt conductor emeritus Mariss Jansons zijn Amsterdamse orkest weer in de ogen. Wedden dat het geweldig wordt?
Guido van Oorschot

De beste optredens

Vijfsterrenoptredens volgens de recensenten.

* Richard Strauss, Ein Heldenleben (2004)
Bij zijn aantreden in 2004 schoot de chef meteen met scherp: ontspannen, briljante Straussklank, zonder hysterie.

* Igor Stravinsky, Le sacre du printemps (2006)
De ultieme versmelting van klank en kleur, met een climax die nergens verviel in geschetter en geknal.

* Antonín Dvorák, Achtste symfonie (2007)
Hoe je recensenten afhelpt van hun Dvorák-moeheid? Met zingende cello’s rechtstreeks mikken op het hart.

* Gustav Mahler, Tweede symfonie (2009)
Er school verbluffend veel eenvoud in een symfonie die doorgaans uitmondt in extatische taferelen.

* Gustav Mahler, Vierde symfonie (2014)
De wemeling van stemmen bleef transparant, het verhevene combineerde magistraal met het vulgaire.

Wrang

Dirigent Mariss Jansons moet hebben gevloekt toen begin februari het nieuws kwam dat de minister-president van Beieren en de Oberbürgermeister van München de plannen voor een nieuwe concertzaal van tafel hadden geveegd.

Mariss Jansons, sinds 2003 chef van het Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks, had er zijn prestige aan verbonden. Sterker nog: de kwestie speelde mee in zijn besluit het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO), waar hij gelijktijdig chef-dirigent was, te verlaten. Chronische hartklachten plaatsten hem het mes op de keel: kiezen Mariss, nu!

Stel je voor, zei de dirigent vorig najaar in een Münchense krant, dat hij had gekozen voor het Concertgebouworkest. Dan had hij zijn Beierse vrienden 'een dolkstoot' gegeven. De maestro voelde de morele plicht zich tot het einde toe in te zetten voor een eersteklas concertlocatie. 'Ik kan niet anders. Als die zaal is gebouwd, kan ik tegen mezelf zeggen: godzijdank, er bestaat iets heel belangrijks wat ik in mijn leven heb gepresteerd.'

Proef de peilloze deemoed in zijn woorden. En vloek vervolgens mee. Want als München zijn muzikale infrastructuur op orde had gehad, namen we nu wellicht geen afscheid van Mariss Jansons. Vorige week strooide hij zout in de wonde door in De Telegraaf doodleuk te verklaren dat hij uit zijn jongste hartoperatie als herboren is opgestaan. 'Als ik me een jaar geleden zo goed had gevoeld als nu, had ik de beslissing misschien niet genomen.'

Kan het wranger? Jazeker. Jansons' Beierse contract loopt af in 2018. Toevallig hebben de Berliner Philharmoniker in dat jaar een vacature. Aanstaande mei kiezen ze in Berlijn de opvolger van Simon Rattle. De naam Jansons wordt nadrukkelijk genoemd.
Guido van Oorschot

Beeld ANP

Mislukt Interview

In januari 2013 ging de telefoon. Het Concertgebouw meldde zich om een interview aan te bieden met Mariss Jansons. Exclusief voor de Volkskrant. Het was een mooi moment. Jansons zou die maand 70 worden en het Concertgebouworkest wilde die verjaardag vieren met een carte blanche voor de geliefde chef. Hij koos voor vier concerten met heel uiteenlopende Europese orkesten die op één punt op elkaar lijken: ze behoren stuk voor stuk tot de wereldtop. De Berliner, de Wiener en zijn beide eigen orkesten: het Koninklijk Concertgebouworkest en het Orkest van de Beierse Omroep. Een uitgelezen moment om de maestro eens te polsen over de globalisering in de klassieke muziek. Zijn de ooit zo verschillende karakters van die ensembles behouden gebleven, of is er een grote smeltkroes ontstaan van Japanse, Duitse, Amerikaanse en Spaanse musici?

In de lobby van het Okurahotel, vaste pleisterplaats van Jansons en zijn vrouw Irina, wachtte de persmedewerker die het interview had georganiseerd. De maestro, zonverbrand na een vakantie op Mauritius, trakteerde op chocoladetaartjes. Hijzelf nam een slokje van zijn kamillethee en dacht na. Toen, zorgvuldig vaktermen ontwijkend: 'De Berliner is een uitstekend orkest, misschien wel het beste in zijn soort. De Wiener doet daar niet voor onder.' Maar waar zitten de karakteristieken? Zijn die er nog? Jansons herhaalde geduldig: 'Weet u, deze orkesten behoren tot de beste. Ze kunnen alles spelen.' Vriendelijk vertelde hij over hun lange traditie. Na steeds wanhopiger zoeken naar een invalshoek die enige verdieping zou opleveren, was het duidelijk. We zouden elkaar in elk geval die avond niet meer bereiken. Interview mislukt.

We schudden elkaar de hand en net toen ik me omdraaide bleek dat het idee van een exclusief interview met de Volkskrant in elk geval niet tot de maestro zelf was doorgedrongen. Hij vroeg: 'Voor welke krant schrijft u eigenlijk?'
Biëlla Luttmer

Beeld ANP

Theaterman

Mariss Jansons' eerste symfonische concert als chef van het Concertgebouworkest was indrukwekkend, maar de strekking van zijn komst naar Nederland drong pas goed door tijdens de première van de opera Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj. Het was begin juni 2006. We zagen modder, kale houten schuurwanden, Eva Maria Westbroek als de naar liefde hunkerende Lady met haar blote voeten in de prut op het podium van het Muziektheater. Het was alsof Jansons het visuele, de geur, de oerbehoeftes van de Lady in de orkestbak opzoog en in verhevigde vorm terugkaatste naar het podium. Hij hield je met zijn musici gevangen in een avondlange roes. Het was Jansons' eerste opera met het orkest en zijn eerste samenwerking met de Oostenrijkse regisseur Martin Kusej. Vooraf waren er reserves geweest. Kusej is een man die houdt van provocatie. In Salzburg had hij in Mozarts La clemenza di Tito terroristen opgevoerd. Maar juist zijn harde, realistische podiumbeelden versterkten de kracht van Jansons' uitvoering. Vanaf dat moment was het zonneklaar: het Concertgebouworkest had niet alleen een groot dirigent in huis gehaald maar ook een ras theaterman - een gouden greep voor een orkest dat ook op operagebied wil meedraaien met de wereldtop.
Biëlla Luttmer

Beeld ANP

Jansons in cijfers

Om met een laag getal te beginnen: Mariss Jansons heeft het Koninklijk Concertgebouworkest elf jaar geleid, van 2004 tot 2015. Daarmee heeft hij korter aan het roer gestaan dan al zijn voorgangers, op Willem Kes, de eerste chef na.

In die elf jaar heeft Jansons 408 optredens gegeven met het orkest, waarvan 188 in Amsterdam (en twee in Rotterdam). De overige 208 optredens waren in het buitenland en daarvan waren er 75 buiten Europa. We hebben Jansons hier dus naar verhouding weinig gezien, maar bedenk dat het KCO zeker twee tournees per jaar maakt en daarbij in principe zijn eigen dirigent meeneemt.

Tijdens al die optredens heeft Jansons 203 werken gedirigeerd, die bij elkaar 975 keer tot klinken kwamen, dus elk stuk kreeg gemiddeld vijf uitvoeringen. Grote uitschieters waren Ein Heldenleben van Richard Strauss (wereldwijd 22 keer gespeeld), de Eerste Symfonie van Mahler (21, in twee reeksen), Beethovens Derde pianoconcert (16), Stravinsky's Vuurvogel (twee versies, samen 16), La Mer van Debussy en Tsjaikovski; Vijfde (beiden 15).

Jansons heeft met het KCO maar twee keer een opera begeleid. Dat waren Lady Macbeth van Mtsensk van Sjostakovitsj (9 opvoeringen) en Tsjaikovski's Jevgeni Onjegin (10). Beide keren was het een doorslaand succes.

Bij de vraag van welke componist Jansons de meeste muziek heeft gespeeld, wordt het appels met peren vergelijken, want een aria van 5 minuten is natuurlijk wat anders dan een Brucknersymfonie van 1,5 uur. Van Mozart heeft Jansons bijvoorbeeld wel dertien stukken gedirigeerd, maar daar zit relatief veel klein grut bij en het gemiddeld aantal uitvoeringen per werk (drie) was ook niet groot. Serieuze koplopers zijn opnieuw Richard Strauss (tien verschillende werken, in totaal 84 uitvoeringen) Beethoven (respectievelijk elf en 68) en Mahler (negen werken, 74 uitvoeringen).

Welke grote symfonieën ontbreken in de lijst? Beethoven 2, 4 en 6, Bruckner 1, 2, 5 en 8 en Mahler 7 en 9. Die Zevende heeft hij overigens wel met het KCO gedaan vóór zijn aantreden, want tussen 1988 en 2004 stond hij ook al veertig maal voor het orkest.

Het hoogste getal in deze statistiek is ongetwijfeld het aantal euro's dat Jansons' honorarium bedraagt maar dat is een van de best bewaarde geheimen van het KCO.
Frits van der Waa

Beeld ANP

Nieuwe muziek

Het zwaartepunt in het repertoire dat Mariss Jansons bij voorkeur dirigeert, ligt duidelijk in de laatromantische periode, met enige uitlopers in de 20ste eeuw, zoals het werk van Sjostakovitsj. Toch heeft hij zich niet geheel onbetuigd gelaten op het gebied van de nieuwe muziek: de muziek van de laatste 25 jaar, om maar ergens een grens te trekken.

Ook in dat repertoire is de blik van Jansons oostwaarts gericht. Hij introduceerde hier een paar werken die hij elders al in wereldpremière had gebracht, zoals het vioolconcert Lonesome van de Georgiër Gia Kantsjeli en Dialogues with Shostakovich van de Rus Rodion Sjtsjedrin. Van deze componist dirigeerde hij bovendien het Hoboconcert, geschreven voor Alexei Ogrintsjoek, solo-hoboïst van het Concertgebouworkest. Een wereldpremière van een nieuw werk van Sofia Goebaidoelina viel in 2011 in het water, omdat de 80-jarige componiste het niet op tijd af kreeg: er klonk daarom een ouder stuk van haar hand.

Van de twee grote Duitse componisten Wolfgang Rihm en de toen nog levende Hans Werner Henze dirigeerde hij ieder een werk. Rihms Lichtes Spiel, een stuk dat nooit in Nederland heeft geklonken, ging mee op concertreis. Van Henzes Sebastian im Traum bracht hij in 2005 de wereldpremière. Met zeven uitvoeringen is het de eigentijdse compositie waarvoor hij zich het ijverigst heeft ingezet.

Nederlandse muziek is voor Jansons niet echt een prioriteit geweest. Berucht zijn de beelden uit de documentaire Imperfect Harmony (2013), over de voorbereiding van de wereldpremière van Mysteriën van de Nederlandse componist Louis Andriessen. De wereldberoemde dirigent had duidelijk moeite met het idioom van de compositie en de bijna even vermaarde componist was gewend aan zelfredzame musici met voldoende repetitietijd. De heren hadden de pech dat de norse opmerkingen en laatdunkende blikken die ze elkaar toewierpen zijn vastgelegd. Het werk beleefde welgeteld één uitvoering.

Ook eenmalig was de wereldpremière van Variaties op 'Komt vrienden in het ronden', een feestcompositie van Bob Zimmerman. Verder beperken de Nederlandse palmares van Jansons zich tot een werk van Otto Ketting en Peter-Jan Wagemans, waarmee het totaal op vier Nederlandse stukken komt, die gemiddeld tweemaal klonken. Maar Jansons heeft één ouder Nederlands werk liefst dertien keer uitgevoerd, veelal in het buitenland. Dat is Ouverture 'De getemde feeks' (1909) van Johan Wagenaar, dat ook bij zijn voorganger Riccardo Chailly een streepje voor had.
Frits van der Waa

Beeld anp

Drie kenners over Jansons

Gustavo Gimeno Dirigent, van 2001 tot 2014 soloslagwerker bij KCO

'Ik ken niemand die zo is gericht op de klank, op de schóónheid van de klank, dan MarissJansons. Bij elke repetitie is hij hiermee bezig, elke minuut, altijd met de grootste concentratie. Naast zijn enorme passie voor muziek, heeft hij een uitstekende planning. Alles is altijd tot in de puntjes voorbereid. Hij kent de partituur van buiten, hij weet wat het orkest kan. Jansons werkt met concentratie, passie en eerlijkheid en kan daarbij veeleisend zijn voor anderen, maar hij is in de eerste plaats veeleisend voor zichzelf. Zijn toewijding en concentratie hebben de sfeer in het orkest op een goede manier beïnvloed. Het houdt de musici alert en voorkomt dat er routine insluipt. Hij maakte duidelijk dat je als KCO-musicus een verantwoordelijkheid hebt op het hoogste niveau. Van een dirigent als Jansons kun je elke dag leren.'

Beeld xx

Niek Nelissen Dirigentenkenner, auteur van boeken over Bernard Haitink en Willem van Otterloo

'Jansons is opgeleid in St. Petersburg. Hij is daar assistent geweest van Jevgeny Mravinsky. Deze dirigent bracht zijn orkest tot een perfectie die uniek was in de wereld. Ik denk dat Jansons iets uit deze traditie heeft meegekregen. Ik ken namelijk weinig dirigenten die zo'n gedetailleerde voorstelling hebben van wat ze willen van een orkest. Dat leidt meestal tot prachtige ervaringen voor de luisteraar in de zaal. De enkele keer dat het ietsje minder is, is te wijten aan zijn precieze uitwerking: dan klinkt het net iets te gecontroleerd. Een groot vernieuwer is hij niet, eerder een goede schatbewaarder. Zijn kwaliteiten liggen ergens anders. Jansons heeft een grote affiniteit met het kernrepertoire van het KCO - Mahler, Bruckner, Strauss - en weet de capaciteiten van het orkest ten volle te benutten. Hij laat het KCO achter in uitstekende conditie. Jammer dat hij nu na elf vruchtbare jaren vertrekt.'

Beeld xx

Kees Vlaardingerbroek, Artistiek leider van NTR ZaterdagMatinee

'Verdieping! In de diep gevoelde uitvoering van het grote repertoire ligt de kracht van Jansons. Hij is een zeer groot pleitbezorger van de grote symphonische traditie van het KCO, met zijn Mahlers en andere Duitse titels, maar ook met Sjostakovitsj. Hij zal altijd tot het uiterste gaan om het hoogst haalbare niveau te bereiken. Het orkest heeft onder hem misschien iets meer donkere kleuring gekregen dan onder zijn voorganger Riccardo Chailly. Die zocht naar brille en was transparant, soms bijna lichtgevend. Bij Jansons kwam de nadruk op iets anders te liggen: zijn klank was warmer en Jansons had een groot gevoel voor het duistere en het conflictueuze in de muziek. Eén van de absolute hoogtepunten voor mij was Jansons uitvoering van Ein Heldenleben van Richard Strauss. Hij gaf het stuk een romantische schwung mee zonder dat het ordinair werd.'
Nell Westerlaken

Beeld x

De 7 chefs van KCO

1: Willem Kes, 1888-1895
Kwartiermaker. Vormt ongeregelde troepen om tot een orkest.

2: Willem Mengelberg, 1895-1945
Kneder, bouwer, baas. Lokt matadoren als Mahler naar Amsterdam.

3: Eduard van Beinum, 1945-1959
Verhelderaar. Rekent af met vooroorlogse, Teutoonse impulsen.

4: Bernard Haitink, 1963-1988
Klankmenger. Bemiddelt tussen donker-Duits en briljant-Frans.

5: Riccardo Chailly, 1988-2004
Horlogemaker. Zoomt in op precisie en samenspel.

6: Mariss Jansons, 2004-2015
Finetuner. Rust niet voor techniek en expressie samenvallen.

7: Daniele Gatti, vanaf 2016
Raadsel. Laveert tussen gefronste wenkbrauwen en vijfsterrenrecensies.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden